[Kennisbehoefte doelgroep]: Ten eerste: internationaal (EU. OESO. ERS-USDA. FAPRI, FAO) worden steeds meer langere termijn projecties (10 jaar) gemaakt van ontwikkelingen op goederenmarkten. Die projecties betreffen meestal de big commodities granen, oliezaden, rundvlees, varkensvlees, pluimvee, eieren, boter, kaas, melkpoeder. Hoe nuttig deze ook zijn, ze zijn vaak te weinig toegespitst op de voor de Nederlandse agrosector relevante producten. Noodzakelijk is dan ook in de toekomst een vertaalslag te maken naar voor Nederland wel bruikbare projecties en naar de implicaties van die projecties voor de agrarische sector. In dit eerste deelproject dient daartoe een methodiek te worden ontwikkeld en daadwerkelijk een eerste versie van zo n middenlange termijn scenario of referentiescenario tot stand te worden gebracht. Wanneer deze tot stand is gekomen en er de nodige ervaring mee is opgedaan, zouden de projecties jaarlijks in het Landbouw-Economisch Bericht gepubliceerd kunnen worden (vgl Centraal- Economisch Plan). Ten tweede, de Minister heeft in zijn Landbouwvisie Kiezen voor Landbouw aangegeven om eens in de drie jaar een uitvoerig wetenschappelijk achtergronddocument zoals gepresenteerd bij de huidige visie op te leveren. In dit tweede deelproject dient hiervoor een methodologie ontwikkeld te worden. [Doelstellingen]: Hoofddoelstellingen deelproject I: - Inzicht in midden lange termijn ontwikkeling van voor de Nederlandse agrosector relevant producten - Een referentiescenario voor het Nederlandse agrocomplex wat dient als uitgangspunt voor beleidsonderzoek Hoofddoelstellingen deelproject II: - Methodologie om eens in de drie jaar een wetenschappelijk achtergronddocument zoals gepresenteerd bij de huidige landbouw visie op te leveren (inclusief onderzoeksprogrammering). [Werkwijze]: Deelproject I: referentiescenario voor het gehele agrocomplex voor de langere termijn Het referentiescenario voor het gehele agrocomplex voor de langere termijn (10 jaar) wordt gegenereerd in een iteratief proces tussen een portfolio van bestaande modellen (GTAP, AGMEMOD, CAPRI, DRAM, HORTIS) en sector experts. Erg belangrijk in deze zijn de uitgangspunten of basisaannames voor het referentiescenario. Macro-economische aannames en de ontwikkeling van wereldhandel en productie worden ontleend aan de internationale projecties voor de langere termijn zoals OECD, EU, FAPRI, FAO en USDA-ERS. Het referentiescenario is beleidsarm in de zin dat alleen bestaand en goedgekeurd beleid wordt meegenomen. Wanneer het referentiescenario is gegenereerd, kan het gebruikt worden om de invloed van beleidsopties te berekenen (vindt plaats in andere projecten binnen dit thema). In 2006 wordt een methodiek ontwikkeld om de internationale projecties te vertalen naar de Nederlandse situatie en er wordt een eerste versie van de projectieresultaten opgeleverd. Aandachtpunten zijn: - projecties voor tuinbouwproducten - projecties voor vraag en aanbodontwikkelingen in Centraal en Oost Europa - koppeling van modellen met een verschillende focus (GTAP, AGMEMOD, CAPRI, DRAM, HORTIS) Deelproject II: methodologie en onderzoeksprogrammeringsproces driejaarlijks wetenschappelijk achtergronddocument bij visie Eens in de drie jaar dient een uitgebreid wetenschappelijk achtergronddocument zoals gepresenteerd bij de huidige landbouw visie opgeleverd te worden. Ervaring met de totstandkoming van de huidige visie heeft aangetoond dat planning en een consistente methodiek wenselijk is. De methodiek en bijbehorende onderzoeksplanning wordt binnen dit project in 2006 ontwikkeld. Het achtergrond rapport wordt niet binnen dit project ontwikkeld, maar is een product van het gehele cluster Economisch Perspectiefvolle Agroketens. De algemene lijn zou kunnen zijn: Jaar 1) - analyse van drijvende sociaal economische krachten-trends: - Thema Macro trends - analyse van technologische trends - Thema Innovatie - Doel: levert aannames en aandachtspunten voor referentiescenario - jaarlijkse (eenvoudige)simpele concurrentiemonitor - Thema Concurrentiekracht - Doel: selectie producten/landen voor diepgaand onderzoek in jaar 2 Jaar 2) - diverse uitgebreidde concurrentieanalyses voor geselecteerde markten of producten - Thema Concurrentiekracht - ontwikkelen referentiescenario (concept versie) - Thema Macro trends Jaar 3) - ontwikkelen integrale visie - Thema Macro trends - kwantitatief en kwalitatief wereldbeeld - gevoeligheids en beleidsscenario s - vertalen visie naar sectoren\ondernemers - Thema ondernemerschap Bij vernieuwing van de methodologie wordt aandacht besteed aan de samenhang van verschillende ontwikkelingen (vooral die op het gebied van Europese milieurichtlijnen en strategieën). Dus ook aandacht voor de wijze waarop ecologische ontwikkelingen en daarvoor ontwikkeldbeleid een plaats krijgen. Tenslotte zal een begeleidingsgroep/klankbordgroep geformeerd worden met daarin te formeren met daarin Gerrit Meester (DIZ), Henk Massink (DIZ), Gijs van Leeuwen (DL), Doekele Haagsma en mogelijk onderzoekrs zoals Arie Oskam, Herman Stolwijk en Michiel Keyzer. [Resultaten en producten]: 2006 Deelproject I: - onderzoeksrapport dat methodologie beschrijft om tot jaarlijkse projecties te komen - aandachtspunten tuinbouwproducten en modelkoppeling - onderzoeksrapport dat eerste projectie resultaten voor gehele Nederlandse agrocomplex (10 jaar vooruit) beschrijft, met focus op Centraal en Midden Europa Deelproject II: - beschrijving van methodologie en onderzoeksprogrammeringsproces om een keer in de drie jaar een wetenschappelijk achtergronddocument zoals gepresenteerd bij de huidige landbouw visie op te leveren. |