KNAW

Onderzoek

Comparing three modes for disease management of chronic obstructive...

Pagina-navigatie:


Wijzig Onderzoekgegevens


Titel Comparing three modes for disease management of chronic obstructive pulmonary disease (COPD) in general practice: a randomized controlled trial comparing self-management education, regular practice nurse review, and usual general practitioner care.
Looptijd 11 / 2005 - onbekend
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1317938
Leverancier gegevens ZONMW

Samenvatting

Chronic obstructive pulmonary disease (COPD) is een aandoening met wereldwijd een toenemende incidentie en prevalentie. Het is onvermijdelijk dat met het groeiende aantal COPD-patiënten het beroep dat wordt gedaan op zorgfaciliteiten de komende jaren sterk zal toenemen. De verwachting is dan ook dat de gezondheidszorgkosten voor COPD in Nederland substantieel zullen toenemen. Zowel in de eerste- als tweedelijns zorg zullen oplossingen gevonden moeten worden om de belasting op het zorgsysteem op te vangen en te spreiden. In de eerste lijn zullen de zg. praktijkondersteuners - specifiek nageschoolde verpleegkundigen of doktersassistenten - daarbij een belangrijke rol gaan spelen. In de opleiding van praktijkondersteuners komen o.a. zorgverlening, patiënteneducatie en praktijkvoeringaspecten als belangrijke thema's aan bod, terwijl de zorg voor patiënten met chronische luchtwegaandoeningen nadrukkelijk deel uit maakt van het takenpakket. Gebleken is dat praktijkondersteuners de kwaliteit van het zorgaanbod kunnen verbeteren en de werkdruk van huisartsen verlichten, terwijl patiënten de zorg door praktijkondersteuners als tenminste gelijkwaardig beoordelen als zorg die door de huisarts zelf wordt verstrekt. Binnen het behandelbeleid bij COPD neemt de periodieke controle door de (huis- of long)arts of andere zorgprofessionals (praktijkverpleegkundigen en -ondersteuners) een centrale plaats in. De veronderstelling is dat, door patiënten periodiek te zien en relevante aspecten van het ziektebeeld (bijv. longfunctie, inspanningsvermogen) vast te leggen, leefstijl (roken) en behandeling (luchtwegmedicatie) te evalueren en het functioneren van de patiënt (lichamelijke activiteit, luchtwegklachten) na te gaan, het ziektebeloop ten gunste wordt beïnvloed. Ook is weinig tot niets bekend over hoe COPD-patiënten het zelf eigenlijk waarderen dat zij met enige regelmaat in de huisartspraktijk worden gecontroleerd, en wat hun verwachtingen van dergelijke controles zijn. Evenmin is de kosteneffectiviteit van een beleid met reguliere controles ten opzichte van een 'ad hoc' beleid onderzocht. Daardoor is het onduidelijk of de eventuele gezondheidswinst en de extra kosten die gepaard gaan met reguliere controles bij COPD opwegen tegen de eventuele besparingen doordat patiënten minder exacerbaties hebben, beter gebruik maken van profylactische medicatie, etcetera. Met andere woorden, de vraag of extra investeren in patiëntcontacten op momenten dat COPD-patiënten in een stabiele fase van de ziekte verkeren doelmatig is, is op dit moment onbeantwoord. Volgend uit bovenstaande beschouwing zijn voor het hier voorgestelde project de volgende vraagstellingen geformuleerd: Chronic obstructive pulmonary disease (COPD) is een aandoening met wereldwijd een toenemende incidentie en prevalentie.[1] De impact van de aandoening op het functioneren van patiënten is substantieel en wordt vaak onderschat. Het is onvermijdelijk dat met het groeiende aantal COPD-patiënten het beroep op zorgfaciliteiten de komende jaren sterk zal toenemen. Voorspellingen wijzen op een substantiële toename van de gezondheidszorgkosten voor COPD in Nederland.[2] De vraagstellingen voor het onderhavige onderzoek luiden: 1. Heeft een beleid met reguliere controles bij patiënten met COPD door een huisartspraktijkondersteuner meerwaarde bij het behalen van behandeldoelen, vergeleken met een beleid zonder reguliere controles? Gezien de capaciteitsproblemen waarmee de huisartsensector in Nederland nu reeds kampt en die de komende jaren alleen maar groter zullen worden, is evaluatie van de noodzaak van reguliere controles bij chronische patiënten op zijn plaats. Onderzoek naar substitutie van primair door de huisarts verstrekte COPD-zorg met zorg verstrekt door een praktijkondersteuner in de huisartspraktijk of zelfzorg door de patiënt ('zelfmanagement'), kan een wetenschappelijke onderbouwing vormen voor een weloverwogen keuze tussen realistische zorgvarianten. Tevens is het van belang te realiseren dat, gezien de huidige snelle intrede van de praktijkondersteuner in de Nederlandse huisartspraktijk, een gedegen evaluatie van de toegevoegde waarde van deze professionals aan de zorg voor COPD-patiënten binnen afzienbare tijd niet meer mogelijk zal zijn. Het bestuderen van de meerwaarde van reguliere controles bij COPD geeft invulling aan een van de lacunes in de standaard 'COPD: behandeling' van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), namelijk 'Voldoen de richtlijnen voor controles van patiënten met COPD' (ID 571 in de NHG lacunedatabase). Het feit dat in een recente systematisch (Cochrane) review wordt geconcludeerd dat meer onderzoek naar zelfmanagement bij COPD nodig is, alsmede het feit dat er op huisartsgeneeskundig gebied nog nauwelijks effectonderzoek naar zelfmanagementprogramma's voor COPD is gedaan, ondersteunt verder de relevantie van het voorgestelde onderzoek. Onderzoeksdesign en deelnemers - Het betreft een 2-jaars gerandomiseerd experiment, waarin de klinische effectiviteit en kosteneffectiviteit van drie zorgvarianten voor patiënten met COPD in de huisartspraktijk worden bestudeerd. Deelnemers aan het onderzoek zijn COPD-patiënten in de tien huisartspraktijken van het netwerk van de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC St Radboud; daarnaast worden 8 niet-academische huisartspraktijken in het onderzoek betrokken, mede om de representativiteit van de academische netwerkpraktijken voor 'de' Nederlandse huisartsenpraktijk te verifiëren. Alle betrokken praktijken gebruiken een huisartseninformatiesysteem, beschikken reeds over een gecertificeerde praktijkondersteuner, een elektronische spirometer (die tijdens het onderzoek regelmatig op afwijkingen zal worden gecontroleerd en zonodig vervangen) en ervaring met het gebruik van spirometrie. Voorafgaande aan de trial wordt op basis van ICPC-coderingen (code R95/91 in probleemlijst of journaalregel), ruiters (LO) en prescriptiegegevens (ATC-codes) een indexbestand aangelegd van de aanwezige COPD-patiënten; voor de praktijken van het academische netwerk is deze fase inmiddels afgerond. Inclusiecriteria zijn: leeftijd

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A76000 Patiëntenzorg
D23220 Inwendige geneeskunde
D23380 Huisartsgeneeskunde

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie