[Doel]: In 2005 wordt een verkenning uitgevoerd naar nieuwe verontreinigingen. Het resultaat van deze verkenning komt in het vierde kwartaal van 2005 gereed. Vooruitlopend op dit resultaat van deze verkenning wordt aangegeven dat zowel nieuwe stoffen als bekende stoffen die door (nieuwe) landbouwkundige ontwikkelingen op termijn de bodem kunnen belasten en weg kunnen lekken naar grond- en oppervlaktewater de aandacht blijven vragen. Deze landbouwkundige ontwikkelingen betreffen emissiebesparende maatregelen die echter een afwenteling op de landbouw van nu nog onverdachte stoffen (S) geven of een toename van stoffen via een andere route dan veevoederadditieven (Se). Ook productie van groene energie (biogas) levert producten op die in de landbouw afgezet worden (co-vergiste mest). Dit geeft een risico op een verhoogde belasting met organische microverontreinigingen (dioxines, PCB s, PAK s, hormoonverstoorders, residuen diergenees¬middelen) en anorganische microverontreinigingen. De intensieve veehouderij leidt tot een aanvoer van hormonen en diergeneesmiddelenresiduen (waaronder ontwormingsmiddelen en antibiotica) naar de bodem. Nieuw op de markt te brengen diergeneesmiddelen worden tegenwoordig gescreend op hun milieueffecten. Het lot en de risico s van oudere, maar nog wel toegelaten diergeneesmiddelen en hun effect op de bodemkwaliteit in Nederland zijn niet afdoende bekend. Het doel van het onderzoek in 2006 is om na afstemming met de begeleidingscommissie een aantal cases over potentiële mogelijk prioritaire stoffen uit te voeren waarbij een verdieping gegeven wordt over de mate van de verontreiniging en de mogelijke effecten op de bodemkwaliteit en het risico op weglekken naar grond- en oppervlaktewater. [Methode]: Het onderzoek wordt uitgevoerd door middel van bureaustudies waarbij experts binnen WUR worden geraadpleegd. Bij de studie wordt gebruik gemaakt van algemeen toegankelijke gegevensbronnen. De studie bestaat uit de volgende stappen: 1. Evaluatie rapportage nieuwe verontreinigingen 2005 2. Selectie van prioritaire nieuwe verontreinigingen en cases 3. Verzameling van geselecteerde stoffen op basis van beschikbare gegevens 4. Beoordeling van verzamelde gegevens 5. Vaststellen van lacunes in kennis. 6. Opstellen conceptrapportage 7. Bespreking van conceptrapportage met begeleidingsgroep 8. Opstellen eindrapport Het onderzoek gaat niet in op gewasbeschermingsmiddelen of GGO. Evenmin wordt empirisch onderzoek uitgevoerd. [Resultaten en producten]: Het resultaat van de bureaustudie wordt in een rapport vastgelegd. - aanwijzen van prioritaire nieuwe verontreinigingen - 1 februari 2006 - aanwijzen van cases - 1 maart 2006 - verzameling van gegevens over geselecteerde nieuwe verontreinigingen - 1 augustus 2006 - beoordeling en evaluatie van verzamelde gegevens - 1 september 2006 - oplevering conceptrapportage - 1 oktober 2006 - oplevering rapport - 1 december 2006. [Doorwerking van resultaten]: Het resultaat geeft een voorschrijdend inzicht in nieuwe risico s die de bodemkwaliteit bedreigen. Het resultaat ondersteunt beleid bij het nemen van maatregelen voor het veiligstellen van de voedselveiligheid en de diergezondheid, het verbeteren van de bodemkwaliteit en het realiseren van de gewenste (water)bodemkwaliteit. |