KNAW

Research

KB-10-002 Biobased economy

Pagina-navigatie:


Update content


Title KB-10-002 Biobased economy
Period 01 / 2006 - unknown
Status Completed
Research number OND1311665

Abstract

One of the main bottleneck in bringing biobased products to the market is the fact that they often require new production chains consisting of partners that do not know each other and each other s technology on beforehand. Production chains will therefore not come into being automatically and direction is needed. The theme focuses around the identification of critical success factors that determine whether or not an innovation will make it to the market and the role needed of different stakeholders, including government, research institutions and industry, in the process will be determined. The research will comprise of pilot projects around concrete technical innovations that meet the market introduction barriers and different ways to tackle these barrieres will be investigated.

Abstract (NL)

De stap van technologieontwikkeling naar concrete toepassing in de markt is in veel gevallen te groot om door bedrijven alleen te worden gedaan, waardoor er economisch interessante en duurzame nieuwe ontwikkelingen op de plank blijven liggen: de innovatieparadox. Deze algemeen erkende problematiek speelt in sterke mate op het terrein van de biobased economy.
Betere kennis en inzicht in deze problematiek is een voorwaarde bij de verdere ontwikkeling van beleid, zowel voor het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties als de overheid. De lopende strategische studie zal dit probleem ongetwijfeld signaleren, maar heeft niet de tijd en de ruimte om dit probleem meer fundamenteel te onderzoeken.
Het platform Groene Grondstoffen (bestaande uit vertegenwoordigers bedrijfsleven en deskundigen en vallend onder de transitie Energie) zien als hun grote opdracht stimuleren van het naar de markt brengen van proven technology als hun belangrijkste uitdaging bij het op gang brengen van een biobased economy. Echter er zijn hier ook nog geen duidelijke ideeën hoe dit facilitatieproces ingericht zou kunnen worden.
[Kennisvragen]:
Wat zijn de kritieke succesfactoren die bepalen of een biobased proces of product al dan niet tot marktintroductie komt?
Welke rol kan de overheid vervullen om het proces van technologie-ontwikkeling naar concrete toepassing in de markt te faciliteren en welke instrumenten zijn daarbij gewenst? Met daarbij speciale aandacht voor de vraag hoe zo snel mogelijk investeringsbereidheid binnen het bedrijfsleven uitgelokt/gegeneerd kan worden en hoe daarbij andere partijen zo als business developers en venture capitalists slim ingezet kunnen worden.
[Gewenste eindproducten]:
Op basis van cases, discussies met stakeholders en literatuur ontwikkeld, algemeen toepasbaar analysekader voor de problematiek van technologieontwikkeling naar marktintroductie bij biobased producten.
Algemene en actorspecifieke aanbevelingen gericht op betere beheersing van processen in het traject van technologie naar toepassing (en vice versa).
[Kennisopdracht]:
Beschikbare kennis:
Analyse van de effectiviteit van het agrificatiebeleid, beschreven in: Succes- en faalfactoren van agrificatie, Gertjan van Roekel et al. 2000
Aanzet voor een analysekader voor de problematiek van technologische innovatie in het bijzonder op het gebied van groene grondstoffen, beschreven in: Technologische innovatie in de keten, groene grondstoffen in ontwikkeling, Harriëtte Bos en Marc van den Heuvel, 2005
Pilotproject weekmakers: een pilotproject gericht op het inzichtelijk maken van ketendynamiek bij de aansluiting tussen de agro- en chemiesector rondom de concrete case weekmakers (rapportage eerste fase).
beleidsvorming en concrete acties gericht op het verbeteren en versnellen van processen in het traject van technologie naar toepassing (en daarmee aan het verminderen van de innovatieparadox).
Zaken die onderdeel uit zullen maken van het analysekader:
- Hoe zijn de machtsverhoudingen in de huidige markt, grootte spelers (leveranciers én afnemers), omzet, macht spelers, herkomst spelers?
- Kan de technologie gerealiseerd worden binnen Nederland of zijn internationale consortia noodzakelijk.
- Gaat het om: nieuw product, nieuwe markt of allebei? (Ansoff), is er helderheid over de strategie voor marktintroductie?
- Hoeveel partijen moeten investeren om de nieuwe ontwikkeling op de markt te kunnen brengen, hoe verhouden zich de investeringen tot de baten van deze diverse partijen?
- Hoe innovatief zijn de spelers?
- Hoe sluit de technologie aan bij overige innovaties in de betreffende markt?
- Wat is de verwachte time-to-market?
- Hebben partijen ervaring met groene grondstoffen?
- Bij wie ligt de kennis, is de kennis beschermd, hoe toegankelijk is de kennis?
- Hoe ver ligt de nieuwe technologie af van bestaande technologie, hoe ingewikkeld is het?
- Is het functionele voordeel van de nieuwe ontwikkeling te kwantificeren, hoe groot is het?
- Wat is de prijs van het nieuwe product in verhouding tot het oude product?
- Hoeveel voorinvestering in bijvoorbeeld registratie is noodzakelijk?
- Wat is de rol van het overheidsbeleid en wet en regelgeving (zowel positief als negatief)?
Deze vragen zijn geen technische vragen meer, maar moeten worden beantwoord door mensen die dicht bij de markt zitten (het vraagontwikkelingsdomein, volgens het model van Bos en van den Heuvel). De vraag die in de aanpak centraal staat is hoe bovenstaande vragen geagendeerd en beantwoord kunnen worden binnen potentiële ketens, zodat genoeg zekerheid onstaat over de nieuwe ontwikkeling dat er geïnvesteerd gaat worden.
Voor het überhaupt agenderen van bovenstaande vragen rondom een concrete innovatie, blijkt dat het geven van inzicht in de potentie van de innovatie een cruciale stap is. Uit de pilot weekmakers 1 blijkt dat het ter beschikking stellen van kleine hoeveelheden monster aan potentiële gebruikers hiervoor een zeer effectief middel kan zijn.
[Methode in de aanpak]:
Er wordt gewerkt aan de hand van concrete cases, om tot antwoorden te komen die ook in de praktijk toepasbaar en toetsbaar zijn. Het platform Groene Grondstoffen en de gebruikersgroep van het programma groene grondstoffen worden bij de selectie van de cases en de begeleiding van het onderzoek betrokken. In de projectbundel zijn een aantal mogelijke cases uitgewerkt, waarbij specifiek wordt ingegaan op de bottleneck die in de case wordt gesignaleerd en de manier waarop deze bottleneck wordt aangepakt. Niet al deze projecten zullen dus worden uitgevoerd, er wordt een keuze uit gemaakt.
De cases zijn geselecteerd op het feit dat de technologie bewezen en vrijwel uitontwikkeld is. Bij alle cases is de succesvolle technologische ontwikkeling gedaan met bestaande marktpartijen. De ontwikkelingen worden door de marktpartijen als interessant bestempeld, maar er blijft een niet-technologische drempel over om tot marktintroductie over te gaan. Uit de gesprekken die met de marktpartijen, onder andere in de pilot weekmakers 1, zijn gevoerd, komt naar voren dat er een grote onzekerheid bestaat over de niet-technologische aspecten van de ontwikkeling. Met de pilots proberen we een vorm te vinden om de vragen te beantwoorden, waarbij het uitgangspunt is dat door het wegnemen van deze niet-technologische barrières, er investeringsbereidheid ontstaat.
De keuze van de ketenpartijen die worden benaderd is mede afhankelijk van antwoorden op de vragen genoemd bij 10, hier wordt in de pilots rekening mee gehouden.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze link

Related organisations

Related people

Project leader Ir. E. van Seventer

Related research (upper level)

Classification

A34400 Chemical products
C10000 Biotechnology
D43000 Economics

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation