Doel: Het ontwikkelen van een beheersingsstrategie van valse meeldauw geschikt voor de biologische teelt van zonnebloemen.
Werkwijze: Dit probleem wordt sterk gevoeld door de sector (diverse ketenpartijen). In samenwerking met de sector zal een beheersingsstrategie worden ontwikkeld. Wanneer veldproeven uitgevoerd worden, zal dit zo veel mogelijk op praktijkpercelen plaatsvinden. De sector (zowel gangbaar als biologisch) werkt mee aan kennisuitwisseling rond dit onderwerp, mede door organisatie van excursies naar de veldproeven.
In 2007 is er een PT project gehonoreerd waarin alternatieve middelen zijn onderzocht en de epidemiologie van de valse meeldauw. De hierin ontwikkelde kennis is zowel toepasbaar voor gangbare als biologische telers.
Onderdeel 1 (januari 2008 december 2008): Uit onderzoek in 2006-2007 is gebleken dat met de ontwikkelde biotoets waarschijnlijk een goede weergave is te geven van de ziektedruk van een perceel. De biotoets zou gebruikt kunnen worden om het risico op valse meeldauw te voorspellen . Het kan voor telers interessant zijn om voordat zij hun planning/indeling maken voor het zonnebloemen seizoen percelen te laten toetsen op de ziektedruk voor valse meeldauw. Voorwaarde voor een goede risico voorspelling is echter een goede bemonstering. Het is daarom noodzakelijk om in 2008 een goede bemonsteringsstrategie te ontwikkelen zodat telers (bij gebleken behoefte) percelen kunnen laten toetsen.
Onderdeel 2 (januari 2008 december 2008): Uit onderzoek in 2006-2007 is gebleken dat verschillende bodembehandelingen de ziektedruk sterk kunnen laten dalen. Met name biologische grondontsmetting (BGO) waarbij groen gewas in de grond wordt doorgewerkt en vervolgens met plastic luchtdicht wordt afgedekt, bleek zeer effectief (afname van 36% in controle naar 9 % in BGO). In 2008 zal BGO op grotere schaal op verschillende percelen worden uitgetest. Waar mogelijk zal dit samen met de loonwerker die een machine heeft ontwikkeld voor het inwerken van het gewas en daarna afdekken met plastic worden gedaan.
Daarnaast had het inwerken van compost ook een licht ziekteonderdrukkend effect (afname van 36% naar 25% bij compost). De mogelijkheden voor inpassen van het inwerken van compost in een beheersstrategie zullen verder worden onderzocht.
Het toetsen van de effecten van de behandelingen zal worden gedaan m.b.v. biotoetsen met grond van de behandelde percelen.
Onderdeel 3 (maart 2008 oktober 2008) (optioneel): Uit onderzoek in 2006 en 2007 (in kleinschalige veldproeven op verschillende gronden) is gebleken dat het planten van zaailingen in pluggen het ontstaan van systemische infectie deels kan voorkomen. Dit is echter wel afhankelijk van de grondsoort, bodemstructuur, bodemvochtigheid etc. Een meer gedetailleerd advies voor het toepassen van planten van zaailingen in pluggen is eind 2007 opgesteld.
Voor 2008 zal op basis van dit advies (afhankelijk van honorering voor de aanvraag voor budget bij de provincie Noord Holland, max. 50% cofinanciering) een grootschalige demo worden ingezet op zandgrond.
Voor alle onderdelen zal de kennis ontwikkeld in de andere projecten m.b.t. valse meeldauw in zonnebloem (Plantgezondheid BO 06-002 en PT project) zoveel mogelijk worden toegepast.
Resultaten: - Na onderdeel 1. Biotoets en bemonsteringsstrategie klaar voor het goed toetsen van praktijkpercelen - Na onderdeel 2. Een aantal perspectiefvolle (combinaties van ) maatregelen is getoetst op verschillende percelen en kan worden beoordeeld op effectiviteit. - Na onderdeel 3; Communicatie en meer inzicht in grootschalige toepassing planten van zaailingen in pluggen.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |