Doel: Centraal in dit thema staat de mens en zijn groene omgeving. Die omgeving wordt breed gedefinieerd als een gezonde stad en een vitaal platteland. Voor de stad staan de groene aspecten van de leefomgeving centraal. De stedelingen willen genieten van het groen in en om de stad. Voor het platteland gaat het om een sterke regionale economie zodat het agrarische gebied zijn karakter kan houden, de stedeling dat platteland kan waarderen en gebruiken en het platteland ook een leefbare omgeving blijft voor haar bewoners. Kortom: er moet gewerkt, gewoond en geleefd kunnen worden. De dynamiek is enorm. Grote zorg is hoe we de eigenheid van het vitale platteland en het bijbehorende waarden als landschap, rust en ruimte kunnen behouden.
Een goede stedelijke groenstructuur is van belang om straks bij te dragen aan verkoeling als de klimaatverandering doorzet. Groen in de buurt is van belang voor de sociale en fysieke ontwikkeling van kinderen. Verbrede landbouw speelt een rol bij de mogelijkheden voor recreatie op het platteland. Zorgboerderijen zullen in de toekomst een rol gaan spelen in de opvang. Bestuurlijke verandering komt in vele thema s aan de orde. De invalshoek van dit thema is telkens de samenhang, bekeken vanuit genieten, werken, wonen en leven.
Het platteland van Nederland heeft een grootstedelijke context. De invloed en de gevolgen daarvan zijn onduidelijk. De eigenlijke opgave van dit thema bestaat daarom uit het leggen van duurzame verbindingen tussen stad en ommeland. Het gaat hier om zowel de fysieke kant van de relatie, als de economische en sociale kant (de 3 P s). De fysieke kant is uitgewerkt in concrete opgaven rond toegankelijkheid van het platteland en de groenopgave (ISV, ILG, RODS). De economische en sociale kant hebben nog een sterk agenderend karakter, het interne verhaal van LNV is niet altijd eenduidig. De strategische beleidsvorming is in opbouw.
Daarnaast blijkt in de praktijk dat het realiseren van de groene opgaven uit het AVP niet gemakkelijk is. Dit heeft onder andere te maken met de gronddruk in Nederland en keuzes die bestuurders maken. Die keuzes vallen lang niet altijd ten gunste van duurzaamheid en groen uit. Groen moet daarom hoger op de agenda. Deze bijkomende beleidsopgave is wel onderkend, maar niet belegd met concrete doelen.
Het creƫren van een gezonde duurzame omgeving is niet alleen een opgave van LNV maar ook van VWS, OCW en VROM. Daarbij krijgen andere overheden een grotere rol. Ook van de deelname van burgers, ondernemers en maatschappelijke partijen wordt steeds meer verwacht.
Kennisbehoefte in 2008: In dit thema richt zich de gevraagde kennis vanuit de beleidsdirecties vooral op het gebruik ervan in de beleidsprocessen. Het ontwikkelen van nieuwe kennis is niet alleen gericht op het zoeken naar mogelijke oplossingen, maar is vooral een middel om samen met het veld de beleidsrichting te bepalen. De kennisproducten dragen bij aan het samenwerken en discussiƫren met de omgeving als onderdeel van het beleidstraject. De elementen in het beleidstraject zijn: bewust worden van de transitie die het platteland ondergaat, het agenderen van andere manieren van kijken en het praktisch laten zien dat het echt anders kan door middel van pilotprojecten.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link |