KNAW

Research

BO-08-010 Animal health

Pagina-navigatie:


Update content


Title BO-08-010 Animal health
Period 01 / 2006 - unknown
Status Current
Research number OND1311721

Abstract

The Ministry of Agriculture, Nature and Food Quality is responsible for combating the spread of formerly list-A diseases (e.g. Classical Swine Fever, High-Pathogenicity Avian Influenza in poultry, Foot-and-Mouth Disease) as efficiently as possible. In the opinion of important stakeholders across the Dutch society, past approaches for combating the spread of such diseases, often using extensive pre-emptive culling in densely populated livestock areas, are no longer acceptable. Also the Ministry itself is convinced that new approaches are needed, based on better prevention, the use of vaccination instead of large-scale pre-emptive culling and the development of horizontal hygiene and bio-safety approaches for reducing transmission during outbreaks. Clearly, an important condition is that the efficiency and effectivity of the combined set of measures in combating the epidemic spread is not compromised. Also, it is socio-ethically undesirable to (have to) revert to large-scale culling after employing a vaccination strategy.

The government has opted to introduce a new animal health policy, which is described in detail in the National Agenda for Animal Health. For the period 2007-2015 it is no longer sufficient simply to focus on controlling highly infectious animal diseases; attention must also be given to broad-based health care for the different categories of animals: commercially kept animals, pets, hobby animals, wild animals, horses and fish. The emphasis is on preventive animal health measures and knowledge of risks, based on the tenet that prevention is better than cure. More attention will be given to farm-specific diseases and emerging diseases. For research on Animal Health four subthemes are prioritised: 1) Socially acceptable control of diseases in livestock, 2) Differentiation in animal health policies, 3) Farm-specific diseases, and 4) Emerging diseases.

In view of these developments, The Ministry has the following interests for research:

1. Obtaining a better understanding of the mechanisms of between-farm spread of (highly) transmissible diseases in livestock. The characteristics of the dominant mechanisms are likely to be universal across different types of diseases, and therefore new (hygiene and bio-safety) approaches for reducing disease transmission are sought that apply to a range of disease-host combinations ( horizontal approaches ).
2.The (further) development of intervention strategies using (marker) vaccination, i.e. using transmission experiments to quantify the effect of vaccination on transmission and using mathematical modelling to integrate the quantitative understanding obtained into a framework that can assess the efficacy of the intervention strategies in controlling outbreaks of CSF, FMD and AI. Policy makers have questions with regard to epidemiological as well as socioeconomic consequences of the control strategies in which vaccination is included.
3. An important objective of the National Agenda for Animal Health is to reduce farm-specific animal health problems as far as possible and to get the roles of government and the industry clear. To support this action an inventarisation and priorization of farm-specific animal health problems is needed. The prioritization is based on the impact of the occurrence of these problems on animal health and animal welfare, zoonotic aspects and the use of antibiotics.
4. Recent experience with Bluetongue, shows that some vector-borne viruses can suddenly invade the country, and can spread among its hosts. The Ministry of LNV is interested in the risks of Rift Valley Fever (RVF) and African Horse Sickness (AHS) for the Netherlands. For this purpose more knowledge is needed about risks of introduction of these viruses, transmission of the virus in the country after introduction, methods for control and its efficiency, and methods for surveillance.
5. There is a need for the development of tailored differentiations in its animal health policies. Tailored to different categories of animals and husbandry systems. Policies may concern peace time (prevention: hygiene, surveillance), the high-risk period (early detection), and outbreaks/epidemics (control, eradication). The possibilities of differentiation needed to be based to an important extent on (differentiated) risk analysis. The risks concerned include veterinary/epidemiological risks, and socio-economic risks. As a start of a research program of several years, in 2010 a state of the art will be described of the methods of approach for differentiated risk analyses, both existing approaches as well as methods that would still need to be developed.

Publications of this programme are available Here

Abstract (NL)

Doel
Bij de bestrijding van verschillende dierziekten blijken met regelmaat dezelfde problemen met betrekking tot besmettingsrisico s te moeten worden opgelost. Tot deze horizontale problemen behoort bijvoorbeeld het onschadelijk maken van de mest van besmette bedrijven. Op dit moment worden voor dit soort problemen ad hoc oplossingen gezocht. Het beleid heeft dringend behoefte aan goed doordachte horizontale oplossingsrichtingen die over de verschillende ziekten heen kunnen worden toegepast. Een belangrijke vraag hierbij is wat kunnen andere maatregelen dan vaccineren of ruimen bijdragen aan de bestrijding van dierziekten?

De beleidsdoelstellingen op het gebied van diergezondheid zijn vastgelegd in de Nationale Agenda Diergezondheid 2007-2015 (NAD). Binnen het Thema Diergezondheid zijn een viertal subthema s geprioriteerd voor onderzoek ter ondersteuning van de implementatie van de NAD:

- Maatschappelijk verantwoorde dierziektebestrijding
Voor de ontwikkeling en implementatie van een beleid waarin de dierziektebestrijding zo goed mogelijk tegemoet komt aan de wensen van de maatschappij is er voor veel ziekten nog een duidelijke behoefte aan kennis om bestrijdingsstrategieën uit te kunnen werken die zowel veterinair, economisch als maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Om bijvoorbeeld het vaccinatie instrument effectief en strategisch in te kunnen zetten is kennis nodig op het gebied van de epidemiologie (effectiviteit van vaccinatie) als op het gebied van (inter)nationale afzet van de producten van gevaccineerde dieren als ook op het gebied van maatschappelijke en politieke gevolgen van deze gewijzigde aanpak.

- Gedifferentieerd diergezondheidsbeleid
Maatwerk en differentiatie van het diergezondheidsbeleid voor de verschillende categorieën van dierhouderij dienen voor een belangrijk deel gebaseerd te zijn op (gedifferentieerde) risicobeoordelingen. Teneinde de risicobeoordelingen te kunnen baseren op wetenschappelijke gegevens is nog veel onderzoek nodig naar de ontwikkeling van een doelmatige differentiatie van preventieve en bestrijdende maatregelen voor de verschillende manieren van houden.

- Bedrijfsgebonden ziekten
In de NAD is de actie opgenomen om samen met de rundvee-, pluimvee-, varkens-, schapen- en geitensectoren een plan op te stellen over de vermindering van belangrijke bedrijfsgebonden diergezondheidsproblemen. Voordat deze actie uitgevoerd kan worden, moet eerst duidelijk zijn welke bedrijfsgebonden diergezondheidsproblemen (zowel infectieziekten als niet-infectieuze aandoeningen) een rol spelen in de verschillende sectoren. De in 2009 af te ronden inventarisatie van de belangrijkste bedrijfsgebonden ziekten, alsmede een verkenning van de rollen van bedrijfsleven en overheid bij de preventie en bestrijding, zal de grondslag vormen voor de onderzoeksbehoefte van de overheid op dit terrein vanaf 2010.

Opkomende dierziekten
Nederland is als gevolg van handelsstromen, globalisering van het reisverkeer en klimaatverandering kwetsbaar voor nieuwe dierziekten die deels ook de gezondheid van de mens kunnen bedreigen. Deze ziekten zijn overwegend van (sub)tropische aard en verspreiden zich niet alleen via landbouwhuisdieren maar vaak ook via vectoren (insecten). De uitbraken met blauwtong en Q-fever confronteren ons met de realiteit van nieuwe en opkomende dierziekten of zoönosen. Er is vanuit het beleid behoefte in meer inzicht in de risico s die er bestaan op het uitbreken van Afrikaanse Paardenpest en Rift Valley Fever, de epidemiologische aspecten van de verspreiding van deze ziekten en de benodigde tools voor de bestrijding ervan.

Werkwijze
Communicatie vindt plaats rechtstreeks naar de beleidsmedewerkers, naar de commissies van deskundigen op de verschillende onderwerpen en naar betrokken kennisinstellingen (Wageningen UR Livestock Research-CVI, Wageningen UR Livestock Research-LR, LEI, Departement Dierwetenschappen van Wageningen University, Faculteit Diergeneeskunde UU, Gezondheidsdienst voor Dieren). Verder wordt daar waar mogelijk gebruik gemaakt van informatieoverdracht via de Kennis Online kanalen (publicaties, rapporten, presentaties). Binnen de projecten wordt geld gereserveerd worden voor communicatie binnen het project tussen betrokken partijen en richting opdrachtgever. De themacoördinator houdt hierop toezicht. De themacoördinator heeft periodiek een plenair overleg met de projectleiders waarbij aandacht voor inhoudelijke en financiële voortgang van de afzonderlijke projecten en afstemming tussen de projecten binnen het Thema Diergezondheid. De projectleiders zorgen dat er regelmatig inhoudelijk overleg plaatsvindt tussen de betrokken partijen van het project.

Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr. H.A. Nodelijk

Related research (upper level)

Related research (lower level)

Classification

A22000 Animal husbandry
D21700 Physiology
D22100 Microbiology
D23110 Infections, parasitology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation