Doel: In het Beleidsprogramma van het kabinet wordt integraal watermanagement prominent op de agenda gezet. Het gaat met name om kwaliteit, kwantiteit en de samenhang met het plattelands, natuur, landbouw en visserijbeleid. De KRW en WB21 zijn de pijlers in de gezamenlijke aanpak (Rijk en regio) van het opstellen van de stroomgebiedbeheersplannen (een verplichting uit de KRW). Het jaar 2008 zal in het in het teken staan van het voorbereiden van de eerste generatie stroomgebiedbeheersplannen (2009-2015). De voorstellen worden in de regio opgesteld (gemeenten, waterschappen, provincies). Besluitvorming is voorzien in 2009. De staatssecretaris van VenW is verantwoordelijk voor de plannen die naar Brussel worden gezonden; de andere bestuurslagen zijn verantwoordelijk voor de doorwerking naar waterplannen van resp. provincie, waterschap en gemeente. LNV is betrokken bij de voorbereiding en besluitvorming op regionaal en nationaal niveau. De resultaten van onderhavig beleidsondersteunend onderzoek kunnen worden aangereikt aan andere overheden en sectororganisaties in de fase van de planvorming in de gebieden; ze worden daarnaast benut bij de formulering van LNV-standpunten. Een belangrijk deel van de resultaten is met name van belang voor de periode na 2009.
In het kort betekent dit voor LNV dat: · Er een zodanige implementatie van de Kaderrichtlijn Water en WB21 plaatsvindt dat alle LNV- sectoren over voldoende en voldoende schoon water kunnen beschikken. Dit levert een bijdrage aan de opgave die LNV heeft ten aanzien van het realiseren van een vitaal platteland. · De implementatie dient haalbaar en betaalbaar te zijn · LNV-doelen moeten passen in het waterbeleid. Concreet voor de KRW betekent dit dat de stroomgebiedbeheersplannen die in 2009 tot stand komen LNV-proof moeten zijn. · Gestreefd wordt naar een integrale aanpak van de wateropgaven. Waar mogelijk wordt koppeling gezocht met de uitvoering van plannen op andere beleidsterreinen zoals de aanleg van de EHS, duurzame landbouw en versterking van landschap en recreatie. · Bij het subthema ruimte voor de rivier gaat het om een adequate bescherming tegen overstromingen en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in het rivierengebied
Kennisbehoefte in 2008 Voor de korte termijn is, met het oog op het beoordelen en verfijnen van de in 2008 te ontwikkelen stroomgebiedbeheersplannen, veel en uiteenlopende kennis nodig, o.a. over effecten en effectiviteit van maatregelen (kosten, effecten op milieu en maatschappij, ruimtelijke impact), relaties met andere beleidsdoelen en beleidsnormen (Natura 2000, GGOR, mestbeleid) en de doorwerking van klimaatverandering op keuzen voor doelen en maatregelen voor de KRW. Het jaar 2008 zal volgens de planning in het teken staan van de voorbereiding van de besluitvorming van de beheersplannen in 2009. De kennisbehoefte is navenant. Zeker is dat draagvlak en communicatie gaande het proces van implementatie steeds meer in de belangstelling zullen staan.
In het werk- en besluitvormingsproces tot 2009 is daarom tijdige beschikbaarheid van kennis cruciaal, met name in de regio. In 2008 gaat het met name om kennistransfer naar de regio over uitvoering van NBW-maatregelen en over een klimaatadaptieve inrichting van gebieden. Tenslotte vraagt de uitvoering van maatregelen in het kader van het PKB-project Ruimte voor de Rivier om kennisontwikkeling en -input om te komen tot een goed onderbouwde kosteneffectieve prioritering van maatregelen en uitvoeringsprojecten.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link |