| De laatste decennia zijn grensoverschrijdende investeringen van Multilaterale Financiële Instellingen (MFI's, zoals de Wereldbank) en vooral die van de private financiële sector enorm gegroeid. In haar proefschrift onderzoekt Maartje van Putten welke mogelijkheden de wereldgemeenschap heeft om controle uit te uitoefenen op deze grote investeringen en projecten. Daarbij zijn van belang de begrippen accountability (aansprakelijkheid, verantwoordelijkheid) en compliance (naleving van de wet). Van Putten gaat de noodzaak na van accountability mechanismen voor de internationale financiële wereld en welke structuur en mandaat de mechanismen zouden moeten hebben. Uit haar onderzoek blijkt dat de Wereldbank op een aantal cruciale punten niet goed functioneert. Op grond van de statuten mag de Bank zich niet mengen in binnenlandse aangelegenheden van landen waarin zij investeert, maar doet dat toch. Anderzijds wil de Bank zich, met een beroep op diezelfde statuten, niet uitspreken zodra mensenrechten worden geschonden tijdens de uitvoering van aan de Bank gerelateerde projecten. Zo was de Wereldbank betrokken bij het controversiële Narmada Dam project in India. Maatschappelijke organisaties vroegen de Bank, die accountability eist van landen waaraan de Bank leent, zelf eveneens haar verantwoordelijkheid te nemen. Zowel druk van buitenaf als interne ontevredenheid van de bewindvoerders over de uitwerking van Bankprojecten, maakten de tijdgeest rijp om een onafhankelijk Inspection Panel van drie leden (een Europeaan, een Noord-Amerikaan en een lid uit de ontvangende landen) op te richten. Daarmee was de Wereldbank de eerste MFI die haar deuren opende voor mensen die menen nadeel te ondervinden van door de Wereldbank gefinancierde projecten. Van Putten was tussen 1999 en 2004 lid van dit Inspection Panel, en beschrijft de opkomst, interne strijd en bevoegdheden van dit Panel in haar studie. Het Inspection Panel kent echter zijn beperkingen. Het mag zich uitsluitend uitspreken of het management van de Bank de eigen gedragslijnen en procedures is nagekomen. Indien het Panel constateert dat het niet naleven is veroorzaakt door de nationale of regionale overheid, dan mag het Panel zich daar niet over uitspreken. Het Panel heeft deze formele regel overigens genegeerd toen het aanliep tegen schendingen van mensenrechten bij de uitvoering van de aanleg van olievelden en een oliepijplijn in Tsjaad. Van Putten legde een vragenlijst voor aan specialisten werkzaam bij MFI's en uit de private (financiële) sector, experts van NGO's, en wetenschappers en onafhankelijke consultants. Zij waren het er in ruime meerderheid over eens dat accountability mechanismen noodzakelijk zijn. Problematisch wordt de immuniteit van de MFI's genoemd: zij kunnen voor haar activiteiten niet voor de rechter worden gedaagd. Een slechte ontwikkeling, vindt Van Putten: accountability gaat niet zonder transparantie. De wereldburger kan op dit moment alleen via accountability mechanismen zoals het Inspection Panel verhaal halen. Maar ook de private (financiële) sector ontkomt er niet aan om dergelijke onafhankelijke mechanismen (zoals klachtencommissies) in te stellen. Dan pas kan de wereldbevolking controle uitoefenen over kapitaalstromen en de mogelijke effecten daarvan. |