| Opvoedingstaken veranderen drastisch gedurende de peutertijd: naast verzorgen moeten ouders grenzen gaan stellen en hun kind normen en waarden bijbrengen. Marjolein Verhoeven volgde anderhalf jaar lang twee-ouder gezinnen vanaf het moment dat hun zoontjes 17 maanden oud waren. Ze ontdekte dat de manier waarop ouders opvoeden voornamelijk bepaald wordt door hun persoonlijkheid, de kwaliteit van de relatie en de sociaal-economische status van het gezin, maar ook door het gedrag van het kind: wanneer peuters een toename in opstandig en agressief gedrag lieten zien, leidde dit tot een hardere opvoedingsstijl (minder warmte en structuur, en meer gebruik van harde disciplineringtechnieken). De ontwikkeling van het kind lijkt de leidraad te vormen voor de ontwikkeling van opvoedkundig gedrag van ouders. Hoewel vaak wordt aangenomen dat opvoedkundige gedrag van moeders een belangrijkere rol speelt in de ontwikkeling van jonge kinderen dan dat van vaders, kwam dit niet uit het onderzoek naar voren. Opvoedkundig gedrag van de ene ouder versterkt juist de relatie tussen het gedrag van het kind en het opvoedkundige gedrag van de andere ouder; opvoeden doen ouders samen. |