KNAW

Research

Do Endophenotypes bring us Closer in Understanding ADHD?...

Pagina-navigatie:


Update content


Title Do Endophenotypes bring us Closer in Understanding ADHD? Neuropsychological endophenotypes and their molecular genetic underpinnings in ADHD
Period 03 / 2004 - 05 / 2008
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1305157
Data Supplier Experimenteel-Psychologische Onderzoekschool - EPOS

Abstract

Much research has focused on the Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD). Results indicated that the disorder is highly influences by heritable factors (almost 80%). However, the exact genetic underpinnings have yet to be revealed. Molecular genetic research has been hampered by the heterogeneity of the disorder: many children with ADHD portray problems in inhibition, although not every child with ADHD does. This heterogeneity may indicate that (homogeneous) subtypes within the disorder may have (in part) a different genetic basis. Endophenotypes may come into play here and form useful tools for discovering risk genes. Endophenotypes form a link between the genetic make-up (genotype) of an individual and the observable behaviour (phenotype). Endophenotypes are theorized as forming underlying vulnerability traits that heighten the risk for developing the disorder. The aim of my PhD-thesis is to explore candidate neuropsychological endophenotypes of ADHD. I?m also interested to what extent endophenotypes translate to ADHD symptoms and if certain factors may come into play here. It will also be explored if candidate ADHD-endophenotypes also relate to comorbid disorders (such as behavioural problems, reading problems, motor coordination problems, anxious behaviour, and autistic traits) in order to gain insight into the unique and shared pathways leading up to disorders in childhood. Finally, a genetic basis for these endophenotypes will be explores through linkage and (whole genome) association. A characteristic of an endophenotype is that non-affected siblings of patients with ADHD also suffer from deficits in that endophenotype. This may relate to non-affected siblings carrying (some) susceptibility genes for ADHD, since non-affected siblings share about 50% of their genes with their affected siblings. Therefore, we investigated not only the neuropsychological functioning of children with ADHD, but also the neuropsychological functioning of their siblings. In cooperation with the International Multi-center ADHD Genes study (IMAGE) and the Radboud University Nijmegen, a total of 238 families participated in which at least one child suffered from ADHD. An additional 271 control families participated. The neuropsychological test battery consisted out of executive tasks (inhibition, visuo-spatial and verbal working memory), sense of timing, and motor functioning (control and timing of motor output). Results are presented in the list of publications.

Abstract (NL)

Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) wordt gekenmerkt door aandachtsproblemen, druk (hyperactief) en impulsief gedrag. De stoornis is in sterke mate erfelijk bepaald, waardoor vaak meerdere gezinsleden (kenmerken van) de aandoening vertonen. Echter, het vinden van ziektegenen is tot nu toe lastig gebleken, omdat er meerdere genen betrokken zijn met ieder slechts een klein effect op de aandoening. Mogelijk sterker erfelijk bepaald zijn de neuropsychologische functiestoornissen die vaak voorkomen bij patiƫnten met ADHD, zoals problemen in het remmen van gedragingen, moeite hebben met het onthouden van informatie en motorische problemen. Deze neuropsychologische functiestoornissen kunnen daarom mogelijk gebruikt worden om de erfelijke basis van ADHD verder te ontrafelen. Hiervoor werd een grootschalig internationaal onderzoek opgezet, waar de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met de Radboud Universiteit een belangrijke rol in speelde. Ruim 800 kinderen uit gezinnen met en zonder ADHD deden mee. Er werd DNA en een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek afgenomen. Resultaten tonen aan dat niet alleen kinderen met ADHD, maar ook hun broers en zussen zonder de aandoening neuropsychologische functiestoornissen kunnen vertonen, hoewel vaak minder ernstig dan hun aangedane broer of zus. Dit wijst er op dat, ondanks dat de broers en zussen de aandoening zelf niet hebben, zij wel een verhoogd (genetisch) risico hebben om ADHD te ontwikkelen en in hun functioneren kwetsbaarder kunnen zijn dan kinderen zonder genetisch risico voor ADHD. Daarnaast bleken de neuropsychologische functiestoornissen bruikbaar te zijn om nieuwe risicogenen voor ADHD te ontdekken, omdat de functiestoornissen veelal in sterkere mate erfelijk bleken dan ADHD.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. J. Oosterlaan
Supervisor Prof.dr. J.A. Sergeant
Co-supervisor Dr. J.B. Deijen
Doctoral/PhD student Dr. N.N.J. Lambregts-Rommelse

Classification

A74000 Mental health care
D23230 Neurology, otorhinolaryngology, opthalmology
D51000 Psychology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation