KNAW

Research

Marketing of the Performing Arts in the Netherlands

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title Marketing of the Performing Arts in the Netherlands
Period 09 / 2006 - unknown
Status Current
Dissertation Yes
Research number OND1319315
Data Supplier Website ICOG

Abstract

Theatres in the Netherlands are getting more and more aware of the importance of arts marketing. Art forms that are relatively easy to enjoy (for instance musicals or stand-up comedians) are selling out easily, but with regard to the high performing arts, creating a larger, loyal audience still appears to be very difficult. Since the 1980s, there have been ongoing discussions about the way marketing should be integrated in the theater practice, and still there is no agreement on the matter. The still widely accepted concept of art as an autonomous phenomenon plays an important part in this discussion. From this point of view, artistic creation and arts marketing are defined as independent tasks, each maintaining its own logic and responsibilities (Boorsma, 2006). However, recent studies within arts philosophy argue that this modernist concept of autonomous art should be replaced by a relational perspective on art. In this theory, artistic value emerges in the confrontation with the audience. According to the philosopher Schaeffer (1998) in today s world the relationship between art-making and reception can no longer be ignored or considered extrinsic to the core of art as art . Adopting this new concept has important consequences for the presuppositions of arts marketing theory. If the experience of art, instead of the artefact itself, becomes the final criterion of artistic value, then arts marketing can play a very important role on the accomplishment of the artistic objectives. This study focuses on the search for basic principles for the marketing of artistic values, especially in reference to the Dutch live performing arts. An important aim will be to help theatres find effective ways for building committed audiences for the intellectually more challenging performing art forms. For this purpose, relevant theories in the fields of arts marketing itself, sociology of arts, philosophy of arts, musicology and theatre studies will be examined and selected. Subsequently, a number of models (based on the selected theories) will be created and implemented into the marketing policy of a number of Dutch theatres, where they will be tested in practice. Finally, the results will be linked to the theories on arts marketing that were examined earlier.

Abstract (NL)

Onder meer door de ontwikkelingen in het cultuurbeleid van de laatste tien jaar, waarbij er behalve op de kwaliteit van de productie, steeds meer nadruk wordt gelegd op publieksbereik, dringt het belang van marketing steeds verder door in de Nederlandse podiumkunstensector. Toch blijkt het nog altijd zeer problematisch voor podiumkunstinstellingen om een publiek op te bouwen voor het complexere , minder gangbare, meer artistieke aanbod. Marketing hangt voor veel instellingen sterk samen met veilig programmeren , en aan mogelijkheden om een publiek op te bouwen voor het meer complexe aanbod wordt relatief weinig aandacht besteed. Over de wijze waarop marketing in het beleid dient te worden geïntegreerd, is in de praktijk dan ook een voortdurende discussie gaande. De opvatting dat kunst een autonoom fenomeen is, waaraan inzet van marketinginstrumenten afbreuk kan doen, speelt daarbij een belangrijke rol. Deze modernistische gedachte suggereert dat men met behulp van kunstmarketing een publiek kan opbouwen zonder het autonome artistieke product te beïnvloeden, op welke wijze dan ook. Volgens recente publicaties van kunstmarketingdeskundigen als Boorsma is de vooronderstelling van kunst als autonoom product echter niet langer houdbaar en dient deze te worden vervangen door een relationeel kunstbegrip. Deze theorie stelt dat de (artistieke) ervaring van kunst, en niet het kunstwerk zelf, te beschouwen is als het belangrijkste criterium voor artistieke waarde. Deze verschuiving in het denken over kunst heeft verstrekkende gevolgen voor de wijze waarop kunst en marketing zich tot elkaar verhouden. Wanneer niet meer uitsluitend het artistieke kernproduct, maar de totaalervaring van dit product het kernproduct gecompleteerd met facilitaire en ondersteunende eigenschappen en contextuele factoren- doorslaggevend is voor de artistieke waarde van het kunstwerk, ontstaan er beduidend meer uitgangspunten voor kunstmarketing. Dit onderzoek vormt een zoektocht naar deze uitgangspunten voor de marketing van artistieke waarden, in het bijzonder met betrekking tot de verschillende podiumkunstvormen die Nederland rijk is. Het onderzoek beoogt door middel van deze nieuwe theorievorming een nieuwe impuls te geven aan het vergroten van het publieksbereik van podia met een kwalitatief hoogwaardig aanbod. Hiertoe worden ten eerste de recente ontwikkelingen in de kunstmarketingtheorie (onder meer de door Dr. Hye-Kyung onderscheiden concepten met betrekking tot generic marketing, relationship marketing, extended definition of the customer, extended definition of the product en (re)reduction of marketing to function) geïnventariseerd. Ten tweede wordt deze theorie verbonden aan theorieën met betrekking tot artistieke waarden, zoals deze geformuleerd worden in de kunstfilosofie, de kunstsociologie, de theater- en de muziekwetenschap. Ten derde wordt op basis van deze uitkomsten de voor het onderzoek bruikbare (dus op de podiumkunst toepasbare) theorie geselecteerd. Deze geselecteerde concepten worden ten vierde geoperationaliseerd in modellen, die vervolgens door middel van implementatie in het marketingbeleid van een aantal Nederlandse podia getoetst worden. Ten slotte worden de bevindingen teruggekoppeld naar de eerder aan de orde gekomen theoretische ontwikkelingen op het gebied van de kunstmarketing.

Related organisations

Related people

Project leader Dr. M.A. Boorsma
Project leader Prof.dr. J.J. van Maanen
Doctoral/PhD student Drs. K. Joostens

Classification

A54000 Marketing and consumption
A85100 Arts and culture
D35300 Dramatology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation