KNAW

Onderzoek

Prognostische factoren voor het dagelijks functioneren van patiënten met...

Pagina-navigatie:


Wijzig Onderzoekgegevens


Titel Prognostische factoren voor het dagelijks functioneren van patiënten met een posthypoxische encephalopathie als gevolg van een hartstilstand.
Looptijd 09 / 2005 - onbekend
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1317932
Leverancier gegevens ZONMW

Samenvatting

In Nederland krijgen 60 tot 92 van de 100.000 personen jaarlijks een hartstilstand. Een aanzienlijk deel van de overlevenden van een hartstilstand wordt geconfronteerd met beperkingen in hun dagelijks leven, mede veroorzaakt door neurocognitieve stoornissen op basis van posthypoxische encephalopathie. Over de invloed van posthypoxische encepalopathie op het niveau van functioneren na een jaar en de mate van sociale participatie van patienten met een posthypoxische encephalopathie is tot op heden echter nog weinig bekend. Doelen voor het onderzoek zijn: In Nederland krijgen 60 tot 92 van de 100.000 personen jaarlijks een hartstilstand (Waalewijn et al, 1998; Gorgels et al, 2003). Slechts de minderheid (8-14%) overleeft en kan uit het ziekenhuis worden ontslagen (Berek et al, 1997; Waalewijn et al, 1998). Deze kleine groep overlevenden wordt echter vaak geconfonteerd met aanzienlijke beperkingen in het uitvoeren van de dagelijks bezigheden. Bij ontslag uit het ziekenhuis werd voor 47-50% van de overlevenden het functioneren in het dagelijks leven zelfs als matig of slecht gekarakteriseerd (Waalewijn et al,1998; Berek et al,1997). Deze beperkingen in het dagelijks leven van patienten na een hartstilstand kunnen ontstaan door restverschijnselen van cardiale, maar ook van neurologische origine. Een aanzienlijk deel van de groep overlevenden(16-50%) wordt na het incident geconfronteerd met forse neurocognitieve functiestoornissen (van Alem 2004; Sauve et al, 1996) op basis van posthypoxische encephalopathie. Als gevolg van de hypoxische fase tijdens de hartstilstand treedt irreversibele hersenschade op. De meest gerapporteerde problemen op dit gebied zijn geheugen-problemen (54%), gedragsveranderingen (46%) en visuo-spatiele problemen (31%). Van patienten die cognitieve functiestoornissen als gevolg van een hartstilstand hadden, bleek dat 44% tevens stoornissen had in het fysieke en psychosociale domein (van Alem, 2004). Pubwald et al (2000) vonden dat 23% van de overlevenden 6 maanden na hun hartstilstand nog hulp nodig had bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Dit impliceert dat niet alleen patienten na hun hartstilstand, maar ook familieleden, geconfronteerd worden met dramatische veranderingen in hun leefsituatie. De hoofddoelstelling van dit project is het objectiveren van de impact van posthypoxische encephalopathie als gevolg van een hartstilstand op het niveau van functioneren in het dagelijks leven en de sociale participatie van de patient. Ter ondersteuning van deze hoofddoelstelling worden de volgende drie subdoelstellingen geformuleerd. Doelstelling studie 1: In de laatste jaren neemt het gebruik van automatische externe defibrillatoren, die ook gebruikt kunen worden door niet medisch personeel, fors toe. Door een snelle inzet van de defibrillator kunnen meer patienten hun hartstilstand overleven (Valenzuela et al, 2000). Echter, ook het aantal patienten, dat na hun hartstilstand geconfronteerd wordt met neurocognitieve functiestoornissen door een posthypoxische encephalopathie kan hierdoor toenemen. Dit onderzoek bestaat uit drie onderdelen: twee wetenschappelijke studies en een implementatiestudie. Studie 1: Bepaling incidentie van patienten met cognitieve problemen na een hartstilstand.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

D23220 Inwendige geneeskunde
D23230 Neurologie, KNO , oogheelkunde

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie