LNV beleidsopgave, maatschappelijk probleem en beleidscontext: De basis voor de thema s die gericht zijn op transitie en innovatie ligt bij het Nationaal Milieubeleidsplan 4 en de transitieopgaven die daarin benoemd worden. Het Milieubeleidsplan maakt duidelijk dat Nederland kampt met een aantal zeer complexe milieuproblemen waarvoor, door sterke samenhang met sociaal-economische factoren, geen eenvoudige oplossingsrichting is aan te duiden. Het gaat hier om problemen als klimaatverandering, energieverbruik, aantasting van de (mondiale) biodiversiteit en de vereiste omslag naar een duurzame land- en tuinbouw. De benodigde veranderingen zijn alleen te realiseren via systeeminnovaties, omdat het veranderingen betreffen die het bedrijfsniveau overstijgen en die in samenhang moeten worden gerealiseerd in een gebied of binnen een keten. Bij de transitie naar een duurzame landbouw is ook sprake van een institutionele transitie. Binnen LNV vinden grote veranderingen plaats in verantwoordelijkheid, rol en inzet van beleidsinstrumenten. Een eerste belangrijke wijziging is ingezet met de Nota Vitaal en Samen. LNV geeft aan dat de toename van de complexiteit in de agro-business zich vertaalt in een heroriëntatie van de rol en verantwoordelijkheid die LNV kan innemen. Dit is in het kort weergegeven met Van zorgen voor naar zorgen dat . Dit heeft zich inmiddels vertaald in de wijze waarop het debat over de Toekomst van de intensieve Veehouderij is gevoerd en waarbij LNV de sector uitdaagt zelf verantwoordelijkheid te nemen en aan te geven hoe LNV kan faciliteren. De vernieuwing binnen LNV uit zich bijvoorbeeld ook in het organiseren van strategische dialogen waarvan de eerste, de strategische dialoog voedselkwaliteit in een afrondend stadium verkeert. In de herfst van 2005 heeft Minister Veerman zijn visie op de toekomst van de Nederlandse agrarische sector gepresenteerd in het rapport Kiezen voor Landbouw . De kern van de visie is dat ondernemers zelf bepalen hoe de landbouw van morgen eruit ziet.
Kennisbehoefte:
Het beleidsondersteunende onderzoek gaat uit van een veranderende rol van LNV waarbij partijen buiten LNV de toekomst van de Nederlandse landbouw bepalen en (mede) verantwoordelijkheid nemen in de beweging naar een duurzaam en innovatief ondernemerschap in de landbouw en visserij. Maar ook nieuwe rollen van LNV gericht op stimuleren en faciliteren, op vermindering van administratieve lasten en vermindering van regeldruk, zijn van invloed op het beleidsondersteunende onderzoek. Dat betekent concreet dat de vraagarticulatie van het onderzoek sterker gestuurd wordt vanuit innovatieve netwerken en ondernemers en andere stakeholders. De kennisoverdracht richt zich directer op groepen die bewegen naar een duurzame landbouw en visserij. De betekenis van het onderzoeksresultaat voor LNV richt zich op het kunnen vervullen van haar veranderende rol. Op basis van onderzoeksresultaten worden de beleidsmakers bij hun interactie met innovatieve (netwerken van) ondernemers in staat gesteld nieuwe rollen te vervullen zoals stimuleren, faciliteren, stellen van randvoorwaarden en het organiseren van toezicht op controle.
Kennisopdracht: Het koepelthema van het cluster Verduurzaming Productie en Transitie heeft de opdracht de activiteiten op het gebied van cluster te coördineren en de communicatie te regisseren, zowel richting opdrachtgevers als doelgroepen.
Methode in de aanpak: Dit koepelthema vervult de rol van coördinatiethema voor het cluster Verduurzaming Productie en Transitie. Het thema behelst de clusterleiding en de coördinatie van de Helpdesk (de besteding van de vrije ruimte). Daarnaast wordt er een afdracht gedaan aan Kennis Online. Van deze drie onderdelen is een projectbeschrijving bijgevoegd. Hieronder zijn de onderdelen samengevat.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link |