KNAW

Research

Aggression: Its association with dysfunctional thought control processes,...

Pagina-navigatie:


Update content


Title Aggression: Its association with dysfunctional thought control processes, cognition, and personality
Period 09 / 2002 - 02 / 2008
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1311718
Data Supplier Experimenteel-Psychologische Onderzoekschool - EPOS

Abstract

This PhD project seeks to contribute to the knowledge of impulsivity and aggression through the thought suppression paradigm. Can impulsivity and aggression exacerbate following suppression? Many contemporary psychologists know the thought suppression paradigm as an explanatory model of the persistent nature of intrusive thoughts in Obsessive-Compulsive Disorder (OCD; (American Psychiatric Association, 1994). In this model, trying not to think about something, increases the frequency and intensity of this thought. The white bear experiment by (Wegner, Schneider, Carter, & White, 1987) was the first to examine the exacerbation of unwanted thoughts following suppression. Participants who were instructed not to think about white bears (suppression condition) reported more thoughts about white bears than participants who received no such instructions. An enhancement of thought intrusions later on in time, when suppression instructions no longer apply, was found as well (rebound effect; (Wegner et al., 1987). The thought suppression paradigm has been expanded to include clinical samples and mediating variables, such as emotional valence and personal relevance of the target thought. Through meta-analysis (Abramowitz, Tolin, & Street, 2001) showed that the rebound effect especially is a robust finding. Recently, it has been proposed that findings from the thought suppression paradigm might be applicable to other research areas as well. In one study, significant correlations between intrusion and aggression were found. Although no such relation between suppression and aggression existed, a trend could be seen in the data (Nagtegaal & Rassin, in press). This research project examines the relation between intrusion, suppression, impulsivity and aggression further.

Abstract (NL)

Het hebben van agressieve fantasieën is zo gek nog niet. Dit stelt Marleen Nagtegaal in haar proefschrift Aggression: Its association with dysfunctional thought control processes, cognition, and personality. Marleen Nagtegaal onderzocht vrouwelijke en mannelijke studenten, mannelijke leden van een schietsportvereniging, mannelijke gedetineerden en deelnemers aan controlegroepen. Iedereen heeft agressieve fantasieën. Of ze ook omslaan in agressief gedrag, hangt af van wat er met de gedachten wordt gedaan: worden ze onderdrukt of wordt er bijvoorbeeld over gepraat? Het hebben van agressieve fantasieën an sich doet er niet zo toe, aldus Marleen Nagtegaal. Het komt immers bij iedereen voor. Het is belangrijker wat je vervolgens doet met deze gedachten. Als je afleiding zoekt voor het hebben van agressieve fantasieën of als je hierover praat, heb je minder kans agressief gedrag te vertonen. Probeer je de gedachten te onderdrukken, bestraf je jezelf of ga je over zo n gedachte piekeren, dan is de kans groter dat je agressief gedrag gaat vertonen. Nagtegaal nam vragenlijsten af over agressieve fantasieën en over verschillende manieren om agressieve gedachten te controleren (gedachtecontrolestrategieën), zoals het onderdrukken ervan. Zij maakte hierbij gebruik van het bekende witte beren experiment van Wegner en collega s, waarbij deelnemers vijf minuten niet mogen denken aan een witte beer, en dit dan juist vaak blijken te doen. Het proberen te onderdrukken van ongewenste gedachten is dus erg moeilijk. Uit het onderzoek van Nagtegaal blijkt dat de verschillende onderzochte groepen nagenoeg even veel agressieve fantasieën hebben. Ook het onderwerp en het type agressie in de agressieve fantasieën verschilt niet. Wel is er verschil in de gedachtecontrolestrategieën die deelnemers gebruiken. Zo blijken gedetineerden hun gedachten vaker op een niet-functionele manier te controleren, zij piekeren vaker, straffen zichzelf en onderdrukken de gedachten. Sommige gedachtecontrolestrategieën zorgen ervoor dat je minder agressieve gedachten hebt. Een voorbeeld van zo n strategie is sociale coping: over de ongewenste gedachte praten met een vriend/vriendin. Een ander voorbeeld is het zoeken van afleiding, andere dingen doen, waardoor je vergeet welke agressieve gedachte je had. Andere strategieën werken niet goed, de agressieve gedachten verminderen niet, en deze strategieën zijn geassocieerd met psychische klachten, zoals bijvoorbeeld depressie. Een voorbeeld van een niet werkende gedachtecontrolestrategie is het eerder genoemde onderdrukken. Ook het jezelf bestraffen voor het hebben van zo n gedachte, bijvoorbeeld door jezelf te slaan of te knijpen, helpt niet

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. H.T. van der Molen
Supervisor Prof.dr. P. Muris
Supervisor Prof.dr. E.G.C. Rassin
Doctoral/PhD student Dr. M.H. Nagtegaal

Classification

A82000 Social circumstances
D51000 Psychology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation