KNAW

Research

KB-02 Climate change

Pagina-navigatie:


Update content


Title KB-02 Climate change
Period 01 / 2005 - unknown
Status Current
Research number OND1313231

Abstract

Publications of this cluster are available here

Abstract (NL)

Doel:
Kennisbasisthema Klimaatverandering heeft als doel:

Verkennen van de te verwachten ontwikkelingen en daaraan verbonden gevolgen van klimaatverandering en toenemende klimaatvariabiliteit in het groen-blauwe domein en ontwikkelen van hoogwaardige wetenschappelijke kennis ter onderbouwing van de te formuleren maatregelen in het kader van het klimaatbeleid .

Tijdens bijeenkomsten met LNV (o.a. 15 april en 4 juli 2008) zijn vragen benoemd die naar verwachting de komende jaren in toenemende intensiteit op LNV zullen afkomen. Deze vragen kunnen worden beschreven in drie groepen, met voor iedere groep een verbijzondering:

1) mitigatie (vermindering van netto emissies van broeikasgassen)

- Toenemende maatschappelijke druk om te komen tot een transitie naar klimaatneutrale landbouw en voedselproductie (het gaat hierbij om bodembeheer, gewassen, energiegebruik, melk-, vlees- en visproductie en de productie van overige voedingsmiddelen, voedselverwerking, transport en om natuurbeheer);
- Productie van biobrandstoffen en inzet van biobrandstoffen en het streven naar een maximaal netto effect op de uitstoot van broeikasgassen;
- Met het oog op bovenstaande uitdagingen en in verband met wettelijke verplichtingen en taken op het gebied van emissie rapportage en monitoring wordt het van toenemend maatschappelijk belang kennis te ontwikkelen op het gebied van emissies en absorptie van broeikasgassen uit landgebruik. Het gaat hierbij om analyse van relevante bio-fysische processen, het management en om de verbetering van monitoringtechnieken.

2) adaptatie (autonome en geplande aanpassing aan een veranderend klimaat)

- Aanpassing van de landbouw en visserij aan de optredende en de verwachte verandering van het klimaat en de stijging van de zeespiegel (het gaat hierbij vooral om het beleid ten aanzien van identificatie en planning van maatregelen en investeringen in de sector voor het omgaan met directe en indirecte effecten van verandering van temperatuur en neerslag regimes en van toenemende verzilting (zie ook het EU Gemeenschappelijke Landbouw Beleid));
- Aanpassing van natuurbeheer, waarbij het soortenbeleid (en Natura 2000) ter discussie komt te staan omdat bepaalde soorten zich in bepaalde geografisch vastgelegde habitats niet meer zullen kunnen handhaven en nieuwe soorten vestigen;
- Omgaan met risico s van nieuwe ziekten en plagen zowel in landbouw als in natuurbeheer (voorbeelden, zeer waarschijnlijk mede veroorzaakt door reeds opgetreden klimaatverandering zijn de verspreiding van de eiken processsierups, de toename van de hoeveelheid teken en het overwinteren van knut die blauwtong veroorzaakt).

3) effecten van klimaatverandering en internationaal klimaatbeleid op de dynamiek van internationale markten van biogrondstoffen en daarmee op de aard en winstgevendheid van bedrijven in de sector.

- Het gaat hierbij om de effecten van klimaatverandering op de voedselproductie en de voedselmarkt;
- Het gaat om de effecten van klimaatbeleid op de productie en de markt van biobrandstoffen;
- Het gaat ook om de internationale ontwikkeling van de consumentenvraag onder invloed van klimaat beleid en de mogelijke verandering van consumenten preferenties;

Het KB 2 thema team wil het onderzoek in de komende jaren vooral richten op de ontwikkeling van een proactieve aanpak, zowel op adaptatie als op mitigatie en internationaal klimaatbeleid. Een proactief beleid schept kansen met mogelijkheden voor een netto positief effect op de ontwikkeling van de samenleving. Onderzoek speelt daarbij een belangrijke rol bij de identificatie van kansen en bedreigingen en het ontwikkelen van kansen voor innovatie op de relevante domeinen.

Het gaat hierbij om het tijdig inspelen op grote transities in de sfeer van energie, water en landgebruik. Op EU niveau worden deze grote transities zichtbaar in de veranderingen van het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid en op het gebied van EU- Energie beleid. Deze transities beïnvloeden elkaar en innovatie zal veelal sector overstijgend zijn. Gezien vanuit het perspectief van de maatschappelijke velden waarvoor het ministerie van LNV verantwoordelijkheid draagt liggen deze kansen onder meer op het gebied van regionale innovatie en vitaal platteland . Klimaat- mitigatie en klimaatadaptatie en vooral de daaraan gekoppelde sectoren water en energie ontmoeten elkaar op het gebied van landgebruik. Juist het ministerie van LNV heeft hierbij een rol.

Wanneer de verschillende beleidsvelden van de rijksoverheid nader worden beschouwd blijkt dat het mitigatie beleid en het adaptatie beleid langs lijnen wordt ontwikkeld die sterk onafhankelijk zijn van elkaar. Dat is tot op zekere hoogte begrijpelijk, maar niet altijd optimaal, zeker niet wanneer het gebruik van grond/land centraal wordt gesteld. Voor LNV liggen er waarschijnlijk kansen om op gebiedsniveau te werken aan nieuwe vormen van productie en verwerking van voedsel in combinatie met nieuwe vormen van natuurbeheer en energie opwekking en energie gebruik.

In het Nederlandse zeegebied beginnen de gevolgen van klimaatverandering merkbaar te worden. Noordelijke vissoorten verdwijnen en zuidelijke soorten rukken op. Dit geeft bedreigingen en kansen voor het visserijbeleid en leidt tot een verschuivend ruimtegebruik op zee. Het tijdig hierop kunnen inspelen is belangrijk voor een economisch en ecologisch duurzaam gebruik van het mariene ecosysteem, één van de beleidsdoelen van LNV. Bijvoorbeeld een belangrijke beleidsvraag voor de in zwaar weer verkerende mosselcultuur is of het teruglopen van de bevisbare mosselbestanden in de Waddenzee slechts tijdelijk is, of het gevolg van het warmer wordende water waardoor mogelijk de predatie op jonge mosselen blijvend toeneemt.

Voorts zijn er waarschijnlijk kansen voor LNV en de Nederlandse land en tuinbouw sector en de visserij sector om gezamenlijk te anticiperen op veranderingen in de wereldmarkt die wordt geconfronteerd met de combinatie van toenemende competitie en klimaatverandering. Het gaat hierbij om het tijdig geïnformeerd te zijn en tijdig te kunnen beschikken over nieuwe technieken om daarmee optimaal te kunnen inspelen op wereldwijde veranderingen.

Ook zijn er kansen om internationaal een belangrijke rol te spelen op het gebied van transport en verwerking van biogrondstoffen/biobrandstoffen en op het gebied van kennis en innovatie op het gebied van verdeling teelt en verwerking van deze grondstoffen.

Ook natuurbeheer kan nieuwe kansen bieden bijvoorbeeld wanneer door een warmer klimaat Nederland aantrekkelijker wordt voor wonen en recreëren. Dat levert mogelijkheden in de koppeling van deze functies met de financiering, beheer en inrichting van natuur- en recreatiegebieden.

Met onderzoek en inzet van de juiste methodieken kunnen bovengenoemde kansen getoetst worden op hun realiteitsgehalte.

Samengevat kunnen er drie kansrijke gebieden worden onderscheiden:

1. Innovatie op gebiedsniveau (vitaal platteland) door slim in te spelen op de grote, gekoppelde transities op het gebied van energie, water en grondgebruik. ( innovatie op het snijvlak van veranderingen in het EU Gemeenschappelijke Landbouw Beleid en het EU Energiebeleid);
2. Vernieuwing van land en tuinbouw met het oog op wereldwijd toenemende verzilting van Delta gebieden en innovatie op productieniveau;
3. Vernieuwing van natuurbeheer, inspelend op klimaatverandering.

Voor de maatschappelijke effectiviteit van het KB onderzoek is het van groot belang dat onderzoekers en het ministerie van LNV de visie op de bovengenoemde kansen met elkaar delen en dat er een inhoudelijke dialoog daarover wordt gevoerd.

Werkwijze:
Op basis van voorgaande kunnen een zestal prioritaire velden worden geïdentificeerd voor KB -2 onderzoek. Daarnaast kunnen kansen voor een LNV klimaatbeleid worden geïdentificeerd op drie gebieden. Deze zes onderzoekvelden en drie kansen gebieden worden hieronder samengevat. NB: Kennisbasisthema Klimaatverandering wil dit de komende periode in overleg met onderzoekers en het beleidsveld verder aanscherpen en eventueel aanvullen.

Mitigatie

- Transitie naar een klimaatneutrale landbouw, natuurbeheer en voedselproductie;
- Verhoging van de klimaateffectiviteit van de inzet van biobrandstoffen;
- Land/grond/dier/vegetatie gebonden emissie en absorptie van broeikasgassen, proces analyse en verbetering van monitoring technieken;

Adaptatie

- Aanpassing land- en tuinbouw en visserij aan klimaatverandering inclusief verzilting;
- Aanpassing van natuurbeheer;
- Omgaan met nieuwe klimaatverandering- geïnduceerde risico s van ziekten en plagen bij planten en dieren en mensen voor zover in oorzaak gekoppeld aan planten en dieren;

Internationaal

- Invloed van klimaatverandering en klimaatbeleid op de internationale markt van bio-grondstoffen;
- Klimaat gerelateerde internationale regelgeving van belang voor nationaal beleid op het gebied van landbouw en natuur (EU-GLB, Natura 2000, UNFCC, CBD, WTO .enz.);
- Internationale veranderingen in consumenten preferenties die te maken hebben met klimaatverandering en klimaatbeleid, zoals de vraag naar klimaatneutrale producten;

Kansen voor LNV
Uitgaande van de LNV beleidsvelden worden in dit visie document drie kansrijke gebieden geidentificeerd voor het uitvoeren van strategisch (klimaat)onderzoek:

- Innovatie op gebiedsniveau (vitaal platteland) door slim in te spelen op de grote, gekoppelde transities op het gebied van energie, water en grondgebruik. ( innovatie op het snijvlak van veranderingen in het EU Gemeenschappelijke Landbouw Beleid en het EU Energiebeleid);
- Vernieuwing van land en tuinbouw en aquacultuur met het oog op wereldwijd toenemende verzilting van Delta gebieden;
- Vernieuwing van natuurbeheer, inspelend op klimaatverandering (NB: dit in afstemming met KB-1 Duurzame ontwikkeling van de groene en blauwe ruimte);
- Pro-actieve rol bij vormgeven van een klimaatneutrale landbouw en ketens (terugdringen van broeikasgasemissies vanuit landgebruik en veehouderij, het creëren van low emission value chains .

Publicaties bij dit cluster zijn beschikbaar via deze link

Related organisations

Related people

Contact person Prof.dr.ir. P. Vellinga

Related research (upper level)

Classification

A11000 Air
D15500 Atmospherical sciences

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation