KNAW

Onderzoek

Chronische hepatitis C: Welke patiënten hebben baat bij behandeling?...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Chronische hepatitis C: Welke patiënten hebben baat bij behandeling? Therapeutische strategieën gebaseerd op natuurlijk beloop en lange termijn uitkomsten van interventie studies.
Looptijd 01 / 2005 - 01 / 2012
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1317897
Leverancier gegevens ZONMW

Samenvatting (EN)

Achtergrond: Met wereldwijd 170 miljoen chronisch geïnfecteerden, vormt hepatitis C een belangrijk gezondheidsprobleem. De chronische leverontsteking veroorzaakt in 10-25% van de patiënten ernstige complicaties als gedecompenseerde cirrose, hepatocellulair carcinoom (HCC) en lever-gerelateerde sterfte. In de laatste tien jaar is de behandeling van chronische hepatitis C met toenemend succes uitgevoerd. De huidige behandeling bestaat uit (peg-)interferon met ribavirine gedurende minstens 6 maanden. Een sustained response, ofwel het ontbreken van detecteerbaar virus 6 maanden na het staken van de therapie, wordt in 50 to 85% van de behandelingen bereikt. Echter, de huidige behandeling geeft veel ernstige bijwerkingen en is zeer kostbaar. Het dilemma voor leverartsen is: Hoe kunnen we met de huidige behandeling ernstige complicaties van hepatitis C voorkomen, zonder patiënten met een een gunstig ziektebeloop onnodig te onderwerpen aan een individueel (bijwerkingen) en maatschappelijk (kosten) belastende therapie? Eerst vanuit de farmaceutische industrie en later vanuit consensus-richtlijnen van leverexperts is er grote druk ontstaan om iedereen te behandelen. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de kans een sustained response te behalen, hetgeen een surrogaat marker is. Door het aantal klinische gebeurtenissen na behandeling te vergelijken met hetgeen we verwachten in het natuurlijk beloop van de ziekte en dit te specificeren naar leeftijd, geslacht en fibrose-stadium, kunnen we vaststellen welke patiënten echt baat hebben bij therapie. Doel: 1.Te onderzoeken hoeveel klinische problemen (decompensatie, HCC, sterfte) er optreden bij patiënten met een virologische respons 6 maanden na therapie, vergeleken met non-responders, met het natuurlijk beloop van de ziekte en met de algemene populatie, gespecificeerd naar leeftijd, geslacht en fibrose stadium.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Onderzoeker Prof.dr. S.W. Schalm
Projectleider Prof.dr. E.J. Kuipers
Promovendus Dr. B.J. Veldt

Classificatie

A73200 Tweedelijnsgezondheidszorg
D23110 Infecties, parasitologie
D23220 Inwendige geneeskunde
D23370 Sociale geneeskunde

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie