| Title | Phosphate removal by crops in practice |
|---|---|
| Period | 01 / 2006 - 12 / 2007 |
| Status | Completed |
| Research number | OND1311558 |
| [Research Objectives]: Assessment of the removal of phosphate by crops in practice Comparison of data in practice with data from field experiments Analysis of variation in data on phosphate removal by crops [Results and products]: Reports and publications presenting the results of the assessment of removal of phosphate in practice (in Dutch). |
| [Kennisbehoefte doelgroep ]: Vanaf 2009 worden de fosfaatnormen gedifferentieerd. Het streven is om in 2015 evenwichtsbemesting gerealiseerd te hebben. Eén van de opties is het werken met een generieke, maar lage P-norm, waarvan afgeweken kan worden op basis van gemeten fosfaatafvoercijfers. Op dit moment is onvoldoende inzicht in de fosfaatafvoer met het geoogste product (hoofdproduct met eventuele bijproducten) in praktijksituaties. Het beleid is met name geïnteresseerd in situaties dat de fosfaatafvoer hoger is dan die van (verlaagde) generieke P-norm. [Doelstelling(en) van het onderzoek]: Kwantificeren van werkelijke fosfaatonttrekking door gewassen en de invloed van factoren daarop. [Afbakening]: In dit project wordt geen onderzoek uitgevoerd naar de fosfaatafvoer van grasland en snijmaïs. Ook wordt geen onderzoek uitgevoerd naar de relatie fosfaatafvoer en bemestingsbehoefte van de gewassen. [Aanpak en tijdspad]: In 2007 worden de praktijkbemonsteringen, met grond- en gewasanalyses, voortgezet. De keuze van de gewassen wordt afgestemd met LNV en CDM. De keuze is mede afhankelijk van de resultaten van 2006 en deze zijn nu nog niet bekend. In 2007 vindt een analyse plaats met gegevens van de databank. Het betreft een analyse van de reeds in 2005 ingevoerde gegevens plus de aanvullingen van in 2006 en 2007 verzamelde gegevens. Als de resultaten van het onderzoek het toelaten, wordt de fosfaatafvoer uitgedrukt in een afvoer onder gedefiniëerde omstandigheden (o.a. fosfaattoestand van de grond, fosfaatbemestingsgift, werkzame stikstof-bemesting etc.). Aansluitend aan de bureaustudie van 2005 (Alterra-rapport 1348) zijn in 2006 praktijkpercelen bemonsterd of deze worden in 2006 nog bemonsterd van pootaardappel, luzerne (drie oogsten per perceel gedurende het jaar), vlas, knolselderij, witlofwortel, peen, bleekselderij, cichorei, gladiool, lelie, sierheester, astilbe, appel en peer. Als gevolg van de extreme droogte in juli 2006 zijn maar een beperkt aantal percelen pootaardappel bemonsterd en in geheel geen percelen tweedejaars plantui. De bemonstering van deze percelen is doorgeschoven naar 2007. De keuze voor deze gewassen is afgestemd met LNV en met de CDM. Tevens zijn /worden in 2006 en 2007 aanvullende gegevens in de databank ingevoerd van reeds eerder uitgevoerd onderzoek. Er zijn 16 variabelen geïdentificeerd die betrekking hebben op de teelt, de bemesting, de tijdstippen van bemesting en bemonstering van gewas en grond en de nevenproducten van de oogst (gewastarra, grondtarra). De database met ruim 10.000 observationele eenheden wordt niet voor alle gewassen aangevuld met deze variabelen. Dat is te tijdrovend met voor veel gewassen ook te weinig perspectief biedend voor een robuustere vaststelling van de fosfaatopname als functie van deze variabelen. Alleen gewassen met meer dan 100 eenheden worden in deze vervolgactie aanvullend voorzien van data. Te verwachten valt dat ook in 2007 gewassen bemonsterd worden die pas in de herfst geoogst worden. De analyse-uitslagen van grond- en gewasonderzoek komen dan op het eind van 2007 of pas begin 2008 beschikbaar. Een overall analyse inclusief de gegevens van 2007 is dan pas in 2008 mogelijk. Op dit moment (1 november 2006) zijn nog geen resultaten bekend van de waarnemingen op de praktijkvelden en moeten van een aantal gewassen die laat in de herfst geoogst worden nog de waarnemingen worden uitgevoerd. In 2007 zijn aanvullende praktijkbemonsteringen nodig van pootaardappel en plantui; deze bemonsteringen zijn in 2006 niet of niet volledig uitgevoerd kunnen worden. Ook van gewassen waarvan slechts gegevens van één jaar beschikbaar zijn (veel van de tuinbouwgewassen die in het bemonsteringsplan van 2006 zijn opgenomen) zullen in 2007 opnieuw bemonsterd moeten worden. Van een aantal gewassen, die in de bemestingsadvies in gewasgroep 0 (sterkste reactie op fosfaatbemesting) zijn opgenomen, zijn meer gegevens nodig. Dit betreft ook de dubbelteelt van een aantal groentegewassen. Om de fosfaatafvoer te kunnen differentiëren naar fosfaattoestand van de grond en mogelijk ook nog naar andere gewas- bodemfactoren (opbrengstniveau, grondsoort, N-bemestingsniveau etc.) zijn in 2007 ook bemonsteringen nodig om hiaten in de databank op te vullen om dergelijke analyses mogelijk te maken. Een concrete invulling met gewasnamen is echter pas mogelijk als de resultaten van 2006 bekend zijn. De in 2005 opgezette databank bevat alleen gegevens van proefvelden en niet van praktijkpercelen. De databank is niet compleet wat gewassen betreft; er zijn blinde vlekken. De opbrengsten van praktijkvelden kunnen vanwege meerdere reden afwijken van die van veldproeven. Ook de reden van de variatie in opbrengsten kan op praktijkvelden anders zijn dan die van proefvelden. Door LNV is in voorjaar 2006 de volgende prioriteitsstelling aangegeven voor het verzamelen van aanvullende data. Prioriteitsvolgorde verzameling aanvullende praktijkgegevens 1. Aanvulling van de database met resultaten van proeven die nog niet in de database zijn opgenomen. 2. Zorgen voor voldoende data betreffende fosfaatafvoer van de gewassen met een areaal groter dan 40.000 ha. Een minimale dataset van 36 gegevens voor de grote gewassen. 3. Voldoende data van gewassen met een fosfaatafvoer van 60 kg/ha/jaar of hoger (denk ook aan dubbelteelten). Minimaal 8 gegevens per gewas. 4. Kwantificeer het effect van de fosfaattoestand van de bodem op de fosfaatafvoer op basis van de beschikbare data. 5. Maak per gewas een onderscheid naar grondsoort; klei en zand. Voor gewassen die alleen op een bepaalde grondsoort geteeld worden, is dit onderscheid niet relevant (zo wordt zetmeelaardappel alleen op zand- en dalgrond geteeld, zaaiui alleen op kleigrond en narcis alleen op duinzandgrond). 6. Zorg dat van de tuinbouwsectoren fruit, bloembollen en boomkwekerij van ten minste twee gewassen minimaal 8 gegevens over fosfaatafvoer beschikbaar komen. Kies daarbij gewassen met een hoge fosfaatafvoer (hoog voor de gewassen in de betreffende sector) die tevens op redelijke schaal geteeld worden. 7. Zorg dat er van gewassen met een hoge fosfaatbemestingsbehoefte ten minste 8 gegevens zijn. 8. Vul blinde vlekken in de database op, waarbij het areaal van het betreffende gewas prioriteert. 9. Bepaal bij de veldbemonstering de fosfaattoestand van de grond en probeer in de uitvoering van het onderzoek maximaal mee te liften bij projecten zoals Telen met toekomst. [Resultaten en producten]: Projectrapportage 2006 juni 2007 Vakbladartikelen (afgestemd op de betreffende sectoren) juni 2007 Informatieblad vanuit cluster Mineralen en Milieukwaliteit juni 2007 Projectrapportage 2006+2007 juni 2008 Vakbladartikelen (afgestemd op de betreffende sectoren) juni 2008 Informatieblad vanuit cluster Mineralen en Milieukwaliteit juni 2008 [Doorwerking van resultaten]: Deze studie geeft informatie over de hoogte van de fosfaatafvoer op gewasniveau onder praktijksituaties, eventueel gedefinieerd naar omgevingsfactoren. Ze zijn van belang voor het definiëren van het niveau van evenwichtsbemesting zoals dat voor 2015 staat gepland |
| Secretariat | Applied Plant Research (WUR) |
|---|---|
| Collaboration | Alterra (WUR) |
| Financier | Department of Knowledge (EL&I) |
| Collaboration | Wageningen UR Livestock Research (WUR) |
| Project leader | Ir. P.H.M. Dekker |
|---|
| A20000 | Plant production and animal production |
|---|---|
| C50000 | Environmental studies |
| D22400 | Ecology |
Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation