| Als je een verhaal vertelt in een andere taal, zijn grammaticale vormen uit je moedertaal van invloed op de manier waarop je informatie ordent, concludeert promovenda Suzan van Ierland. Een van de oudste manieren waarop we taal gebruiken is door het vertellen van verhalen (narratieven) en het beschrijven van gebeurtenissen. Vertellers gebruiken daarbij een eigen stijl. Van Ierland constateert: verhalen van verschillende vertellers met dezelfde moedertaal vertonen opvallende overeenkomsten, terwijl verhalen van sprekers met verschillende moedertalen duidelijk verschillen. Sterke overeenkomsten in structuur van twee talen kunnen voordelig zijn in de tweedetaalverwerving van bijvoorbeeld woordenschat en grammatica, maar zijn geen garantie voor een succesvolle verwerving van informatiestructuur in de tweede taal. In het onderwijs in een tweede taal is daarom extra aandacht nodig voor de informatiestructuur, in het bijzonder woordvolgorde, werkwoordstijden en aspect (is iets nog bezig, afgerond, en dergelijke). |