| Doel van het themagebied is om vanuit zijn specifieke invalshoek bij te dragen tot het zicht op en inzicht in de veranderingen waaraan literatuur en kunsten sinds het begin van het humanisme onderhevig zijn geweest. Dit enerzijds ten dienste van de kennis van en begrip voor de artefacten uit verleden en heden. Anderzijds ten dienste van het inzicht in de cultuurhistorische veranderingsprocessen en van het subtiele geheel van relaties en transformaties die daarbij aan de orde zijn. Voor de literatuur vanaf de Renaissance heeft de herontdekking van de klassiek-humanistische retorica het onderzoek naar literaire opvattingen en vormgevingsprincipes sterk gestimuleerd. Maar ook binnen andere disciplines als kunstgeschiedenis, architectuurgeschiedenis en muziekgeschiedenis is kennis van de 'regels van de kunst' en de daarop berustende beschrijving van structuren en vormen noodzakelijk om individuele artefacten op een historisch adequate wijze te analyseren. Ten aanzien van de 19de- en 20ste-eeuwse literatuur en kunst heeft een dergelijke historische benaderingswijze eveneens tot vruchtbare resultaten geleid; immers, het jongste onderzoek heeft het anti-academische (anti-retorische, anti-kunsttheoretische) karakter van tal van opvattingen over literatuur en kunst tijdens en na de Romantiek op zijn minst gerelativeerd.Onder invloed van deze recente tendensen heeft men bovendien steeds meer oog gekregen voor de complexe relatie tussen kunstopvattingen en ideeëngeschiedenis (filosofische en theologische ideeën; medische ideeën: psychoanalyse). De zojuist beschreven poëticale-kunsttheoretische benaderingswijze richt zich op zowel discipline-gebonden als algemene, en zowel expliciete (in verhandelingen geformuleerde) als impliciete (uit de artefacten te reconstrueren) 'uitspraken' en wordt gekenmerkt door interdisciplinariteit en historiciteit. Tijdens diverse colloquia, o.a. over het begrip stijl en over de theoretische reflectie aangaande de relatie tussen de kunsten, werden al eerder de banden tussen literatuurhistorici, kunsthistorici, architectuurhistorici en muziekhistorici aangehaald. Deze worden verder verstevigd in promovendi-bijeenkomsten, waarin jonge onderzoekers uit voornoemde disciplines hun werk presenteren aan collega's en senioronderzoekers uit het hele themagebied. In de onlangs opgerichte werkgroep Visuele Cultuur vindt een soortgelijke dialoog plaats. |