| Wetende dat (allergisch) astma een aandoening is die ontstaat op grond van een wisselwerking tussen genetische factoren en omgevingsfactoren, is het niet vreemd dat het vóórkomen van astma, zowel wat betreft aantallen als ernst, niet hetzelfde is onder de diverse ethnische bevolkingsgroepen in Nederland. Gegevens uit eerdere studies, als het PIAMA-onderzoek, hebben reeds enige aanwijzingen opgeleverd over het bestaan van dergelijke verschillen. Deze studies waren echter te gering van omvang - en hier ook niet in de eerste plaats voor opgezet - om harde uitspraken hierover te doen. Dit project heeft als doel nauwkeurig inzicht te krijgen in de verschillen ten aanzien van het vóórkomen van allergie en luchtwegklachten in een grote, representatieve multiculturele groep mensen. Hiertoe wordt aangehaakt bij het Rotterdamse project Generation R . Hierin worden sinds 2002 10.000 pasgeboren kinderen, afkomstig uit diverse ethnische groepen in Rotterdam, in kaart gebracht. Deze groep kinderen zal 20 jaar worden gevolgd. Met betrekking tot het onderzoek naar astma en allergie zullen al tijdens de zwangerschap gegevens verzameld worden over de leefstijl en gezondheid van de moeder en de groei van de foetus. Na de geboorte zullen van de kinderen gegevens verzameld worden ten aanzien van eventuele luchtwegklachten, allergieën,leefstijl, huisvesting, voeding enz. Vanaf de leeftijd van vier jaar zullen longfunctieonderzoeken bij de deelnemers kunnen worden uitgevoerd. Dit project zal antwoord moeten geven op de vraag in hoeverre eventuele verschillen tussen bevolkingsgroepen in het vóórkomen van allergie en astma te verklaren zijn uit pre- en/of postnatale omgevingsfactoren of uit genetische factoren. |