| Annika Smits onderzocht de woonkwaliteit en woonlocaties van volwassen kinderen in Nederland. Ze bracht daarvoor de woonkwaliteit en -locatie van de kinderen in verband met die van de ouders. Smits concludeert onder meer dat de kans op een eerste koopwoning groter is voor kinderen die opgroeiden in een koopwoning dan voor kinderen van wie de ouders vroeger huurden. Ook de WOZ-waarde van kinderen is hoger naarmate die van hun ouders ook hoger is. Volgens haar komt dit doordat ouders onder andere spaargeld inzetten om hun kind aan een betere woonkwaliteit te helpen, en doordat ouders vaak een rolmodel zijn voor hun kind. Een gevolg is dat bestaande ongelijkheden op de woningmarkt worden doorgegeven aan toekomstige generaties. Ook hangen de woonlocaties van ouders en kinderen met elkaar samen: bij een toegenomen steunbehoefte komen verhuizingen van ouders richting hun kind en van kinderen richting hun ouders vaker voor. Een recente echtscheiding en inkomensdaling van het kind verhogen de kans om bij ouders in te trekken, vooral voor mannen. Andersom hebben recent gescheiden ouders een verhoogde kans om bij hun volwassen kind in te trekken. |