KNAW

Research

BO-02-008 Food ecology of Harbour and Grey Seals

Pagina-navigatie:


Update content


Title BO-02-008 Food ecology of Harbour and Grey Seals
Period 2005 - unknown
Status Current
Research number OND1306537

Abstract

Policy objectives department Agriculture, Nature and Food Quality, social problem and policy context
The central theme of this cluster of projects is a sustainable development and management of the ecosystems of the Dutch marine waters: North Sea, Wadden Sea and Delta Region. A proper equilibrium between use and ecological functioning is high on the political agenda. The emphasis lays upon collecting data through field, laboratory and literature research, and the development of products to make this knowledge permanently available to ministerial decision makers and managers.
Important guidance is obtained from the European Water, Bird and Habitat Directives, Spatial Planning and Integrated Management Plan North Sea 2015, European Marine Strategy, and Trilateral and Bilateral agreements on the Wadden Sea and the Western Scheldt.

Knowledge requirements
For 2008 the following topics have been prioritized:
Insufficient knowledge is available for sustainable management of mussel seed fisheries and mussel farming in the western Wadden Sea. What are the nature values of wild sublitoral mussel beds as compared with culture plots.
How sustainable are the other types of fisheries in the Wadden Sea. What is the distribution and effect of the intensive shrimp fisheries and the other smaller fisheries.
What is the cause of the increased numbers of porpoises in the Dutch coastal zone. How many porpoises use this zone, what is their diet and feeding ecology. How many drawn every year and how can this be prevented, e.g. by the use of appropriate pingers.
What parameters may be used to describe a sustainable Western Scheldt Estuary and how cab these parameters be monitored.
Can re-seeding of cockles from the Western Scheldt to the Eastern Scheldt enhance production and what are the effects on the ecosystem.
Are the nature values of closed areas in the Delta region improving, and if so, is the improvement related to the closure.
Big changes have been observed in the Wadden Sea, especially in the distribution of shell fish. Does this influence the carrying capacity for a number of birds, and can we still meet the objectives of this Natura 2000 area.

Knowledge objectives
To determine the possibility for the development of older sublitoral mussel beds and the nature values of these beds, also for the ecosystem as a whole. To determine the effects of mussel seed fisheries on these values.
To determine the intensity, location and effects of shrimp fisheries and a number of small type fisheries in the Wadden Sea.
To indicate the possibilities of achieving a healthy estuarine ecosystem for the Western Scheldt using different reference situations. To define knowledge gaps and to set up a coordinated Dutch-Belgium research package.
To determine the number of porpoises in the Dutch coastal zone, to investigate their food ecology, and to establish the number causes of strandings. To compare different pingers and experiences in other North Sea countries with pingers.
To establish the possibilities and effects of re-seeding cockles in the Delta region.
To investigate the (changing) nature values of closed and non-closed areas.
And to carry out research on the carrying capacity for some selected birds in the Dutch Wadden Sea, where the composition of the shell fish fauna has changed significantly during the last decade.


Publications of this programme are available Here

Abstract (NL)

Doel:
Beleidsstreven in een steeds drukker wordende zee is realisering van duurzaam gebruik met de nadruk op het in balans brengen van visserij en ecologische doelen, een goede ruimtelijke planning met functiecombinaties, en handhaving van de veiligheid met behoud of vergroting van de natuurlijke processen. In dit programma wordt kennis in de  en  disciplines ontwikkeld en gebundeld om samen met betrokken LNV Directies beleidsopties uit te werken gericht op een duurzame balans tussen ecologie en economie met betrekking tot het zoute water in Nederland, met name Noordzee, Waddenzee en Deltagebied.
Voor 2008 ligt de nadruk van de LNV vragen op duurzame schelpdiervisserij: PRODUS voor mosselcultuur in de Waddenzee en buitendijkse kokkelkweek in de Oosterschelde. Op een duurzame inrichting van de Westerschelde en de effectiviteit van gesloten gebieden in de Delta. Op een duurzame visserij in de Waddenzee en de draagkracht voor vogels in dat gebied en de Noordzee kustzone. En op bruinvissen, hun aantallen, voedsel en het voorkomen van strandingen, o.a. door verdrinking in staandwant visserij. Het thema is er op gericht om middels strategisch onderzoek kennis te vergaren ter ondersteuning van het verder ontwikkelen van natuurbeleid voor de zee en ter ondersteuning van te nemen maatregelen bij het concretiseren van natuurbeleid. Ook dient het als basis voor het internationale overleg (EU, Mariene Strategie, OSPAR, Trilateraal en Bilateraal overleg). Daarnaast worden specifieke bij de regiodirecties levende vragen opgepakt en zo veel mogelijk beantwoord. Maatschappelijke thema s als duurzaamheid, productie en bescherming staan hierbij in 2008 centraal.

Kennisbehoefte

- Er is onvoldoende kennis beschikbaar over de natuurwaarden in de delen van de Waddenzee die permanent onder water staan (sublitoraal; habitattype H1110, subtype A) om een duurzaam gebruik van dit natuurgebied in te kunnen vullen. De beleidsopgave voor de toekomst met betrekking tot de schelpdiervisserij is gelegen in de ontwikkeling van een economisch rendabele exploitatie van de schelpdierbestanden die tegelijkertijd de natuurwaarden in het systeem respecteert en waar nodig versterkt.
- Ook zijn er vragen over de overige visserij in de Waddenzee. Met name de duurzaamheid van de garnalenvisserij en diverse kleinschalige visserijtypen, bijvoorbeeld in relatie tot bijvangst of bodemberoering, is nog onbekend.
- De afgelopen jaren is het aantal bruinvissen voor de Nederlandse kust sterk toegenomen. Ook het aantal strandingen van dode bruinvissen neemt toe, en een essentiƫle vraag is of dit meer dan 1% van de populatie betreft, in welk geval Nederland verplicht is maatregelen te nemen. Er is behoefte om meer te weten over de werkelijke aantallen bruinvissen, hun voedsel behoefte en dieet en over het aantal strandingen en de oorzaken daarvan. Ook wil men weten hoe het aantallen verdrinkingen in staand want kan worden verminderd, bijvoorbeeld door het inzetten van geschikte pingers.
- Voor de Westerschelde is de vraag in welke parameters de duurzaamheid van dit estuariene systeem is uit te drukken en hoe dat te meten is.
- Leidt het verplaatsen van kokkelbroed uit de Westerschelde naar stabielere delen van de Oosterschelde tot oogstbare productie en wat zijn de effecten van een dergelijke activiteit op het bodemleven zowel in het brongebied in de Westerschelde als in het doelgebied in de Oosterschelde.
- In de Delta zijn een aantal gebieden gesloten voor bepaalde visserij activiteiten. Wat is het effect van deze sluitingen op de toestand van karakteristieke bodembiotopen en de geassocieerde fauna, welke factoren zijn bepalend voor de ontwikkelingen of het herstel en in hoeverre kan dit worden toegeschreven aan de gebiedssluiting.
- Op dit moment is er geen eenduidig antwoord op de ontwikkeling van de draagkracht van de Waddenzee en aangrenzende kustzone voor verschillende vogelsoorten. Een verandering of opschaling van de schelpdiercultuur zou mede van invloed kunnen zijn op deze draagkracht. Voor een aantal vogelsoorten, voornamelijk schelpdiereters, geldt een verbeterdoelstelling vanuit Natura 2000. Middels onderzoek dient te worden aangegeven wanneer de draagkracht van de Waddenzee beperkend wordt i.r.t. de instandhoudings-/verbeterdoelen.

Kennisopdracht

- Voor de Waddenzee: het vaststellen of zich meerjarige sublitorale mosselbanken en samenhangende natuurwaarden kunnen ontwikkelen bij afwezigheid van zaadvisserij, het onderzoeken van het verband tussen zaadvisserij en zaadval in latere jaren, het aangeven van de huidige sublitorale natuurwaarden en het vaststellen van de verschillen in natuurwaarden tussen mosselpercelen en natuurlijke banken. Ook dienen de mate, verspreiding en effecten van garnalenvisserij, en van een aantal kleinere typen visserijen in kaart te worden gebracht. Speciale aandacht wordt daarbij gevraagd voor de cumulatieve effecten van de diverse visserijen in de Waddenzee.
- Bepaal het aantal bruinvissen in de Nederlandse kustzone, hun dieet en voedselecologie en het aantal strandingen per jaar. Wat is het percentage bijvangsten in visnetten en hoe is daar met bijvoorbeeld pingers wat aan te doen, hierbij dienen ook de ervaringen in het buitenland meegenomen te worden.
- Bepaal de kennisbehoefte en de te monitoren parameters in de Westerschelde om op termijn te kunnen komen tot een gezond en duurzaam estuarium. Welke technieken zijn er om deze parameters te selecteren en stel een monitoringssysteem op om de kwaliteiten te meten die relevant zijn voor een duurzaam en robuust ecologisch systeem in dit gebied.
- Onderzoek de effectiviteit van de sluiting van gebieden voor de visserij in de Voordelta, Westerschelde en Oosterschelde. Onderzoek de natuurontwikkeling in de gesloten gebieden en in geschikte referentiegebieden waar wel wordt gevist. En schat de bijdrage van klimatologische, ecologische en antropogene veranderingen aan deze ontwikkelingen.
- Wat zijn de mogelijkheden en effecten van het verzaaien van kokkelbroed uit de Westerschelde naar de Oosterschelde.
- Stel zo goed mogelijk de limieten vast aan de draagkracht voor vogels: Toppereend, Zwarte Zee-eend, Eider, Scholekster, Steenloper en Kanoet en geef aan hoe de verschuiving van het schelpdierbestand in de Waddenzee richting Japanse Oester en Ensis hierop van invloed kan zijn.

Werkwijze
Methode in de aanpak
Afhankelijk van het project worden de antwoorden op de door diverse LNV directies gestelde vragen verkregen door veld-, laboratorium- of literatuuronderzoek. In nauwe afstemming met de opdrachtgever worden adequate productdefinities opgesteld en worden de methoden op de op te leveren producten afgestemd. Datavastlegging en (ook latere) toegankelijkheid van het product speelt daarbij een belangrijke rol. In principe zijn rapporten en verzamelde data gratis beschikbaar voor iedereen, over de wijze hoe dit wordt geƫffectueerd worden per project afspraken gemaakt. Waar nodig worden ook modellen ontwikkeld voor het doen van beleidscenario berekeningen. De methoden verschillen per project en voor details wordt naar het betreffende projectvoorstel verwezen.

Communicatieplan
De communicatie van de onderzoeksresultaten verloopt via diverse lijnen: KennisOnline (website, magazine en e-news), het model instrumentarium EMIGMA waar vele data van het mariene onderzoek overzichtelijk worden opgeslagen en toegankelijk gemaakt voor de beleidsmedewerkers en via communicatie activiteiten binnen de projecten zelf.

Resultaten
De belangrijkste doelgroepen zijn ministeries van LNV en V&W.

Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Prof.dr. H.J. Lindeboom

Related research (upper level)

Classification

A12000 Surfacewater and groundwater
D15600 Hydrospheric sciences

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation