| Na een eerste onderzoeksfase van inventarisatie wordt aan de hand van de resultaten van deze inventarisatie de vraag gesteld of het strafrechtelijk begrip van soevereiniteit in de strikte betekenis nog houdbaar is. Deze vraag staat centraal in de tweede onderzoeksfase. Waarop steunt de traditionele leer van de soevereiniteit? Is deze wel zo helder? Is deze nog bruikbaar vandaag? Wat leren ons de nieuwe initiatieven inzake bestrijding van computercriminaliteit, in het bijzonder op het vlak van de opsporing? Moeten landen internationale initiatieven afwachten of kunnen ze eigenmachtig, zoals de Belgische wetgever met artikel 88ter Wetboek van Strafvordering, bevoegdheden creƫren inzake elektronische opsporing die de landsgrenzen overstijgen? Deze studie wil het wetenschappelijk hoofdstuk van de soevereiniteit grondig bestuderen en bijdragen tot de actualisering ervan, indien die nodig is. |