| Vivian Goerlich deed bij de postduif (Columba livia domestica) onderzoek naar mogelijke mechanismen die de verhouding zonen/dochters van een legsel bepalen en naar de rol die de geslachtshormonen van de moederduif daarbij spelen. Al vele eeuwen zijn onderzoekers gefascineerd door de geslachtsverhouding van de nakomelingen van duiven, waaronder bijvoorbeeld Aristoteles, ca. 350 v. Chr. Het ontrafelen van het mechanisme van de geslachtsbepaling in nakomelingen is belangrijk om de evolutionaire afkomst te begrijpen. Bovendien kan de toegepaste wetenschap, zoals natuurbescherming, of de commerciële landbouwindustrie, veel baat hebben bij de overproductie van het gewenste geslacht. Onder bepaalde omgevingsomstandigheden is het voordeliger voor ouders om meer zonen of juist meer dochters te produceren.Terwijl in zoogdieren het mannetje twee verschillende sex-chromosomen heeft (X en Y), die uiteindelijk het geslacht van de nakomelingen bepalen, is dat bij vogels het vrouwtje. Dit stelt de vogelmoeder in staat om het geslacht van het embryo al voor de bevruchting te bepalen (primaire sex ratio). In de natuur produceren duiven meer zonen aan het begin en meer dochters aan het einde van het jaar, een eigenschap die duiven een ideaal studiemodel maakt. Goerlich liet met haar experimenten zien dat moeders die werden geïmplanteerd met het geslachtshormoon testosteron, en moeders die in gewicht aankwamen, meer zonen produceerden. Moeders die werden behandeld met het stresshormoon corticosteron of een sterke gewichtsafname hadden, produceerden juist meer dochters. Duiven leggen normaliter twee eieren per nest met een constant interval van 44 uur tussen de eieren. In alle experimenten veranderde de sex-ratio slechts in de eerste eieren, maar nooit in de tweede. Gebaseerd op haar resultaten en op de huidige kennis concludeert Goerlich dat moederduiven door middel van maternale hormonen het geslacht van hun eerste ei kunnen manipuleren, waarschijnlijk door het beïnvloeden van de geslachtsbepalende meiose tijdens de ontwikkeling van de geslachtscellen ("meiotische drift"). |