KNAW

Onderzoek

Evaluatie verbetering en verbreding eerstelijns seksuele en reproductieve gezondheidszorg

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Evaluatie verbetering en verbreding eerstelijns seksuele en reproductieve gezondheidszorg
Looptijd 03 / 2005 - onbekend
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1318074
Leverancier gegevens ZonMw

Samenvatting

Een evaluatie wordt verricht van de implementatie van het aanbod van eerstelijnscentra op het gebied van de seksuele en reproductieve gezondheidszorg, die vanaf 2005 in de regio's Amsterdam, Midden-Holland, Flevoland, de Noordelijke Provincies en zuidelijk Zuid-Holland gaan ontstaan. Deze samenwerkingsverbanden worden binnen het ZonMw Vervolgprogramma Seksualiteit opgericht, om te komen tot betere afstemming van het regionale zorgaanbod op de vraag naar eerstelijns seksualiteitshulpverlening. Gestreefd wordt naar een laagdrempelig, geïntegreerd aanbod van advies, voorlichting en behandeling bij soa, anticonceptiegebruik, ongewenste zwangerschap en seksuele problemen. De samenwerkingspartners maken projectplannen die vervolgens per regio worden geïmplementeerd. Het evaluatieonderzoek heeft tot doel inzicht te geven in het effect van de regionale samenwerking op het aanbod van, het gebruik van, de bekendheid met en de tevredenheid over de eerstelijns seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Tevens zal de implementatie van een verbeterde afstemming tussen de instanties worden geëvalueerd. Samen met de regionale samenwerkingsverbanden zullen criteria worden bepaald waaraan het succes of falen van de samenwerkingsinspanningen kan worden afgemeten. De volgende evaluatiemethoden worden gebruikt: analyse van registratiegegevens van het aanbod en gebruik van de eerstelijnscentra, een survey in de bevolking naar de bekendheid met de eerstelijnscentra en spreekuren, een enquête naar cliëntsatisfactie, en een enquête en 'focus group' interviews naar belemmerende en bevorderende factoren en tevredenheid bij hulpverleners en managers. Afhankelijk van de projectplannen wordt de evaluatie op de regionale situatie afgestemd. De onderzoeksmethoden worden parallel aan elkaar gebruikt. Tussentijds en aan het einde van de regionale projecten vinden presentaties plaats en wordt over de onderzoeksresultaten gerapporteerd aan de samenwerkingsverbanden en andere belanghebbenden. Kennis van de implementatie en de bereikte resultaten in de regio's is van belang voor de kwaliteit van de dienstverlening van de eerstelijns seksuele en reproductieve gezondheidszorg, en de eventuele toekomstige landelijke invoering van eerstelijnscentra. In het Vervolgprogramma Seksualiteit van ZonMw wordt een stijging in het aantal tienerzwangerschappen, abortussen en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) geconstateerd (Vervolgprogramma, 2002). Bovendien is er op bevolkingsniveau naar schatting bij 10-20% van de mannen en 15-35% van de vrouwen sprake van een seksuele dysfunctie (Vroege e.a., 2001). De toename van seksuele gezondheidsproblemen is terug te vinden in specifieke populaties, zoals zwangerschappen bij allochtone tienermeisjes, abortussen bij groepen allochotone vrouwen en soa bij mannen die seks hebben met mannen (Vogels e.a., 2002) (Stuart e.a., 2002) (Garssen, 2004). (Wijsen, 2004) (Soa Aids Nederland, 2004). Parallel aan deze groeiende problematiek, wordt een versnippering waargenomen in het aanbod van advies, voorlichting en behandeling op seksueel en reproductief gezondheidsgebied. Veel voorzieningen zijn op dit terrein actief. Genoemd kunnen worden abortusklinieken, soa-poliklinieken, huisartsen, GGD'en, vrijgevestigde seksuologen en doelgroepspecifieke voorzieningen voor bijvoorbeeld mannen die seks hebben met mannen of prostituees. Als gevolg van de versnippering van het huidige aanbod, worden cliënten gedwongen met problemen op het gebied van seksualiteit en reproductie naar diverse hulpverleningsinstanties te gaan. Een ander knelpunt is dat door sommige bevolkingsgroepen een hoge drempel wordt ervaren om naar dergelijke instanties te gaan. Vooral voor kwetsbare groepen, zoals migranten, blijkt de barrière hoog te zijn. In regeringsstandpunten over soa en ongewenste zwangerschap wordt daarom gepleit voor een betere afstemming tussen de instanties die op dit gebied actief zijn (Tweede Kamer, 2003a en 2003b). Uit diverse studies die de afgelopen jaren op verzoek van ZonMw zijn uitgevoerd is gebleken dat er behoefte bestaat aan eerstelijnscentra voor seksuele hulpverlening (Vroege e.a, 2001) (Vogels e.a., 2002). Op uitnodiging van ZonMw hebben vijf regionale samenwerkingsverbanden van instellingen op het gebied van de seksuele hulpverlening voorstellen ontwikkeld voor de opzet van een laagdrempelig en geïntegreerd aanbod van seksuele en reproductieve gezondheidszorg. De samenwerkingsverbanden zullen elk op hun geheel eigen wijze invulling geven aan deze eerstelijnscentra. Naast alle verschillen hebben de voorstellen als belangrijke overeenkomst, dat zij allen voldoen aan de hoofddoelstelling zoals geformuleerd in het ZonMw Vervolgprogramma Seksualiteit, namelijk betere afstemming van het regionale zorgaanbod op de vraag naar eerstelijns seksualiteitshulpverlening (Vervolgprogramma, 2002). De samenwerkingspartners maken projectplannen die vervolgens per regio worden geïmplementeerd. Concreet betekent dit onder meer dat platforms of projectgroepen worden geformeerd waarin afspraken worden gemaakt over het aanbod in bestaande of nieuwe voorzieningen. Er wordt, op basis van een analyse van de lokale situatie, een gemeenschappelijke visie ontwikkeld op integratie van advies, voorlichting en behandeling bij soa, anticonceptiegebruik, ongewenste zwangerschap en seksuele problemen. Potentiële cliënten worden geïnformeerd over het verbeterde voorzieningenaanbod door gezamenlijk gebruik van informatiekanalen, zoals internet en folders. Voorts wordt bijscholing gegeven aan professionals die in de samenwerkende instellingen werkzaam zijn en maken de participanten afspraken over de financiering van de samenwerkingsinitiatieven. De samenwerkingsinitiatieven richten zich op de totale bevolking in de regio's, echter allochtonen, tieners, mannnen die seks hebben met mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen, transseksuelen, prostituees en slachtoffers van seksueel geweld worden genoemd als specifieke aandachtsgroepen. Inzicht krijgen in het effect van regionale samenwerking op het aanbod van, het gebruik van, de bekendheid met en de tevredenheid over de eerstelijns seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Evaluatie van de implementatie van een verbeterde afstemming tussen organisaties op het gebied van de eerstelijns seksuele en reproductieve gezondheidszorg op regionaal niveau. Dit onderzoeksvoorstel wordt ingediend op verzoek van ZonMw. Het past in het Vervolgprogramma Seksualiteit waarin regionale samenwerkingsverbanden worden gestimuleerd op het gebied van de seksuele en reproductieve gezondheidszorg. De participerende voorzieningen dienen hun aanbod beter af te stemmen en te integreren, zodat wordt ingespeeld op ontwikkelingen in soa, ongewenste zwangerschappen, abortussen en seksuele problemen. Zo wordt er aandacht gevraagd voor preventie en hulpverlening aan adolescenten, waarbij rekening wordt gehouden met hun culturele achtergrond (Vervolgprogramma Seksualiteit, 2002). De stijging sinds 1995 in het aantal tienerzwangerschappen bij allochtone meisjes is in 2002 gestopt, terwijl het aantal tienerzwangerschappen bij autochtone meisjes in 2002 is gestegen (Vogels e.a., 2002) (Garssen, 2004). Het aantal abortussen in de groep vrouwen op vruchtbare leeftijd is de laatste jaren gestegen, maar deze stijging is in 2003 tot staan gebracht. Het aandeel allochtone vrouwen is groot. (Wijsen, 2004). Vanaf eind jaren '90 is het totaal aantal soa flink toegenomen (RIVM 2004; Van de Laar 2004). De oudere meisjesgroep tussen 15 en 19 jaar loopt een verhoogd risico op een soa (Vogels e.a., 2002). Het aantal gevallen van syfilis is meer dan verdrievoudigd en dan vooral bij de mannen die seks hebben met mannen (Van de Laar, 2004). Specifieke doelgroepen voor seksuele problemen zijn ouderen, diabetes patiënten, mannen met hart- en vaatziekten, zwangere vrouwen en mensen die kampen met onvruchtbaarheid (Read, 2004; Araujo, 2004; Dennerstein, 2003; Shiri, 2004). Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het verdwijnen van de pil uit het zorgverzekeringspakket, de introductie van aids/hiv-medicatie en beperking van het seksuele hulpverleningsaanbod hebben invloed op de omvang van genoemde seksuele gezondheidsproblemen. Dit voorstel voor evaluatie van de regionale samenwerkingsinitiatieven, zal een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een beter afgestemd aanbod van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, waarbij er geïntegreerde aandacht is voor anticonceptie, abortus, soa en seksualiteit. Door evaluatiecriteria te specificeren die aansluiten bij de doelstellingen van de afzonderlijke regionale samenwerkingsverbanden, en het proces van realisering van deze doelstellingen te evalueren en zo nodig bij te sturen, zal de kwaliteit van de dienstverlening van de seksuele hulpverleningsinstellingen verbeteren. In het evaluatieonderzoek is er de mogelijkheid om, in overleg met de regionale projectgroepen, specifiek in Een evaluatie wordt verricht van het effect van regionale inspanningen tot verbetering in de hulpverlening van eerstelijnscentra op het gebied van de seksuele en reproductieve gezondheidszorg, die vanaf 2005 in enkele regio's gaan ontstaan. Het onderzoek betreft tevens de evaluatie van de implementatie van het aanbod. Niet het effect op de volksgezondheid wordt gemeten. Het ontstaan van een vernieuwd voorzieningenaanbod, het gebruik, de bekendheid en tevredenheid zijn intermediaire effectmaten. Het proces van de totstandkoming van de samenwerkingsverbanden en eerstelijnscentra zal worden onderzocht, voor zover deze kennis van belang is voor een goed begrip van de effecten.

Betrokken organisaties

Penvoerder TNO (TNO)
Financier ZonMw

Betrokken personen

Projectleider Prof.dr. S.E. Buitendijk
Projectleider Dr. P.L. Kocken

Classificatie

A73100 Eerstelijnsgezondheidszorg
A75000 Gezondheidsvoorlichting
D24200 Preventieve gezondheidszorg, GVO

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie