KNAW

Onderzoek

Landschap en maatschappelijke/ruimtelijke ontwikkelingen

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Landschap en maatschappelijke/ruimtelijke ontwikkelingen
Looptijd 01 / 2005 - 12 / 2005
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1306518

Samenvatting

[Aanleiding]:
Het Nederlandse landschap is ontstaan door een intensieve en eeuwenoude wisselwerking tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving.. Het behoud van de kernkwaliteiten van het landschap hangt dan ook mede af van de manier waarop de samenleving zich ontwikkelt en de manier waarop deze ontwikkelingen ruimtelijk worden vormgegeven en gestuurd. Ontwikkelingen in de samenleving spelen hierbij op twee manieren een rol: Enerzijds hebben de ontwikkelingen een ruimtelijk effect: Behoefte aan voedselveiligheid kan de komst van agro-businessparken versnellen en de noodzaak van waterberging kan leiden tot meer natte natuur. Anderzijds verandert ook de maatschappelijke vraag naar landschap als gevolg van de veranderende samenleving. Meer ouderen leidt tot meer behoefte aan recreatievoorzieningen en tweede woningen woningen. Intensivering van de vrijetijdsbesteding en de behoefte aan fun leidt tot commercialisering van het landschap. Al deze ontwikkelingen beïnvloeden de kansen voor het behoud van de kernkwaliteiten van het landschap maar leiden ondertussen ook tot een andere invulling van deze kwaliteiten. Waar de belevingswaarde van landschappen nu sterk gericht is op stilte, rust en ruimte heeft de toekomstige generatie misschien meer behoefte aan snelle landschappen vol spanning en uitdaging.
In het verleden zijn al diverse studies gedaan naar mogelijke veranderingen in het ruimtegebruik. De nadruk lag daarbij vaak sterk op de economische krachten die via landbouw en mobiliteit tot veranderende landschappen leiden. Een belangrijke uitkomst hierbij was dat de variatie in economische ontwikkeling te klein is om een grote variatie in de effecten op landschap te laten zien (zie o.a. de Natuurverkenning 2). In deze studie komt de nadruk daarom meer te liggen op de sociaal-culturele veranderingen en hun invloed op de maatschappelijke vraag naar een beleefbaar landschap. Door confrontatie van deze vraag met scenario s over autonome ruimtelijke ontwikkelingen kunnen kansen en bedreigingen die voortkomen uit deze ontwikkelingen tijdig onderkend worden en wordt duidelijk hoe binnen het landschapsbeleid hierop geanticipeerd kan worden om zowel de kernkwaliteiten van het landschap zoveel mogelijk te behouden alsook het draagvlak hiervoor onder de bevolking. Dit helpt de directie Platteland om strategisch voorbereid te zijn op de ontwikkeling in beleving en gebruik van het landschap en de ruimtelijke consequenties hiervan.
Met de komst van de Nota Ruimte en de Agenda Vitaal Platteland is het landschapsbeleid aan vernieuwing onderhevig. Het rijk beperkt zich daarbij in het specifieke landschapsbeleid tot de Nationale Landschappen met een sturende en financierende rol. In het generieke beleid zet het rijk in op stimuleren en faciliteren waarbij het begrip basiskwaliteit van het landschap een belangrijke rol speelt. In beide sporen wil het rijk op hoofdlijnen sturen met kennis.
[Doel van dit project]:
Inventariseren van kansen en bedreigingen voor het landschap die voortkomen uit verwachte maatschappelijke ontwikkelingen van de komende 25 jaar.
Een aantal concrete landschappen zullen in de studie als voorbeeldcase fungeren. Over deze cases worden in een reeks van workshops scenario s opgesteld op basis waarvan de belangrijkste kansen en bedreigingen worden geïnventariseerd. Allereerst worden 3 scenario s ontwikkeld over relevante maatschappelijke ontwikkelingen die sturend zijn voor het toekomstige gebruik van het landschap. Bijvoorbeeld een hedonistisch scenario met een grote nadruk op fun en een grote behoefte aan spectaculaire landschappen (Disney-landschappen). Bij de ontwikkeling van deze scenario s wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds beschikbare kennis op dit gebied. Daarnaast worden op basis van bestaande kennis (bv de CPB scenario s of de scenario s van het MNP) ruimtelijke scenario s geformuleerd over de verwachtte autonome ontwikkeling van de voorbeeldgebieden. Op deze manier ontstaan 3 ruimtelijke aanbodscenario s en 3 maatschappelijke vraagscenario s.
Op landschapsnivo worden deze scenario s daarna met elkaar geconfronteerd. Onderzocht wordt in hoeverre de ruimtelijke en maatschappelijke scenario s te combineren vallen. Welke kansen liggen er om een aantrekkelijk landschap te behouden of te verkrijgen, welke bedreigingen bestaan hierbij en hoe kan het beleid voorsorteren op deze kansen en bedreigingen. Om hier inzicht in te krijgen worden de uitkomsten gevisualiseerd voor de gekozen landschappen. Deze visualisaties zijn vooral een communicatiemiddel, zowel binnen het project (als inspiratie voor de workshops over de scenario s) als extern, als voorbeelden van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Een voorbeeld van zo n visualisatie is dat volgens één van de ruimtelijk scenario s het Groene Hart drastisch vernat zal worden terwijl volgens een maatschappelijke scenario er grote behoefte aan fun en spectaculaire landschappen bestaat. Deze ontwikkelingen vallen goed te combineren door de vernatting en waterbergingsopties te combineren met spectaculaire survivalervaringen of het aanleggen van een wildwater-kanoroute waarbij een noodgemaal zorgt voor een verval van enkele meters.
De uitkomsten van de scenario-studies en de visualisaties worden daarna in workshops gebruikt als input om de beleidsimplicaties te schetsen. Voor deze workshops worden ook regionale beleidsmakers uitgenodigd om ook hun expertise optimaal te benutten. Een optie is om de visualisaties ook voor te leggen aan enkele potentiële gebruikersgroepen vanuit de bevolking. Het onderzoek zal zich concentreren op een klein aantal case-studies. Het ligt voor de hand om hierbij enkele Nationale Landschappen te kiezen. Gedacht wordt ondermeer aan het Groene Hart vanwege de stapeling van ruimtelijke en sociale dynamiek. Bij de kick-off bijeenkomst worden nadere beslissingen genomen over de keuze van en het aantal case-studies, de specifieke scenario s en de evt. raadpleging van burgergroepen.
[Fasering]:
1. Verdere uitwerking probleemstelling met opdrachtgever, keuze case-studies (jan)
2. Quick scan bestaande verkenningen en scenario s (feb)
3. Workshop met beleidsmakers over focus en inhoud van de scenario s (mrt)
4. Ontwikkelen maatschappelijke en ruimtelijke scenario s incl. workshops (mrt-mei)
5. Combineren maatschappelijke en ruimtelijke scenario s (mei-jun)
6. Visualisatie uitkomsten (jun-aug)
7. Inventariseren beleidsimplicaties mbv o.a. regionale workshops (sep-okt)
8. Formuleren kansen, bedreigingen, rapportage, presentaties (nov-dec)
[Resultaten en kennisoverdrachtactiviteiten]:
Inzicht in kansen en bedreigingen voor de kernkwaliteiten van het toekomstige landschap. Workshops over toekomstige ontwikkelingen en de beleidsimplicaties hiervan. Visualisering ruimtelijke consequenties. Inzicht in visie burgers. Rapportage en presentaties.
Communicatie:
De workshops met beleidsmakers nemen een belangrijke plaats in binnen het project en zijn de belangrijkste vorm van communicatie. De visualisaties van de uitkomsten vormen een belangrijk intern en extern communicatiemiddel

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Dr. A.E. Buijs

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A61000 Ruimtelijke ordening
D61000 Sociologie
D65000 Planologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie