[Doel]: Doelstelling van het onderzoek is een antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen zoals deze door LNV zijn geformuleerd: - Is het 15 mol criterium een goede generieke maat voor depositie van NH3 op de rand van een natuurgebied, waarbij geen significant effect optreedt bij emissie vanuit een individueel bedrijf, rekening houdend met achtergronddepositie en andere emissie in de omgeving? - Zijn er andere methodieken denkbaar waarmee kan worden bepaald of emissies van een bedrijf leiden tot significante gevolgen voor NH3-gevoelige natuur? (rekening houdend met achtergronddepositie en emissie uit de omgeving) - denk daarbij bijvoorbeeld aan het Duitse model. - In hoeverre is het zinvol nationaal te differentiëren (windrichting, klei-zand) als het gaat om normering van significante effecten van veehouderijen op NH3-gevoelige natuur? [Werkwijze]: Uitwerking onderzoeksvraag 1 Is het 15 mol criterium een goede generieke maat voor depositie van NH3 op de rand van een natuurgebied, waarbij geen significant effect optreedt bij emissie vanuit een individueel bedrijf, rekening houdend met achtergronddepositie en andere emissie in de omgeving? Voor het vinden van een antwoord op onderzoeksvraag 1 wordt de volgende werkwijze voorgesteld: 1. Kwantitatieve analyse A. Selectie van 5 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden die we ook in de studie Analyse van de situatie van geselecteerde VHR-gebieden in relatie tot ammoniakemissie en depositie hebben gebruikt. In overleg met de opdrachtgever zullen we deze selectie uitvoeren. B.Het doorrekenen van een aantal scenario s: B1. Bepalen van de critical loads per natuurgebied en de mate van overschrijding. Er kan onderscheid gemaakt worden in de critical loads van: B2. de huidige vegetaties (concrete natuurwaarden, instandhoudingsdoelstelling) B3. de natuurdoeltypen (na te streven doelstelling) 2. Secundaire analyse Deze analyse zal meer een in de vorm van een beschouwing worden gepresenteerd waarin vanuit de verschillende standpunten gekeken wordt naar de resultaten van de kwantitatieve analyse uit stap A1. Centraal staat de vraag of de berekende depositietoenames een significant negatief effect hebben op de aanwezige of beoogde natuur (natuurdoeltypen). Uitwerking onderzoeksvraag 2 Zijn er andere methodieken denkbaar waarmee kan worden bepaald of emissies van een bedrijf leiden tot significante gevolgen voor NH3-gevoelige natuur? (rekening houdend met achtergronddepositie en emissie uit de omgeving) - denk daarbij bijvoorbeeld aan het Duitse model. Uitwerking onderzoeksvraag 3 In hoeverre is het zinvol nationaal te differentiëren (windrichting, klei-zand) als het gaat om normering van significante effecten van veehouderijen op NH3-gevoelige natuur? Om deze vraag te beantwoorden zullen we een aantal aspecten uitwerken die in de praktijk afwijken van het generieke beleid op basis waarvan nationaal differentiëren zinvol kan zijn. We zullen expliciet kijken naar de windrichting, de landruwheid (opvang door bomensingels e.d), de hoogte van critical loads van de natuurdoeltypen en de mate van onder- of overschrijding. De beantwoording van deze vraag zal ook in beschouwende vorm worden gepresenteerd waarbij we de effecten van de verschillende aspecten zo goed mogelijk kwantificeren. [Resultaten]: Het resultaat van deze studie zal bestaan uit een Alterra-rapport met daarin beschreven de context van het onderzoek, de gevolgde werkwijze, bespreking en presentatie van de resultaten en conclusies en aanbevelingen. Het rapport zal digitaal worden opgeleverd in pdf-formaat. Indien wenselijk kan het rapport tegen productiekosten ook als rapport worden gedrukt.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |