| Het geschiedenisonderwijs is bij uitstek geschikt om datgene wat men het herinneren waard vindt aan een nieuwe generatie door te geven. Het is een plaats van geschiedenispolitiek in de zin dat het zowel onderwerp is van debat, als een middel waarmee geschiedenispolitiek bedreven wordt. De verwachtingen die verschillende (groepen) mensen van het schoolvak geschiedenis hebben, vormen het onderwerp van dit vergelijkende historische onderzoek. Concreet gaat het om Nederlandse en (West-)Duitse debatten over het geschiedenisonderwijs uit de naoorlogse periode. Vragen die gesteld worden, zijn o.a.: Welke debatten zijn in beide landen over het geschiedenisonderwijs gevoerd? Waar spelen ze zich af? Wie nemen deel aan de afzonderlijke debatten? Wie juist niet? Welke verwachtingen hebben de verschillende deelnemers van (de doelstellingen van) het vak? Middels analyse van een aantal debatten, beoog ik zowel de details van de af-zonderlijke debatten naar voren te halen, waaronder de precieze discussieonderwerpen en de gebruikte argumenten en argumentatielijnen, als ook de belangrijkste veranderingen in het denken over de doelstellingen van het geschiedenisonderwijs in kaart te brengen. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar verschillen en overeenkomsten tussen beide landen en mogelijke verklaringen daarvoor. |