Doel: De doelstelling van het project is om een ruimtelijk expliciete risicoanalyse-methodiek te ontwikkelen waarmee alternatieve oplossingsrichtingen voor de omgang met bodemverontreinigingen in het landelijk gebied beschouwd kunnen worden. De basis van een dergelijke methodiek is het koppelen van het ruimtelijk foerageergedrag van organismen aan het ruimtelijk voorkomen van verontreinigingen en habitats. Op basis van deze kennis wordt een DSS (Decision Support System) ontwikkeld in samenwerking met eindgebruikers, waarmee in planningsprocessen verschillende planalternatieven doorgerekend kunnen worden voor wat betreft de risico s die verontreinigingen met zich meebrengen voor voorkomende hogere organismen.
Werkwijze: Er wordt volgens drie lijnen gewerkt:
- Modelontwikkeling; - Experimenteel- en veldwerk; - Ontwikkeling DSS (Decision Support System).
Resultaten: - In 2007 was met name gepland aandacht te besteden aan de afronding van het DSS, het schrijven van de handleiding, en het schrijven van artikelen. Gedurende het jaar is bekend geworden dat het project nog een jaar doorloopt en is de prioritering iets veranderd. - Er is een nieuwe versie van het DSS opgeleverd, in nauwe samenwerking met de andere partners binnen het project, inclusief eindgebruikers van de DSS. Deze versie is te downloaden van www.berisp.org. Het DSS is met goed resultaat gepresenteerd op een workshop aan de Universiteit van Antwerpen met eindgebruikers van buiten het project van verschillende nationaliteit. - In 2007 is veldwerk afgerond, en laten de eerste resultaten zien dat de ruimtelijke verspreiding van kleine zoogdieren erg aan habitat elementen is gebonden. Daarnaast was er een relatief hoge winteroverleving na de winter 2006/2007. Dit is gemonitored a.d.h.v. kleine zoogdieren die een transponder hadden gekregen voor de winter, en weer terug gezien zijn na de winter. - Er is ook veldwerk uitgevoerd aan de beschikbaarheid van regenwormen voor oppervlakkig foeragerende soorten als de steenuil. Hiervan was de opzet om de ondergrondse biomassa (wat meestal wordt gemeten) te koppelen aan de bovengronds beschikbare aantallen. Op basis van meteorologische gegevens kan de invloed van weer hierop bepaald worden. April was uitzonderlijk droog, en wat duidelijk werd is dat extreme weersituaties een zeer grote invloed kunnen hebben op de beschikbaarheid van regenwormen, er waren er namelijk geen meer voor handen aan het eind van de maand. Voor soorten die afhankelijk zijn van dit soort prooien kunnen weersextremen, mede als gevolg van klimaatsveranderingen, een groot effect hebben op hun functioneren, en tevens de blootstelling aan verontreinigingen via regenwormen. - In 2007 zijn meerdere presentaties gegeven op internationale fora waar het belang van ruimtelijke variatie van verontreinigingen, habitat structuur, foerageer gedrag etc is voorgelegd. Het was de planning dit in 2007 tot wetenschappelijke publicaties uit te werken, maar door de veranderde prioritering wordt dit nu in 2008 uitgevoerd. - In 2007 is ten slotte een aanvang gemaakt om aanvullende modules te ontwikkelen voor risico van grote grazers, humane risico s en risico s voor voedselkwaliteit van groentes.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |