[Kennisbehoefte doelgroep]: De toekomstige veranderingen in het gebruiksnormenstelsel richten zich op: - de te behalen doelstelling van 50 mg nitraat per liter in het grondwater (gebruiksnormen 2009) - de doelstelling van fosfaatevenwichtsbemesting in 2015 Het stelsel van gebruiksnormen leidt op termijn vooral op de zandgronden en in de milieukritische gewassen tot lagere bemestingsniveaus dan in het recente verleden in de gangbare landbouw gebruikelijke waren. Er bestaat bezorgdheid over de handhaving van een voldoende bodemvruchtbaarheid, omdat het stelsel beperkingen oplegt aan de aanvoer van meststoffen en bodemverbeteraars, terwijl tegelijkertijd verwacht wordt dat juist het opbrengend en bufferend vermogen van de bodem een belangrijker rol gaat spelen bij lagere inputs. De impact van de nieuwe normering geldt vooral de intensieve teelten in de gangbare praktijk op de zandgronden, maar mogelijk ook biologische systemen waar die gebruik maken van hoge organische inputs die nu beperkt worden door hetzij de gebruiksnorm dierlijke mest, hetzij de fosfaatgebruiksnorm via het meeslepen van fosfaat in organische bronnen, hetzij de stikstofgebruiksnorm waar grote hoeveelheden hulpmeststoffen gebruikt worden. Een systematische inventarisatie van knelpunten die op korte termijn in biologische sectoren verwacht mogen worden is nog niet voorhanden, noch een kwantificering van de gevolgen op termijn voor de bodemvruchtbaarheid en daarbij behorende gewasproduktie. Meer in het algemeen bestaat behoefte, zowel voor de gangbare als biologische sectoren, aan een inventarisatie van bodemeigenschappen die belangrijk zijn voor de produktiviteit bij verlaagde inputs, en van de wijze waarop en mate waarin deze eigenschappen afhangen van inputs. Daarbij wordt nu vooral gedacht aan de rol van organische stof bij de efficiënte benutting van stikstof, en de stuurbaarheid van N-benutting via de organische stofhuishouding. Pas wanneer hiervan een goed beeld bestaat, kan de impact van normering op gewasproduktie op de wat langere termijn worden vastgesteld. Bovendien zou de praktijk met die informatie zich effectiever kunnen richten op handhaving of verbetering van de meest relevante eigenschappen. Deze vooruitzichten zijn voor zowel de gangbare als biologische systemen van groot belang. Desondanks kan gesteld worden dat juist de biologische landbouw altijd al gewerkt heeft bij lagere werkzame-N-giften, de ontwikkeling van bodemkwaliteit centraal heeft gesteld, en ervaring heeft opgedaan met daarop gericht beheer. Deze kennis kan benut worden via inventarisatie van relevant geachte bodemkenmerken en beheersaspecten, terwijl de binnen en buiten Nederland voorhanden biologische praktijkbedrijven naast internationaal beschikbare lange termijn proeven een basis vormen voor monitoring en aanvullend experimenteel onderzoek. [Doelstelling(en) van het onderzoek]: - snel opstellen van overzicht van knelpunten in de biologische landbouw die voortvloeien uit de nieuwe meststoffenwet, en vaststellen van strategieën om deze knelpunten aan te pakken - vaststellen van bodemeigenschappen die zowel cruciaal zijn voor gezonde gewasproduktie alsóók door gericht beheer op langere termijn gestuurd ( ontwikkeld ) kunnen worden, teneinde de produktie te optimaliseren bij relatief lage inputs van meststoffen; zowel in biologische als gangbare systemen - identificeren van mechanismen m.b.t. nutrientenbenutting en -conservering, waarin deze bodemeigenschappen een rol spelen, en m.b.t. de wijze (strategieën) waarop deze eigenschappen gestuurd kunnen worden; met speciale aandacht voor de rol van organische stof (-componenten); - definiëren van criteria voor meting en monitoring van bodemvruchtbaarheid onder uiteenlopende omstandigheden in biologische en gangbare/geïntegreerde systemen, ten behoeve van voornoemde doelen. [Aanpak en tijdspad]: Het onderzoek richt zich op onderzoek van bodemvruchtbaarheid in brede zin: een gebalanceerde mineralenhuishouding (N,P,K) en speciatie van nutriënten; organische stof en speciatie van organische stof; bodemstructuur, ook in relatie tot grondbewerking; biotische aspecten van bodemvruchtbaarheid in relatie tot beheer, alsook meer inherente aspecten als textuur, pH, en drainage. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van contrasten die ontstaan zijn door gedurende langere tijd verschillende bemestingsstrategieën te handhaven, hetzij binnen (proef)bedrijven dan wel tussen (praktijk)bedrijven. Het project wordt in 2006 in twee fasen uitgevoerd.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |