| Uit onderzoek van Sietske Bakker naar de ziekte Fanconi anemia (FA) blijkt dat het gen Fancm darmkanker onderdrukt. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of mensen met (darm)kanker dit gen missen en of deze patiënten wellicht goed behandeld kunnen worden met speciale chemotherapie die dit defect exploiteren. Bakker promoveert op 21 december bij VU medisch centrum. Tumorcellen bevatten in vergelijking tot normale gezonde cellen een grote hoeveelheid veranderingen (mutaties) in hun DNA, de genetische code van een cel. Tumorcellen hebben dus een grote hoeveelheid 'genetische instabiliteit'. In gezonde cellen wordt genetische instabiliteit voorkomen door eiwitten die fouten in het DNA herkennen en herstellen. Een treurige illustratie van het belang van deze DNA reparatie-eiwitten (om genetische instabiliteit tegen te gaan en daarmee kanker te voorkomen) is de ziekte Fanconi anemia (FA). Kinderen die lijden aan deze zeldzame ziekte hebben een sterk verhoogd risico op bloedarmoede en kanker doordat ze schade aan hun DNA niet kunnen herstellen. Bakker heeft onderzoek gedaan naar de ziekte FA in muismodellen. De muizen hebben net als FA-patiënten een defect in een zogenaamd FA-gen en zijn ook niet in staat om specifieke schade aan hun DNA te repareren. In tegenstelling tot patiënten krijgen deze muizen geen bloedarmoede en nauwelijks kanker. Dit verandert als wordt gekeken naar darmkanker. Dan blijkt dat één van deze reparatiegenen (Fancf) geen invloed heeft op darmkanker maar dat een ander gen (Fancm) darmkanker juist onderdrukt. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of ook mensen met (darm)kanker dit gen missen en of deze patiënten wellicht goed behandeld kunnen worden met speciale chemotherapie die dit defect exploiteren. |