| Honderden soorten felgekleurde visjes zwemmen rond in Oost-Afrikaanse meren. Evolutiebiologen vermoeden dat deze diversiteit is ontstaan door kieskeurige vrouwtjes: zij houden soorten gescheiden door alleen te paren met mannetjes van de juiste kleur. Maar waarom vinden vrouwtjes de kleuren van mannetjes zo belangrijk? En hoe kan die kieskeurigheid tot soortsvorming leiden? Martine Maan bekeek twee nauwverwante soorten cichlide vissen van het Victoriameer in Tanzania, de één met blauwe en de andere met rode mannetjes, en ontdekte een mechanisme waardoor deze soorten zouden kunnen zijn ontstaan. Vrouwtjes hebben een voorkeur voor felgekleurde mannetjes, omdat deze minder parasieten bij zich dragen. De rode soort komt in dieper water voor dan de blauwe en daardoor leven ze in verschillende lichtomstandigheden. Beide soorten hebben zich daaraan aangepast: de rode soort kan beter zien in rood licht, en de blauwe soort in blauw licht. Voor vrouwtjes van de rode soort zijn rode mannetjes daarom opvallender dan blauwe, en andersom. Mannetjes met andere kleuren zijn onopvallend en onaantrekkelijk, en produceren daarom weining nakomelingen. Zo blijven alleen de felrode en felblauwe vissen over, en kunnen twee gescheiden soorten ontstaan. Het onderzoek wees bovendien uit dat in zeer troebel water vrouwtjes minder kieskeurig en mannetjes minder felgekleurd zijn. Het voortbestaan van de soortendiversiteit vergt daarom maatregelen die de toenemende eutrofiëring van het Victoriameer tegengaan. |