KNAW

Research

Me, Myself, and You: Friendships in Adolescence

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title Me, Myself, and You: Friendships in Adolescence
Period 03 / 2005 - 09 / 2009
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1313448
Data Supplier Onderzoeker

Abstract

Adolescent friends are similar in many respects: academic achievement (Altermatt & Pomeranz, 2003; Hamm, 2000), delinquency (Scholte, 1998; Simons, Wu, Conger & Lorenz, 1994; Vitaro, Tremblay, Kerr, Pagani & Bukowski, 1997), smoking and alcohol use (Engels, Knibbe, Drop & De Haan, 1997; Urberg, Degirmencioglu & Tolson, 1998) and pro-active aggression (Poulin & Boivin, 2000). In this project we will raise 4 questions: 1. Friends can be similar on various dimensions: which dimensions are the most important similarity dimensions? 2. Why are similarity dimensions important and how does this importance change during friendships? 3. Are friends alike because they select or influence each other? 4. Do core personality characteristics of adolescents and their friends predict continuation or discontinuation of friendships?

Abstract (NL)

Het beeld dat een jongere heeft van een ander bepaalt in grote mate of zij een vriendschap zullen aangaan met elkaar. Hoe de ander in werkelijkheid is, is van minder belang. Dat schrijft Maarten Selfhout in zijn proefschrift over de ontwikkeling van vriendschappen in de adolescentie. Daarnaast blijkt uit Selfhouts onderzoek dat vriendschap niet altijd geheel een eigen keuze is: het beeld dat een groep vrienden heeft van een ander is medebepalend voor het ontstaan van vriendschappen. Verder spelen non-mainstream muziekvoorkeuren, zoals hiphop en heavy metal, een grote rol. Adolescenten worden namelijk bevriend met jongeren die dezelfde non-mainstream muziekvoorkeuren hebben. Als de vriendschappen eenmaal gesloten zijn, schijnen deze niet geheel zonder risico s: ze kunnen een belangrijke rol hebben in het ontstaan van probleemgedrag. Zo lijkt delinquent gedrag van vrienden tot escalatie van delinquent gedrag bij jongens te leiden. Voor meisjes is vriendschapskwaliteit belangrijker: het lijkt erop dat slechte vriendschapsintimiteit een risicofactor is voor depressie onder meisjes. Een hoge vriendschapskwaliteit lijkt meisjes echter weer te beschermen tegen een verhoogd risico op emotionele problemen.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. W.H.J. Meeus
Co-supervisor Dr. S.J.T. Branje
Doctoral/PhD student Dr. M.H.W. Selfhout

Classification

A82300 Family and relations
D54000 Pedagogics

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation