| Loonmatiging is al vele jaren de beproefde manier van Nederland om economische crises het hoofd te bieden. Loonmatiging zou de economische groei stimuleren en werkgelegenheid creƫren, met name door het verbeteren van de concurrentiepositie. In de jaren negentig werd dit recept zelfs wereldberoemd als onderdeel van het Nederlandse poldermodel: Nederland deed het economisch zo goed omdat vakbonden en werkgevers tezamen de lonen hadden gematigd. Corina Hendriks onderzocht waarom in Nederland veel over loonmatiging wordt gesproken. Deze vraag lijkt simpel te beantwoorden: immers, loonmatiging zou goed voor de Nederlandse economie zijn, en waarom zouden vakbonden en werkgevers het dan niet steunen? Hendriks toont dat het niet zo eenvoudig ligt, en dat de keuze voor loonmatiging veel meer begrepen moet worden vanuit de manier waarop in Nederland politiek wordt bedreven: met dialoog en onderhandeling gericht op het bereiken van compromis en consensus. Loonmatiging is niet per definitie het beste idee, maar wel het meest politiek haalbare of wenselijke idee. De informele spelregels van de Nederlandse consensuspolitiek alsmede de rol van het Centraal Planbureau zijn van groot belang voor het begrijpen van de dominantie van dit specifieke politieke recept in de Nederlandse politiek. Hendriks gaat in op het verhaal van loonmatiging, en de manier waarop Nederlandse politici en sociale partners in de loop der jaren dit verhaal hebben geconstrueerd en uitgedragen. Loonmatiging is een politiek construct, geen economische wetmatigheid. Dat is het echte verhaal achter het Nederlandse model. |