KNAW

Onderzoek

BO-05-002 Nitraatrichtlijn

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel BO-05-002 Nitraatrichtlijn
Looptijd 01 / 2006 - onbekend
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1311564

Samenvatting

Doel:
Nederland moet vanaf 2006 voldoen aan de verplichtingen die voortkomen uit de Europese Nitraatrichtlijn (91/676/EEC). Uit deze richtlijn volgt dat met betrekking tot het gebruik van meststoffen er gewerkt zal worden met een stelsel van normen voor het gebruik van stikstof, fosfaat en dierlijke mest in de landbouw om te voorkomen dat de norm van 50 mg nitraat per liter grondwater wordt overschreden. Met de Europese Commissie is afgesproken dat de gebruiksnormen in 2009 zullen worden afgestemd op het dan op korte termijn behalen van deze milieudoelstelling.

De nadere uitwerking van de afspraken met de Europese Commissie zijn opgenomen in het Derde Nederlandse Actieprogramma (2004-2009). Dit leidt ertoe dat voor een aantal gewassen waar toepassing van de gebruiksnorm leidt tot een overschrijding van de grondwaternorm, de stikstofgebruiksnorm de komende jaren gekort zal worden.

Voor fosfaat is met de Europese Commissie afgesproken dat gestreefd wordt naar evenwichtsbemesting in 2015.

Met betrekking tot de gebruiksnorm voor dierlijke mest is Nederland met de Europese Commissie en de overige lidstaten overeengekomen dat Nederland in de periode 2006-2009 gebruik mag maken van een derogatie van 250 kg N/ha uit dierlijke mest (in plaats van 170 kg N/ha die in de nitraatrichtlijn is aangegeven).

Voor 2008 is een belangrijk beleidsdoel dat goedkeuring van Europese Commissie op het Nederlandse vierde actieprogramma wordt verkregen tezamen met een verlenging van de derogatie. De belangrijke focus van de kennisvragen ligt in 2008 dan ook vanzelfsprekend op het halen van deze doelen.

De toekomstige veranderingen in het gebruiksnormenstelsel richten zich op:
- de te behalen doelstelling van 50 mg nitraat per liter in het grondwater (gebruiksnormen 2009)
- de doelstelling van fosfaatevenwichtsbemesting in 2015

Voor het behalen van deze doelstellingen zullen nieuwe bemestingstechnologieën moeten worden ontwikkeld en praktijkrijp worden gemaakt teneinde binnen de aangescherpte randvoorwaarden voor de gebruiksnormen bedrijfseconomisch te kunnen renderen. Daarnaast is onderzoek naar de lange termijn bodemvruchtbaarheid belangrijk, met name met betrekking tot de mineralenhuishouding in de bodem. Meer specifiek zijn er kennislacunes op het gebied van de hoogte van de gebruiksnormen, middelvoorschriften (periode en wijze van toediening van mineralen) en onderbouwing van de derogatie.

De kennisbehoefte/lacunes op het gebied van de gebruiksnormen hebben betrekking op:
a) Methodiek voor vaststellen van de stikstofgebruiksnormen
b) Vaststellen van de feitelijke fosfaatonttrekking door gewassen
c) Gevolgen van het beleidsvoornemen voor normdifferentiatie fosfaatevenwichtsbemesting gelet op het advies van de technische commissie bodembescherming en de Commissie van Deskundigen (vooralsnog geen budget voor)
d) Gevolgen van evenwichtsbemesting op fosfaattoestand van de bodem en de gewasopbrengsten
e) Bodemvruchtbaarheid op langere termijn

De kennisbehoefte/lacunes op het gebied van de middelvoorschriften hebben betrekking op:
a) Noodzaak voor gebruik van stikstofkunstmest in de winterperiode
b) Stikstofbemestingsadvies voor gewassen die op gescheurd grasland worden geteeld
c) Mogelijkheden voor toediening van dierlijke mest op kleibouwland in het voorjaar

De generieke vragen hebben betrekking op:
a) Onderbouwen van verzoek voor verlenging van derogatie gebruiksnorm dierlijke meststoffen.
b) Onderhoud Meststoffenwet (actualisatie normtabellen)
c) Onderhoud protocollen bemonstering en analyse meststoffen (m.u.v. mest)

De specifieke aandachtvelden en kennislacunes voor deze aandachtsvelden, zoals deze zijn geformuleerd door het clusterbestuur, zijn in detail uitgewerkt in de afzonderlijke projectwerkplannen voor het uit te voeren onderzoek in 2008. Hieronder volgt op hoofdlijnen een samenvatting.

De eindproducten van de kennisopdrachten hebben tot doel om te leiden tot een goede onderbouwing van het generieke beleid, de ondersteuning van de rijksoverheid voor het verkrijgen van derogatie en de ondersteuning van melkveehouders en telers om op een zo efficiënt mogelijke wijze te bemesten binnen de gestelde randvoorwaarden ten aanzien van het gebruik van meststoffen. Het onderzoek besteedt aandacht aan zowel de agronomische aspecten alsook de milieukundige aspecten. Daar waar noodzakelijk zal ook aandacht worden besteed aan de bedrijfseconomische aspecten.

Werkwijze
Eén project is gericht op de onderbouwing van stikstofgebruiksnormen, en heeft het karakter van een deskstudie. Hier staat het afleiden van robuuste modelconcepten voor stikstofbehoefte centraal. Dit project is in 2007 gestart en wordt in 2008 afgerond. Twee projecten zijn gericht op fosfaat; één daarvan beoogt de werkelijke fosfaatonttrekking van een groot aantal AT gewassen vast te stellen, het tweede om de lange termijn relatie tussen fosfaatoverschot en fosfaattoestand in beeld te brengen via langlopende proeven. Het project bodemvruchtbaarheid op lange termijn heeft ten doel om effecten van aangescherpte N en P gebruiksnormen op bodemvruchtbaarheid vast te stellen, en bemestingsstrategieën te identificeren waarmee de bodemvruchtbaarheid op termijn zo goed mogelijk gehandhaafd kan worden binnen economische en milieurandvoorwaarden.

Er zijn drie projecten die betrekking hebben op het subthema middelvoorschriften. Alle drie de projecten zijn nog doorlopende projecten, maar twee daarvan zullen in ieder geval in 2008 worden afgerond. Het betreft hier de ontwikkeling van een bemestingsadvies voor gewassen die geteeld worden na het scheuren van grasland en het vaststellen van het nut en noodzaak van het gebruik van kunstmest in de winter voor een aantal gewassen. Het derde project richt zich op het in de praktijk testen van beschikbare of nieuwe methoden om dierlijke mest in het voorjaar op kleibouwland percelen aan te wenden. In de loop van 2008 zal worden nagegaan in hoeverre in continuering nog noodzakelijk is aangezien de nieuwe wetgeving op dit terrein met ingang van 2009 ingaat.

Zoals gezegd is het van groot belang dat in 2008 vanuit het onderzoek een bijdrage wordt geleverd aan de onderbouwing van de rechtvaardiging voor de verlenging van de derogatie voor een hogere gebruiksnorm voor dierlijke mest dan 170 kg N per ha voor bedrijven met overwegend grasland. Nagegaan zal worden in hoeverre dit verzoek wetenschappelijk verantwoord is. Hiervoor zullen met name de uitkomsten van de metingen die de afgelopen jaren op de derogatiebedrijven zijn uitgevoerd in detail worden geanalyseerd. In 2007 is reeds met aanvullende financiering een plan van aanpak opgesteld wat in 2008 kan worden gerealiseerd en wat er nog in de jaren daarna moet gebeuren.

Voor het verhandelen van kunstmeststoffen, zuiveringsslib, compost overige organische meststoffen nieuwe regels ingevoerd. De overheid (AID) zal deze meststoffen vaker controleren op hun gehalte aan N en P en op hun gehalte aan contaminanten zoals zware metalen, PAK s en PCB s. Hiervoor zijn voor de AID bruikbare bemonsteringsprotocollen nodig (met name voor compost en slib) en dienen voor diverse parameters en diverse typen meststoffen nog bruikbare protocollen voor de analysemethode te worden geselecteerd en gevalideerd. In 2008 zullen de protocollen worden opgesteld.

Naast het opstellen van protocollen zal ook gewerkt worden aan de actualisatie van een aantal tabellen die deel uit maken van de uitvoeringsregeling van de Meststoffenwet. Het betreft tabellen op het gebied van stikstof- en fosfaatgehalten van excretienormen, dierlijke mest en gewassen. Het betreft hier voornamelijk een deskstudie.

In de managementsamenvatting en themabeschrijving Koepel wordt de algehele communicatie voor het cluster Mineralen en Milieukwaliteit weergegeven. De communicatie per project is aangegeven in de projectwerkplannen (Annex 2).

Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Samenvatting (EN)

Research under this theme aims to reinforce the scientific underpinning of the legal application standards for nitrogen and phosphorus, as allowed under the Third Action Plan. This new legislation differentiates application standards according to crops and soil types. For nitrogen, standards have been fixed for 2006 and 2007, but further reductions are envisaged for years beyond in sensitive crops on sandy soils, to reach the target concentration of 50 mg nitrate per liter in groundwater by 2009. For phosphorus, the aim is to reach an equilibrium between input and output, by 2015.

The demand for knowledge by the Ministry of Agriculture for this theme includes:
- a firmer scientific basis for the concept of crop N demand;
- Actual phosphate offtake in a wide range of crops;
- Effects of positive and negative P-surpluses on long term behaviour of P-availability (P-status) of soils;
- Long term N-release from animal manures;
- the development of a soil test to quantify nitrogen mineralization from ploughed grassland.
A fertilizer recommendation for crops grown after ploughing grassland must be developed, using the soil test;
- an evaluation of the agricultural necessity for and the environmental consequences of the use of nitrogen fertiliser for field vegetables, hyacinth and fruit in the winter period.
- Development of application techniques / machineries to add animal manure into clay soils in the spring in stead of autumn

This theme includes one project on each of the above topics. The outcome of the projects should enable policy makers in setting application standards for nitrogen and phosphate in the years beyond 2008. These should be set to avoid unnecessary yield losses while meeting the required environmental standards, and while maintaining a sufficient and balanced soil fertility. With respect to the issue of maintaining soil fertility, some of the projects are of direct relevance to farmers as well as policy makers.

Publications of this programme are available Here

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Dr.ir. H.F.M. ten Berge

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A10000 Exploitatie en beheer fysieke milieu
C50000 Milieustudies
D16800 Simulatie, virtual reality

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie