| Automatisch graaien in een chipszak bij het kijken naar tv. Of bij verveling bijna ongemerkt een reep chocolade verorberen. Dergelijke ongezonde eetgewoontes zijn te doorbreken met behulp van implementatie intenties: specifieke actieplannen met een als-dan structuur die benoemen waar, wanneer en hoe gedrag moet worden uitgevoerd. Dat schrijft Marieke Adriaanse in haar dissertatie. Om dit actieplan te laten slagen, moet het volgens de promovendus wel voldoen aan twee randvoorwaarden: de daadwerkelijke uitlokker van het ongewenste gewoontegedrag moet herkend en benoemd worden, en deze uitlokker moet worden gekoppeld aan een gezond alternatief. Een voorbeeld van de zogenoemde uitlokker is verveling . Zodra deze herkend wordt, kan men deze uitlokker middels zo n specifiek actieplan koppelen aan een gezond alternatief. Zodoende kan een persoon die dit actieplan maakt bij verveling bijvoorbeeld automatisch naar een appel grijpen, in plaats van naar chocolade. Adriaanse merkt verder in haar proefschrift op dat een actieplan met een ontkennende structuur averechts werkt. Hier schijnt het zogenoemde witte-beren-effect werkzaam: zeg iemand niet te denken aan een witte beer en de persoon kan enkel aan een witte beer denken. Zo gaat het ook met een actieplan met een ontkennende structuur: als iemand zich voorneemt om bij verveling geen chocolade te nemen, doet deze dat ironisch genoeg juist vaker . Daarom werkt het beter om een ongezonde gewoonte te vervangen door een gezond alternatief. Tot slot wijst de onderzoekster erop dat de plannen die mensen maken om van een gewoonte af te komen vaak van slechte kwaliteit zijn. Om mensen te helpen betere plannen te maken, is volgens Adriaanse nader onderzoek nodig. |