| Om een preventiebeleid 'op maat' te ontwikkelen en prioriteiten te stellen is informatie nodig over typen ongevallen die tot letsels leiden, het aantal en soort letsels, risicogroepen, en de gevolgen van die letsels (inclusief medische behandeling). Ondermeer in het landelijk enquête-onderzoek 'Ongevallen en Bewegen in Nederland' (OBiN) worden deze gegevens verzameld. Steekproef en methode Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN) is een continu uitgevoerde enquête naar letsels door ongevallen, blessures, sportparticipatie en bewegen in Nederland. Elke maand worden ongeveer 200 Nederlanders benaderd, totaal 10.000 per jaar. Tot 2006 werden de gegevens verzameld door telefonische interviews, vanaf 2006 ook via benadering via internet. Er wordt gekeken naar letsels ontstaan in het verkeer, tijdens het werk, tijdens sporten en bij activiteiten in de privé-sfeer. OBiN levert zowel gegevens over het aantal slachtoffers waarbij letsel ontstaat (incidentie) en over het aantal slachtoffers dat hinder heeft van letsel door ongevallen die eerder plaatsvonden (prevalentie). Per jaar worden aldus ongeveer 500 'incidente' letsels gerapporteerd (waarvan ongeveer 60% medisch werd behandeld en ongeveer 800 'prevalente'letsels. Aan slachtoffers met letsel wordt gevraagd naar het ontstaan van het letsel, de aard ervan, de noodzakelijke medische behandeling en gevolgen van het letsel (verzuim, hinder, blijvend letsel). Daarnaast worden ook gegevens verzameld over de sportparticipatie (de kwaliteit en kwantiteit van de deelname aan georganiseerde en ongeorganiseerde sport), de hoeveelheid lichaamsbeweging en het bewegingspatroon van de Nederlandse bevolking en over overgewicht bij de Nederlandse bevolking. |