| Godelieve Kranendonk onderzocht of stress bij zeugen tijdens de dracht van invloed is op haar biggen. Om dit te onderzoeken is eerst een model gebruikt waarbij cortisol (een stress-hormoon) kunstmatig verhoogd werd. Biggen van zeugen die tijdens de dracht verhoogde cortisol concentraties hadden, hadden lagere geboortegewichten en speengewichten, reageerden anders in gedragstesten en ook de bijnier respons op ACTH was verminderd. In het tweede deel van het project werden drachtige zeugen aan sociale confrontaties blootgesteld. Dominante zeugen in groepshuisvesting bleken biggen te krijgen die harder groeiden in de lactatie-periode, en ook in een gedragtest reageerden deze biggen anders dan biggen van zeugen die submissief waren in groepshuisvesting. Dit onderzoek heeft aangetoond dat zowel verhoogde cortisolconcentraties van de zeug tijdens de dracht als de dominantie van de zeugen van invloed is op haar biggen. |