Doel: In dit programma zullen methodieken ontwikkeld worden waarmee vanuit meerdere perspectieven verantwoord afwegingen kunnen worden gemaakt rond risico s en voordelen van voedingsmiddelen / ingrediënten. Daarnaast richt het onderzoek zich op het keuzegedrag van de consument in relatie tot veiligheid van voedsel.
Resultaten Schadelijke stoffen kunnen een negatieve werking hebben op cellen of organen en gezondheidbevorderende stoffen kunnen juiste een gunstig effect hebben. Instrumenten om te meten hoe de balans uitpakt als je naar meerdere stoffen in de voeding kijkt, staan nog in de kinderschoenen. In KB6 is geïnvesteerd in deze nieuwe technieken. In algemene zin werd een tiental jaar geleden verwacht dat het toevoegen van vitamine A gezondheidsbevorderend zou werken. Onderzoekers vonden in een groot epidemiologisch onderzoek dat dit in algemeen zin geldt, maar dat er juist een schadelijk effect van vitamine A toevoeging was bij rokers. Welk werkingsmechanisme hieraan ten grond slag ligt wordt uitgezocht in KB6 onderzoek.
Voor het vaststellen of bepaalde stoffen een gunstig of ongunstige werking hebben zijn verschillende assays nodig, immers er zijn diverse effecten te verwachten. Als deze assays ontwikkeld in KB6 in de breedte worden ingezet zou een uitspraak gedaan kunnen worden over de positieve dan wel negatieve bijdrage aan de gezondheid van afzonderlijke stoffen die in functionele voedingsmiddelen voorkomen.
Met een aanpak waarin micro-array experimenten centraal staan, is kennis ontwikkeld over integrale effecten van flavonoiden. In 2007 werd voor de eerste keer gevonden dat naast darm, de long een belangrijk targetweefsel is voor quercetine. Daarnaast is voor de eerste keer gevonden dat quercetine het energiemetabolisme beïnvloedt.
Van veel stoffen is ook bekend dat ze een schadelijke werking hebben, maar deze stoffen komen van nature voor in de voeding, of worden er onbedoeld in aangetroffen bijvoorbeeld als milieucontaminant. Uit de huidige risicobeoordeling kan blijken dat er een overschrijding is van de Aanvaardbare of Toelaatbare Dagelijkse Inname. Beheersmaatregelen om de contaminatie terug te dringen zijn echter zo kostbaar of zo onhaalbaar, dat ze ten koste gaan van voordelen van consumptie van deze producten. Waar dit het geval is, wordt steeds vaker gevraagd om een wetenschappelijke 'risk-benefit' afweging om op een verantwoorde wijze een beslissing te nemen. KB6 onderzoek heeft geresulteerd in een rekenmodel waarbij de positieve of negatieve balans uitgerekend kan worden van een beleids- of beheersmaatregel. Als voorbeeld is genomen de maatregelen om ammoniumbicarbonaat bakpoeder te vervangen door natriumbicarbonaat bakpoeder. Het acrylamide gehalte daalt weliswaar, maar het natrium gehalte in de voeding stijgt.
Ten slotte maakt ook de consument afwegingen. KB6 heeft geïnvesteerd in onderzoek waarbij de vraag centraal stond in hoever de consument deze conflicterende boodschappen hanteert. De veronderstelling is dat naarmate men zich sterker identificeert met een voedingsmiddel, naarmate men meer geneigd is om te geloven in het effect van de gezondheidsclaim, en zich minder laat leiden door eventuele negatieve informatie over het desbetreffende voedingsmiddel.
Ten slotte is het van belang om te kunnen meten in hoeverre het aankoopgedrag van consumenten verandert als gevolg van negatieve berichtgeving bv. ten tijde van incidenten t.a.v. voedselveiligheid. Een instrument om deze trendgrafieken te ontdoen van allerlei andere factoren die invloed kunnen hebben en deze trend kunnen verstoren, is ontwikkeld in 2007. |