| bij dikkedarmkankerArtsen schrijven statines voor bij een te hoog cholesterolgehalte of een combinatie van een te hoog cholesterol- en een te hoog vetgehalte in het bloed. Onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van statines ook het risico op ontwikkeling van dikkedarmkanker verkleint. Statines kunnen kankercellen doden. Dit effect blijkt af te hangen van de moleculaire achtergrond van de tumor. In muizen worden darmkankercellen waarin het zogenaamde SMAD4-gen actief is, door statines gedood. Maar darmtumoren zonder actief SMAD4-gen groeien juist harder door statines. Men wil nagaan of dit ook in de mens zo gaat. In Nederland bestaan twee grote databases met gedetailleerde informatie over het gebruik van medicijnen en medische diagnoses zoals kanker. Door deze databases te gebruiken willen de onderzoekers de invloed van het gebruik van statines op het voorkómen van dikkedarmkankers met en zonder het SMAD4-gen onderzoeken. Als inderdaad blijkt dat de moleculaire opmaak van de kanker van belang is voor de werking van de statines, is het van belang dat in de praktijk de behandeling met statines per persoon aangepast wordt. Alleen patiënten met dikkedarmkanker met actief SMAD4-gen zouden dan statines moeten krijgen. Statine gebruik bij personen met dikkedarmkanker zonder actief SMAD4-gen moet vermeden worden, omdat het bij hen juist zou leiden tot versnelde groei van de darmtumor. |