KNAW

Onderzoek

Effecten van afnemende fosfaat- en stikstofeutrofiëring op Waddenzee en Noordzee-kustzone

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Effecten van afnemende fosfaat- en stikstofeutrofiëring op Waddenzee en Noordzee-kustzone
Looptijd 01 / 2005 - 12 / 2007
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1305856

Samenvatting

[Doel van het project]:
Project bestaat uit vijf deelprojecten
1 Vergelijking bestaande stofstroommodellen om verschillen, overeenkomsten, zwakke en sterke kenmerken te beschrijven. Doel hierbij is om de verschillen die bestaan tussen de verschillende modellen die bij enkele instituten in gebruik zijn in kaart te brengen, en aan te geven wat de betekenis is van die verschillen voor de modeluitkomsten.
2 - Aanpassen/uitbreiden stofstroommodel Waddenzee (Alterra). Doel hiervan is te komen tot een model waar de geconstateerde zwaktes (zie deelproject 1) zijn weggewerkt. Een model voor de Waddenzee is sterk gericht op het benthische systeem, en verschilt daarin van modellen voor de Noordzee en de NZ-kustzone.
- Aanpassen/uitbreiden stofstroommodel Noordzeekustzone (NIOZ). Doel hiervan is te komen tot een model waar de geconstateerde zwaktes (zie deelproject 1) zijn weggewerkt. In een model voor de Noordzee en de NZ-kustzone is de pelagische component belangrijk, evenals een eventuele gelaagdheid van de waterkolom.
- Uitvoeren modelstudie naar effect verdere reductie P- en N belasting op Waddenzee en Noordzee, op niveau van primaire en secundaire producenten. Hierbij wordt van de betreffende modellen gebruik gemaakt. Welke scenario s van belang zijn, is onderwerp van discussie met de opdrachtgever.
3 Beschrijven van de betekenis van veranderingen in Waddenzee en Noordzeekustzone voor vogels (eidereenden, scholeksters, zwarte zee-eenden), en de functie van een veranderende visserij in dit geheel.
- De uitkomsten van de simulaties uit deelproject 2 dienen te worden vertaald naar vogels. Voor scholeksters wordt gebruik gemaakt van de modellen (WebTics/Deplete) waarmee de respons op systeemniveau van scholeksters op een veranderende voedselvoorraad kan worden berekend. Voor eidereenden wordt gebruik gemaakt van het model Eider, waarmee de energiebalans van eidereenden gekoppeld wordt aan de grootte en aard van de voedselvoorraad. De beschrijving van hóe eiders gebruik maken van de voedselvoorraad gegeven de dichtheid van schelpdieren en de dichtheid (cq aantallen) van eidereenden moet worden beschreven. Dit vraagt literatuur- en modelstudie.
4 Beschrijving van de invloed van oesters op de voedselketen: kan er voedselconcurrentie optreden tussen oesters en andere schelpdieren?
- De karakteristieken van de oester (filtratiesnelheden, groeisnelheden, etc) worden in de ecosysteembeschrijving van de WZ opgenomen, en berekend wordt dat het effect kan zijn van grote oesterbiomassa s. De concurrentie tussen oesters en mosselen, kokkels etc om voedsel wordt geschat.
5 Beschrijving van het belang van mosselen voor de slibhuishouding van de Waddenzee
- In EVA is al een eerste schatting gemaakt van het belang van mosselen en dan vooral
- mosselbanken voor de nutriënthuishouding. Dit wordt nu verder uitgewerkt, waarbij de
- slibhuishouding de belangrijkste plaats krijgt. Samenwerking met NIOZ noodzakelijk.

Betrokken organisaties

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A12000 Oppervlaktewater en grondwater
D16800 Simulatie, virtual reality

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie