| Intensieve chemotherapie resulteert slechts in curatie van 30-40% van de patiënten met AML. Dit percentage is nog significant lager in de groep patiënten ouder dan 60 jaar. Daarom is er grote behoefte aan nieuwe therapeutische opties om deze ziekte te behandelen. Recente onderzoekingen hebben aangegeven dat het cholesterol metabolisme duidelijk verstoord is in AML cellen t.o.v. normale bloedvormende cellen. De AML cellen laten in vitro een toename zien in de cholesterol synthese indien deze cellen worden blootgesteld aan celdodende medicamenten (daunorubicine; Ara-C). Deze adaptieve cholesterol response wordt in 40-50% van de AML patiënten waargenomen en beschermt AML cellen tegen de celdodende werking van chemotherapie. Toevoeging van een cholesterol synthese remmer verhoogt de celdodende werking van chemotherapie. Aanvullende onderzoekingen geven ook aan dat een aantal van de cholesterol synthese genen verstoord tot expressie komen in een subgroep van de AML cellen, namelijk in die cellen die stamcel eigenschappen hebben. Op basis van deze gegevens willen wij beoordelen in hoeverre de verstoorde expressie van cholesterol genen en de verstoorde aanmaak van cholesterol in leukemische cellen van voorspellende waarde is op de behandelingsresultaten van de patiënten die behandeld zijn met intensieve chemotherapie. Verder willen wij onderzoeken op welke manier de cholesterol remmers AML cellen beïnvloeden en welke processen daarbij betrokken zijn. Tenslotte willen wij bestuderen of de cholesterol remmers ook in hoge dosering aan patiënten gegeven kunnen worden die behandeld worden met chemotherapie. Met name richten wij ons hierbij op de vraag of de waargenomen cholesterol response ook in vivo geblokkeerd kan worden. Dit zou dan kunnen resulteren in een effectievere behandeling voor patiënten met een AML. |