KNAW

Onderzoek

BO-02-005 Ruimtelijke Kwaliteit EHS en VHR

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel BO-02-005 Ruimtelijke Kwaliteit EHS en VHR
Looptijd 2005 - onbekend
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1306510

Samenvatting

Doel
Vragen waar dit thema zich op richt zijn: Wat is de benodigde ruimtelijke samenhang, omvang en draagkracht van natuurgebieden? , In hoeverre zijn de doelen ten aanzien van biodiversiteit te combineren met andere functies? , en Wat is de invloed van verstoring? .

Werkwijze
In het subthema Ruimtelijke samenhang EHS wordt onderzocht wat de invloed is van de omslag van verwerving naar beheer op de inrichting van robuuste verbindingen. Kunnen de beleidsdoelen voor de robuuste verbindingen worden bereikt met particulier en agrarisch natuurbeheer of zijn er aanpassingen nodig? In de Nota Ruimte en de Agenda Vitaal Platteland is aangekondigd dat de provincies, met behoud van de oorspronkelijke ambitie, de begrenzing van de EHS kunnen aanpassen, om daarmee de ruimtelijke samenhang te verbeteren. Onderzocht wordt hoe de ruimtelijke samenhang nog kan worden geoptimaliseerd in dit stadium van realisatie van de EHS. Met betrekking tot verstoring en natuurkwaliteit vindt onderzoek plaats naar de effecten van laagvliegen over natuurgebieden. Laagvliegen vindt bij voorkeur plaats in dunbevolkte gebieden, maar hier liggen nu juist vaak natuurgebieden, zoals de Waddenzee bijvoorbeeld.
Nederland stelt zich ten doel de biodiversiteit in stand te houden. Een klein deel van de circa 44.000 soorten die in Nederland voorkomen worden momenteel echter beschermd. In het subthema Vogel- en Habitatrichtlijnen wordt daarom verkend in hoeverre de doelsoorten en de beschermde gebieden representatief zijn voor de biodiversiteit. De doelen voor biodiversiteit kunnen niet worden bereikt in geïsoleerde Natura 2000-gebieden. De gebieden dienen ruimtelijk samen te hangen in een netwerk. Onderzocht wordt welke bijdrage de zogenaamde robuuste verbindingen leveren aan het vergroten van de ruimtelijke samenhang voor de doelsoorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn-(VHR-)gebieden. Daarnaast wordt de vraag onderzocht in hoeverre ruimtelijke samenhang altijd gewenst is; er kunnen ook soorten zijn waarvoor enige isolatie nodig is, bijvoorbeeld om kolonisatie van predatoren of vestiging van concurrerende soorten te voorkomen.
Het subthema Europees Ecologisch Netwerk richt zich op de vraag die op Europees niveau speelt naar een samenhangend netwerk van natuurgebieden. Zeker als ook de effecten van klimaatverandering worden beschouwd, is het belangrijk om te weten hoe verschuivingen in de areaalgrenzen van soorten zo goed mogelijk kunnen worden opgevangen. Nu al blijken vooral soorten met een goed verspreidingsvermogen en een brede habitatkeuze zich naar het noorden uit te breiden. Hoe moet de ruimtelijke structuur van natuurgebieden worden aangepast om ook ruimte te bieden aan soorten met minder verspreidingsvermogen en zogenaamde habitatspecialisten? Binnen Nederland speelt de vraag in hoeverre de robuuste verbindingen in staat zullen zijn de effecten van klimaatverandering op te vangen.

Resultaten
De resultaten van het onderzoek uit dit thema zijn van belang voor het ministeries van LNV, V&W, VROM, Provincies, Gemeentes, IPO, ProRail, particuliere initiatiefnemers rond Natura 2000, terreinbeherende organisaties, soort(en)beschermende organisaties, European Centre for Nature Conservation (ECNC), Europese Commissie, DLG en agrarische natuurverenigingen.

Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Samenvatting (EN)

Policy objectives:
The theme is focused on the quality of the Dutch ecological network including robust ecological corridors. These corridors were added to the ecological network to enhance connectivity between regions. A second focus is on quality of the Dutch contribution to the European network of Natura2000 sites.

Knowledge requirements:
The robust ecological corridors are to be realized by 2018. Several social and political questions have been raised concerning the implementation of robust corridors in the landscape. For instance will there be extra safety risks involved when large mammals are allowed to move freely in the landscape? Will robust ecological corridors help to adapt nature to the effects of climate change? How should a ecologically functioning network be designed on an European level?
The implementation of the European Birds and Habitats Directive at the regional level raises several questions such as on the significance of effects of land use and recreation on conservation values, costs and benefits of management measures and opportunities and threats of spatial planning legislation on conservation status.

Knowledge objectives:
· A risk assessment of effects of climate change on biodiversity values within the Dutch ecological network and Natura2000 sites in relation to a.o. sensitivity of species to fragmentation
· A knowledge system for ecological information of Natura2000 sites to be used in the process of implementation at the regional level (management plans)
· A study on possible effects of free roaming red deer on road safety, animal health and agricultural crops to be anticipated in robust ecological corridors
· An overview of opportunties to strengthen the conservation status of Natura2000 sites and the Dutch ecological network through spatial planning legislation
· State of the art of knowledge on the impact of recreation on Natura2000 habitst and species
· A methodology to estimate the ecological effectivity of projects aimed at nature development
· A quick scan on possibilities of cost-benefit analyses for the implemenentation of Natura2000 objectives
· An analysis of success factors in projects aimed at the defragmentation of habitats

Publications of this programme are available Here

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Ir. C.M.A. Hendriks

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A14000 Natuur en landschap
D22400 Ecologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie