KNAW

Onderzoek

Van neerslag tot schade

Pagina-navigatie:


Wijzig Onderzoekgegevens


Titel Van neerslag tot schade
Looptijd 12 / 2005 - onbekend
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1312623
Leverancier gegevens Website

Samenvatting

Doel van het project is het ontwikkelen van nieuwe methoden voor risico analyse en risico perceptie voor regionale watersystemen. Het project is onderverdeeld in drie deelprojecten:
1. Neerslag en Perceptie van neerslag
Door de STOWA is recent een rapport uitgebracht over neerslagstatistiek, waarbij nieuwe neerslagstatistiek voor De Bilt is afgeleid. Het toepassen van deze statistieken levert voor de waterbeheerders nog enkele problemen op. Deze problemen hebben te maken met de representativiteit van De Bilt voor geheel Nederland, en met de aanname dat puntstatistiek in voldoende mate representatief is voor het beschrijven van wateroverlast. Deze laatste aanname wordt ook veelal gebruikt in de communicatie. We zullen in dit onderzoek beide uitgangspunten kritisch evalueren, aan de hand van praktijksituaties die door de deelnemende waterbeheerders aangereikt worden. Daarbij zal ook de rol van berging (in bijvoorbeeld neerslagbassins nabij glastuinbouwcomplexen) worden bekeken, en de rol van de invloed van verschillende seizoenen. Speciaal aandacht zal besteed worden aan de regio Rotterdam Den Haag, omdat in deze regio sinds 1998 veelvuldig wateroverlast is opgetreden, en het lijkt erop dat de frequentie van neerslag in dit gebied niet beschreven wordt door het neerslagklimaat van De Bilt.
2. Normering en samenhang tussen verschillende typen wateroverlast
Er bestaan verschillende typen wateroverlast, en voor een aantal typen wateroverlast is een normering beschikbaar. Onder normering wordt verstaan: de toelaatbare kans dat een bepaalde ruimtelijke eenheid (bv type grondgebruik, polder) geconfronteerd wordt met wateroverlast. Voor een aantal typen wateroverlast is echter geen normering aanwezig, en volgens de Unie van Waterschappen dient op termijn gekomen te worden tot een normering voor al deze vormen van regionale wateroverlast (zie Normering Regionale Wateroverlast , juli 2003). Daarbij worden drie vormen van wateroverlast onderscheiden: buiten de oevers treden van regionale wateren, opkomend grondwater en onvoldoende afvoercapaciteit van water op verharde oppervlakken. Door de Unie van Waterschappen is geconstateerd dat de normering voor wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater het meest ver is ontwikkeld. Voor falen van regionale waterkeringen is wel een normeringsystematiek aanwezig, maar er is nog onvoldoende inzicht in de samenhang tussen deze normering en de normering voor inundatie vanuit oppervlaktewater. Een samenhangende communicatie over risico's in het waterbeheer dient echter te vertrekken vanuit de samenhang.
3. Afhandeling van schade
Wateroverlast komt in Nederland jaarlijks veelvuldig voor, op allerlei ruimtelijke schaalniveau's (een enkel huis, een woonwijk zie Wilnis tot hele regio's) en allerlei typen (van grondwater tot doorbraak van kaden). Indien er weinig mensen verzekerd zijn tegen wateroverlast neemt de druk op de overheid toe om de schade te compenseren. Sinds 1998 is de WTS (Wet Tegemoetkoming Schade bij rampen en zware ongevallen) vier keer toegepast, en vier keer op het gebied van wateroverlast (in 1998 twee maal voor wateroverlast door lokale extreme regenval, in 2003 voor wateroverlast in het buitendijkse gebied langs de Maas, en in 2003 voor Wilnis). Maar ook in 1993 en 1995 zijn schades in de buitendijkse gebieden van de Maas de Rijksoverheid gecompenseerd, zodat in de periode 1993-2003 de schade in totaal zes gebeurtenissen door de rijksoverheid (voor een groot deel) gecompenseerd zijn, met een gemiddelde schade van circa 120 miljoen (minimaal 5 miljoen langs de buitendijkse gebieden van de Maas, circa 15 miljoen in Wilnis in 2003, en ruim 200 miljoen tijdens grootschalige en extreme neerslag in Zuidwest Nederland in 1998). Uit een analyse van berichten in de pers over wateroverlast blijkt dat het vaak bij burgers en bedrijven niet bekend is of de wateroverlastschade vergoed wordt. Voor lokale problemen wordt naar de verzekeraar gekeken, maar de gemeente/waterschap is ook vaak in beeld. Dit wordt mede veroorzaakt door de verantwoordelijkheid van gemeente/waterschap om voor droge voeten' te zorgen. Als er toch schade ontstaat kan het door nalatig' handelen komen van de gemeente/waterschap, of is het overmacht'. Door de Adviescommissie Water is onlangs een advies uitgebracht over Verzekerbaarheid en Wateroverlast . In het advies wordt onder andere gesteld dat door gebrek aan normering van grondwater en riolering de verzekerbaarheid niet van de grond komt. Van de kant van verzekeraars is er echter op gewezen dat de commissie gelijk heeft als ze stelt dat schade door wateroverlast net als alle schade in principe verzekerbaar is, maar dat de commissie voorbij gaat aan de basisprincipes van verzekeren. De omvang en frequentie van het risico, de kans op schade én de groep die het risico kan treffen, zijn de (kritische) factoren die bepalen of een betaalbare verzekeringsoplossing kan worden geboden. Dat staat dus los van het punt of de normen van de waterschappen straks mogelijk vergelijkbaar zijn met die van verzekeraars . Er lijken dus obstakels te zijn voor de klassieke' verzekeringsoplossing.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Ir. M.J.G. Talsma

Classificatie

A12000 Oppervlaktewater en grondwater
A21000 Landbouw en tuinbouw
A61000 Ruimtelijke ordening
D15500 Atmosfeer wetenschappen
D15600 Hydrosfeerwetenschappen

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie