KNAW

Onderzoek

Managing migration and global interdependence

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Managing migration and global interdependence
Looptijd 01 / 2006 - onbekend
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1319931
Leverancier gegevens Website UL

Samenvatting

In het onderzoek op het terrein van de migratiegeschiedenis door het Instituut voor Geschiedenis kunnen drie algemene thema s worden onderscheiden: migratie, vestigingsprocessen van migranten en tot slot minderheidsvorming en discriminatie. Bij het thema migratie gaat het vooral om de vraag waarom mensen zich geografisch verplaatsen en op welke manier mobiliteit samenhangt met algemenere sociale, economische en politieke processen. Daarnaast is het van belang te kijken naar de gevolgen van migraties, zowel voor de gebieden waaruit men vertrekt als voor de landen waar men zich al dan niet permanent vestigt. Nu heeft het opstellen van allerhande typologieën van migratie - zoals vrijwillig versus gedwongen; arbeidsmigratie- vluchtelingen; tijdelijk versus permanent; lokaal en internationaal - zeker heuristische waarde. Maar uit een theoretisch oogpunt is het belangrijker de verschillende vormen, die elkaar deels overlappen en elkaar niet zelden opvolgen, binnen één interpretatiekader te analyseren. Afhankelijk van de invalshoek valt dan aan te sluiten bij andere vakgebieden, zoals stadsgeschiedenis, koloniale geschiedenis, demografie en wereldgeschiedenis. Wanneer we de focus richten op de sociale, economische, culturele en politieke effecten van migratie, komen we vanzelf terecht op het terrein van vestigingsprocessen. Met name in de VS zijn talloze studies geschreven over het integratieproces van allerlei groepen migranten in de 19e en 20e eeuw. Het gaat in de regel om casestudies, die ook wel bekend staan als community studies. Daarin ligt de nadruk zowel op intra- als inter-generationele veranderingen bij migranten, en op de wijze waarop zij worden bejegend. De aandacht gaat eveneens uit naar veranderingsprocessen in de samenlevingen waar nieuwkomers zich vestigen. Uit empirisch en theoretisch oogpunt valt hier een breed spectrum van uitingsvormen te onderscheiden. Net als bij migratie dient dit thema niet aan een bepaalde periode of regio te worden gebonden. Zowel de gedeeltelijke romanisering van de Oost-Gothen, voorafgaande aan de Volksverhuizingen, als de opname van Iraans sprekende handelaren in de Chinese elite in de 9e eeuw horen thuis in dit onderzoeksgebied. Dat geldt ook voor kolonisaties en veroveringen waarbij de autochtonen zich moeten schikken naar de nieuwkomers, en zich in de loop van de tijd processen van creolisering voordoen. Voor processen van minderheidsvorming en discriminatie geldt, dat zij het gevolg kunnen zijn van migratie- en vestigingsprocessen, maar niet noodzakelijkerwijs. Er zijn voldoende voorbeelden bekend van groepen die op religieuze, etnische, sociale, economische of politieke gronden werden (en worden) uitgesloten of gediscrimineerd. We kunnen denken aan religieuze minderheden of aan groepen zoals de Èta (Burakumin) in Japan of dichterbij huis aan katholieken en joden tot ver in de 20e eeuw. Voor een verdieping van ons inzicht in mechanismen van maatschappelijke in- en uitsluiting is het van belang om uiteenlopende varianten van minderheidsvorming in één kader te bestuderen. Het achterliggende doel is immers om verschillen en overeenkomsten in kaart te brengen, en waar mogelijk tot een algemeen verklaringsmodel te komen. Voor het operationaliseren van bovengenoemde thema s is de comparatieve methode de geëigende weg. Te denken valt aan uiteenlopende vergelijkingen - van groepen, landen, periodes en zo verder -, maar ook aan het inbedden van specifieke casestudies in een meer omvattend kader. Er is behoefte aan gestructureerde vergelijkingen, of het nu gaat om racisme in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten of antisemitisme door de eeuwen heen - twee bekende Leidse specialismen. Maar ook vergelijkingen van integratieprocessen van immigranten in heden en verleden kunnen tot nieuwe inzichten leiden. De drie boven genoemde thema s (migratie, vestigingsprocessen van migranten en tot slot minderheidsvorming en discriminatie) worden in de meeste gevallen in een stedelijke context bestudeerd. Vandaar dat dit onderzoekszwaartepunt zich expliciet richt op de stad als onderzoekskader. Daarbij gaat het niet zozeer aan de, naar binnen gerichte, biografische methode , maar aan de stad als laboratorium , waarbinnen zich processen van migratie, integratie en minderheidsvorming voordoen. Afhankelijk van het vraagstelling kan de stad hetzij als site dan wel als process dienen. In het eerste geval ligt de nadruk op specifieke ontwikkelingen in een stad, terwijl in het laatste geval de onderzochte fenomenen bijdragen aan een beter begrip van stedelijke transformatieprocessen. Deze nadruk op de stad sluit nauw aan bij de specifieke invulling van de nieuwe leerstoel sociale geschiedenis, waarin een belangrijke plaats is ingeruimd voor de recente geschiedenis van Den Haag. Deze stad leent zich goed voor de bestudering van voornoemde thema s, aangezien zich met name in de twintigste eeuw er uiteenlopende groepen migranten (binnenlandse, koloniale, arbeids- en elite-) hebben gevestigd. Een concreet project is een diachronische analyse van demografische veranderingen in het vooroorlogse en naoorlogse Den Haag, toen binnen- en buitenlandse migraties het karakter van de stad herhaaldelijk ingrijpend veranderden. Centrale vraag daarbij is in hoeverre het afnemen van de sociale cohesie in de laatste decennia van de twintigste eeuw een nieuw verschijnsel is. In een dergelijke benadering dient Den Haag als onderzoekslocatie, maar gaat het er tevens om onze kennis te vermeerderen op algemenere terreinen als globalisering, (trans)nationalisme en sociale ongelijkheid. Tot slot kunnen stedelijke gevalstudies, of het nu gaat om Den Haag, Istanbul, Buenos Aires, Chicago of Shanghai, een belangrijke rol vervullen in vergelijkend onderzoek. Alleen zo kan namelijk worden bepaald of en in hoeverre bepaalde ontwikkelingen en fenomenen typisch Haags zijn, dan wel onder bepaalde voorwaarden een algemenere geldigheid bezitten.

Samenvatting (EN)

An important current topic of historical research is the global interdependence that came about since the Early Modern period. The widening, deepening and acceleration of worldwide interconnectedness is known as globalisation. This affects all aspects of social life, from the cultural to the criminal, the financial to the spiritual. In this research theme we focus on the social and economic responses to increasing interconnectedness. Globalisation has many dimensions and can be studied by distinguishing between extensity, intensity, velocity and impact. Key themes in this research cluster are international contacts, interaction and the effects of interdependencies on society and economy. We distinguish between the movement of goods, services, capital, people and ideas. Geographical emphasis is on Europe and the United States, but also on the Middle East, Central Asia and Southeast Asia. What impact did global connections have on cultures, state formation, economies and societies? We examine how people have coped with global interdependence and how people attempted to control and manage these processes. This includes the study of individual (migration) and collective reactions (institutions, states, EU, multinationals). The research within this research theme can be divided into three sub-themes: (a) migration, membership regimes and cities; (b) state formation and frontiers; (c) political economy, networks, and the role of institutions. Migration, membership regimes and cities Research in the field of migration history includes the mobility of people, settlement processes of migrants, and, finally, the effects of migration on state formation and the formation of minorities. The migration theme is not restricted to a particular period or region, although the focus is on the period from the Middle Ages onwards. In addition, we study the colonisations and conquests in which the native population was forced to adapt to the newcomers, resulting in processes of extinction, marginalisation and creolisation. In order to study migration the comparative method (in time and space) is most appropriate. An important issue is how migrants integrated in new communities and the role of different political opportunity structures in the outcome of such processes. Here we use the new-institutionalist approach as advocated by scholars as Richard Alba and Victor Nee, which is well suited for global comparisons of various membership regimes. Within the migration theme special attention is paid to differences according to gender. The importance of gender, as an analytical category, is studied in combination with class and ethnicity in relation to migration to the Netherlands in the period from 1945 until 2000. Cities & Civil Service Migration, settlement processes of migrants and the formation of minorities (and discrimination) are mostly studied in an urban context. For this reason, this research theme focuses on the city as a framework for research. Urban environments can be seen as a laboratory, in which processes of migration, integration and formation of minorities take place. Depending on the specific research question, social processes can be studied with the city as the ?site? or explicitly be linked to the demographic, physical, spatial and political opportunity structure of specific cities. Two concrete projects should be mentioned: one is the diachronic analysis of demographic changes in pre-war and post-war The Hague, when both Dutch and foreign migrations repeatedly and significantly changed the character of the city. The central question in this project is the extent to which the diminished social cohesion of the last decades of the 20th century should be viewed as a new phenomenon. The second project looks into the development of civil services in the Netherlands by focusing on the area of tension between citizens, church and government. In this way we aim to discover the nature of the interaction that existed between the civil initiatives undertaken by the government, citizens and churches in the transition from private to public. This research focuses on the period between 1500 en 1800 when citizenship moved from town to nation and the effects of bureaucratisation on the ideal of citizenship and the involvement of citizens in civil services. State formation and frontiers The term globalisation refers primarily to an increase in the exchange of goods, persons and ideas between various parts of the World. Borders, at local, national and supra-national level, play a vital role. In the Early Modern period the boundaries of cities were often more important than national borders. In the modern period national borders have not proved to be very stable. Numerous new states emerged and the borders between states changed constantly. Moreover, changes of regimes, for example as the result of decolonisation have given new meaning to existing boundaries. In the case of the EU national borders have lost salience to some extent, which in turn influenced the mobility of people, capital, goods and ideas, as well as the status of citizenship. Political economy, networks and the economic role of institutions The distribution of incomes, means of production and legislations changed dramatically since the 16th century and even more so in the 19th and 20th centuries, leading to an increasing intensity, velocity and impact of the globalisation process. These developments are related to the consumption revolution, which started already in the 18th century, involving trade networks, industrialisation, decolonisation, and more recently the European unification. Closely related are the changes in labour relations and the competition between various economies on a world scale. Specific attention is given to institutions through which people build their networks and social capital. Instead of juxtaposing the Early Modern and the Modern period we are more interested in similarities and continuities with respect to the emergence of networks and institutions in a globalising world since 1600.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Onderliggende lopende onderzoeksactiviteiten

Classificatie

A82100 Bevolkingsstructuur en migratie
A82200 Sociale integratie en sociale structuur
D34000 Geschiedenis

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie