| Sedimentaire bekkens ontstaan als gevolg van daling van het aardoppervlak en leveren ons, behalve onder meer olie- en gasreserves en drinkwater, een schat aan informatie over de ontstaansgeschiedenis van de aarde. De patronen van bekkeninvulling worden bepaald door de interactie tussen tektoniek (verticale bewegingen) en klimaat (sedimentaanvoer, zeespiegelbewegingen): processen die ook ons huidige leefmilieu bepalen. Dit proefschrift gaat over de dynamische ontwikkeling van de sedimentaire bekkens rondom de Roemeense Karpaten, die gedurende het Mio-Plioceen (afgelopen 15 miljoen jaar) deel uitmaakten van een grote binnenzee, Paratethys. Met behulp van seismische data (verticale doorsnedes van de ondergrond) en numerieke modellering is vastgesteld dat deze periode gekenmerkt is door anomale verticale bewegingen van het aardoppervlak en grote zeespiegelbewegingen. In een deel van het oostelijk voorland van de Roemeense Karpaten, waar het voorlandbekken veel dieper (tot 13 km) en jonger is dan normaal, zijn drie fasen van bekkenontwikkeling onderscheiden: daling ten gevolge van de gebergtevorming; verdergaande daling na afloop van de gebergtevorming door het gewicht van het restant van een ondergedoken aardschol; opheffing van het gebergte en inversie van de westflank van het bekken door hernieuwde compressie. De waargenomen zeespiegeldaling en stijging van 200 meter die rond 5 Miljoen jaar geleden plaatsvond kan alleen verklaard worden als Paratethys in verbinding stond met de Middellandse Zee. Naast zeespiegelbewegingen blijken de opheffingssnelheid van de drempel en de stijfheid van de lithosfeer belangrijke factoren die het ontstaan van een verbinding tussen twee sedimentaire bekkens en de sedimentverdeling tussen beide bekkens die daarvan het gevolg is, bepalen. |