| Sinds een aantal jaren worden bepaalde patiëntengroepen behandeld met hogere doseringen chemotherapie dan voorheen gebruikelijk was. Soms wordt wel een 10-maal hogere dosis van deze antikankergeneesmiddelen (cytostatica) toegediend. Eerder was dit door de schade voor het beenmerg en het optreden van ernstige misselijkheid en braken niet mogelijk. Echter, door nieuwe middelen tegen misselijkheid en braken en het gebruik van stamceltransplantaties is dit wel mogelijk. Bij een stamceltransplantatie worden beenmergcellen voor de chemotherapie afgenomen en na de behandeling weer teruggegeven. Deze vorm van chemotherapie (hogedosis chemotherapie) wordt onder andere toegepast bij sommige vormen van zaadbalkanker en borstkanker. De resultaten van een grote Nederlandse studie waarin hogedosis chemotherapie vergeleken werd met de standaardbehandeling bij 885 vrouwen met borstkanker en uitzaaiingen in de lymfeklieren waren bemoedigend: ziektevrije overleving was hoger in de vrouwen behandeld met hogedosis chemotherapie. Ook werd gevonden dat één bepaalde groep patiënten (met een zogenaamde HER-2/neu negatieve tumor) veel meer profiteerde van deze behandeling. Op basis hiervan wordt een nieuw groot Nederlands onderzoek opgezet om het beste hogedosis chemotherapie schema te vinden voor deze patiëntengroep. Een nadeel van hogedosis chemotherapie is dat er bij sommige patiënten ernstige schade optreedt aan bv. de nieren, lever, gehoor en de blaas. Andere patiënten ondergaan de kuren echter zonder noemenswaardige bijwerkingen. In een eerder project hebben we aangetoond dat dit mede veroorzaakt wordt door verschillen tussen patiënten in de wijze waarop de cytostatica afgebroken en uitgescheiden worden door het lichaam. Patiënten die de middelen lang in het lichaam houden hebben meer bijwerkingen dan mensen die de middelen snel uitscheiden. We hebben een techniek ontwikkeld waarmee we met behulp van een aantal bloedmonsters genomen op de eerste dag van de kuur, de dosis zo aan kunnen passen voor die kuur dat bij die patiënt de optimale bloedspiegels van de middelen bereikt wordt. Hiermee hopen we een minimale kans op bijwerkingen met behoud van werkzaamheid te bereiken. Deze techniek is echter zeer arbeidsintensief en moeilijk uit te voeren. Daarom willen we in dit project onderzoeken of vooraf te voorspellen is wat voor dosis optimaal is voor een patiënt. De betrokken cytostatica worden in de lever afgebroken door allerlei lichaamssystemen (enzymen). Afwijkingen in het erfelijke materiaal (genetische afwijkingen) kunnen er toe leiden dat deze enzymen veel minder goed of juist veel beter werken. Dit kan verklaren waarom de ene patiënt de middelen veel sneller uitscheidt dan de andere patiënt. Door in een grote groep patiënten te kijken of en welke afwijkingen er gevonden worden in het genetisch materiaal, kan gekeken worden of er inderdaad een relatie bestaat tussen deze afwijkingen, de snelheid van uitscheiding en het optreden van bijwerkingen. Op basis hiervan zou dan een vooraf een dosis bepaald kunnen worden die optimaal is voor de individuele patiënt. Hopelijk wordt op deze wijze de veiligheid van hogedosis chemotherapie vergroot en zullen de resultaten van de onderzoeken naar hogedosis chemotherapie van nog groter belang zijn voor de patiënt. |