Doel: De Integrale Nota Biotechnologie (september 2000) is het uitgangspunt voor het Nederlandse biotechnologiebeleid. Het motto van deze nota is "Kansen verantwoord en zorgvuldig benutten".
Kernpunten van de nota zijn onder andere:
- Biotechnologie kan bijdragen aan de Nederlandse economie en duurzame landbouw. - Burgers moeten een keuzevrijheid hebben om bijvoorbeeld wel of geen levensmiddelen te kopen waarin ggo-producten zijn verwerkt - Het is inzet van de overheid om de kennis over biotechnologie te vergroten en nieuwe toepassingen ervan te ontwikkelen onder randvoorwaarden die de veiligheid en aanvaardbaarheid garanderen.
In de aanbeveling 2003/556/EG van de Europese Commissie is vastgelegd dat lidstaten coëxistentie van gangbare, biologische en ggo-teelten naar eigen inzicht kunnen organiseren. Hiertoe heeft in 2004 de Commissie Coëxistentie Primaire Sector een rapport opgesteld, dat geleid heeft tot afspraken tussen de coëxistentiepartijen LTO Nederland, Platform aarde, boer en consument, Plantum NL en Biologica. Onderdeel van de afspraken is dat aanvullend onderzoek uitgevoerd zal worden ter onderbouwing van voorgestelde isolatieafstanden voor het gewas (snij)maïs omdat wetenschappelijke gegevens daarvoor voor Nederlandse omstandigheden nog beperkt zijn. LNV laat daartoe veldproeven uitvoeren in opdracht van de genoemde coëxistentie-partijen.
Werkwijze: We willen experimentele data genereren ten aanzien van vermenging van ggo-maïs in niet-ggo maïs op (Nederlandse) praktijkschaal. Hiermee kan worden nagegaan wat in de praktijk het resultaat is van de afgesproken isolatieafstanden, namelijk 25 meter tot overige telers, 250 m tot een teler die aantoonbaar levert aan een ggo-vrij gedefinieerde markt.
Bij de opzet van de proeven zijn de afspraken binnen de Commissie Coëxistentie Primaire Sector als uitgangspunt genomen. Daartoe werken we:
- Op praktijkschaal, zomogelijk op zes verschillende praktijkbedrijven - Met een genetische gemodificeerde maïs. Gekozen is voor een Bt-maïs (MON810) en het vergelijkbare ras zonder de modificatie als ontvangend gewas (isogeen); - Onder worst-case condities.
De uitvoering is in 2006 en 2007. Het onderzoek sluit aan bij ander onderzoek in Europa. Het thema is tevens één project waardoor er geen aparte projecten gedefinieerd zijn.
Resultaten · Een door de coëxistentiepartijen goedgekeurde gedetailleerde proefbeschrijving; · Protocollen voor bemonstering en detectie; · Data die meer duidelijkheid geven over de effectiviteit van de afgesproken issolatieafstanden; · Relevante ervaring bij onderzoekinstanties en sectoren t.a.v. coëxistentie van ggo en niet-ggo teelten.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link |