KNAW

Research

Prenatal stress in sows

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title Prenatal stress in sows
Period 03 / 2001 - 02 / 2005
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1314002

Abstract (NL)

Het doel van dit AIO-project is inzicht te verkrijgen in de mate waarin stress tijdens de dracht bij zeugen effect (gedrag, stress fysiologie) heeft op de nakomelingen en of dit voor bepaalde fases van de dracht verschilt. Daarbij wordt nagegaan welke mechanismen achter deze eventuele effecten zitten en op welke wijze (wanneer, hoe) in de praktijk prenatale stress moet worden voorkomen. Afbakening: In dit project is gekozen voor een modelmatige benadering waarbij effecten van prenatale stress bij tweedeworps zeugen worden bestudeerd door verhoging (via orale toediening van cortisol) van maternale cortisolspiegels. Bestaande kennis: In ratten zijn sterke aanwijzingen dat verschillende gedrags- en endocrinologische coping strategieën de gevoeligheid voor stress en de vatbaarheid voor ziekten, het gevolg zijn van verschillen in neurobiologische opmaak. Deze verschillen zijn het resultaat van genetische en ontogenetische factoren. In ratten kan opmaak zelfs drastisch gewijzigd worden door neonatale manipulaties zoals handling en cross-fostering. Maar, er zijn ook aanwijzingen dat acute en herhaalde stress tijdens de prenatale ontwikkeling de gedrags- en fysiologische respons van de nakomelingen kan veranderen. Het is daarom waarschijnlijk dat, vanaf het moment van conceptie zowel de intra-uteriene als de extra-uteriene omgeving belangrijk is voor de ontwikkeling van mechanismen die het dier optimaal uitrusten om allerlei soorten omgevingsveranderingen probleemloos aan te kunnen. Uit de literatuur is bekend dat effecten van prenatale stress voornamelijk door cortisol worden veroorzaakt. Inmiddels is fase 1 van het project bijna voltooid. In deze fase is een experimenteel model voor het gecontroleerd verhogen van maternaal cortisol tijdens de dracht van zeugen middels orale toediening van cortisol geoperationaliseerd en toegepast in een experiment. In dit experiment zijn groepen drachtige zeugen gebruikt die tijdens een drietal verschillende perioden van de dracht (eerste, tweede of derde periode) werden blootgesteld aan verhoogde cortisol gehalten. De biggen van deze zeugen zijn vervolgens intensief gedragsfysiologisch onderzocht. Ook is de groei van de biggen bijgehouden. De voorlopige resultaten suggeren dat verhoogde maternale cortisolspiegels tijdens bepaalde perioden van de dracht consequenties hebben voor het functioneren van de biggen. Deze bevindingen vormen voldoende basis voor het doorzetten van andere experimenten rond het thema prenatale stress in het kader van dit AIO-project. Het resterende experimentele werk omvat drie studies waarvan de praktische uitvoering in 2004 zal worden afgerond. In één studie wordt het experimentele model op basis van orale toediening van cortisol aan drachtige zeugen opnieuw gebruikt, met dien verstande dat de te behandelen dieren cortisol ontvangen tijdens één trimester van de dracht, gekozen op basis van de bevindingen uit fase 1. In deze studie ligt het accent op de overdracht van cortisol van de moeder naar de foetus en op onderzoek aan de hersenen van de biggen, ondermeer naar glucocorticoïd receptor-typen. In de tweede en derde studie wordt gekeken naar situaties die ook in de praktijk voor komen en die zouden kunnen leiden tot prenatale stress, namelijk sociale stress als gevolg van (langdurig of regelmatig) vechten met soortgenoten en/of het (regelmatig) verliezen tijdens sociale confrontaties. Beleidsrelevantie: Om te komen tot veehouderijsystemen waarin dieren zich zonder grote moeite kunnen aanpassen is basiskennis over de aanleg van aanpassingsmechanismen van groot belang. Daarbij wordt binnen dit project gezocht naar praktische oplossingen om prenatale stress zoveel mogelijk te voorkomen. Resultaten en kennisoverdrachtactiviteiten : Dit AIO- project levert kennis over effecten van prenatale stress bij zeugen op de ontwikkeling van nakomelingen in de vorm van een proefschrift en wetenschappelijke artikelen. Daarnaast wordt toepasbare kennis ontwikkeld die wordt gepubliceerd in vakbladen, m.n. met betrekking tot het reduceren van stress tijdens de dracht. Resultaten worden gepresenteerd op discussiebijeenkomsten, congressen en seminars, aan contacten in de sector, aan betrokken beleidsmedewerkers en aan ontwerpers van nieuwe veehouderijsystemen.

Related organisations

Secretariat Ethology Chair (WUR)

Related people

Supervisor Prof.dr. M.A.M. Taverne
Supervisor Prof.dr. V.M. Wiegant
Co-supervisor Dr. E.J.H. Mulder
Project leader Dr.ir. E.D. Ekkel
Doctoral/PhD student Dr. G. Kranendonk

Related research (upper level)

Classification

A22000 Animal husbandry
D22300 Animal ethology, animal psychology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation